Jeep Safari

Omdat we de door ons uitgezochte excursie (een snorkeltocht) niet konden doen en we toch nog wel een excursie wilden doen viel de keuze op een Jeep Safari. We konden kiezen uit twee mogelijkheden, een route naar de westkant van het eiland en een route naar de oostkant, en we kozen voor de eerste. Omdat een Jeep Safari niet echt iets was voor Gijsje besloten we dat ik met de jongens de Jeep Safari zouden doen terwijl Riet, Sandra en Gijsje naar het vlakbij het resort gelegen dolfinarium zouden gaan.

Wij werden om kwart over acht met de Jeep opgehaald bij de receptie van het resort opgehaald. Er was nog een jong stel aan boord en het bleek dat met ons het gezelschap al compleet was. Onze chauffeur en gids Sylvian reed ons in eerste instantie naar een parkeerterrein bij de luchthaven HATO waar we de benodigde formulieren invulden en vandaar vertrokken voor de eigenlijke tocht.

Het eerste deel van de route voerde over de vlakte van Hato, gelegen aan de noordkant van het eiland. De zee had daar in de loop van miljoenen jaren een plateau uitgesleten wat tussen de ruwe Caribische Zee en een rotswand ligt. De natuur was indrukwekkend en al hobbelend reden we richting de westpunt van Curacao. Onderweg stopten we nog om een kijkje te nemen in een van de grotten die onder in de rotswand waren uitgesleten, waarbij het interessant was om overblijfselen te zien van de inheemse bevolking die de grotten als schuilplaatsen hadden gebruikt tegen de Spaanse slavenhalers. Tegenwoordig worden die grotten nog steeds gebruikt voor voodoo-rituelen waar we ook nog wat bewijzen van zagen, en de grot die we bezochten heette dan ook heel toepasselijk de Heksengrot.

De volgende stop was bij een van de achtendertig nog bestaande historische landhuizen op Curacao, het landhuis Savonet wat nu een museum is. Daarna maakten we nog een stop bij een “Boca”, een plek waar de ruwe zee een sleuf in de kust heeft geslagen waar de golven nu in grote fonteinen van spetters uiteen slaan. Aangekomen bij de westpunt reed de Jeep een stijle helling op naar de verlaten vuurtoren die daar staat, een spectaculaire klim en een bijna even spectaculaire afdaling terug naar de kustweg.

 

 

 

 

 

 

 

Voordat we naar onze lunchbestemming reden namen we eerst nog een kijkje bij Playa Grandi waar we zeeschildpadden zouden moeten kunnen zien vanaf een steiger. Die zagen we, maar het plezier werd behoorlijk vergald door de vele toeristen die daar gedropt waren vanuit de drie cruiseschepen die die dag in de haven van Willemstad lagen. We reden dan ook al snel door naar Playa Lagun waar de lunch op ons stond te wachten (onderweg al besteld door onze gids) in het bovenop de klif gelegen restaurant Bahia. Daarna was er anderhalf uur de tijd om even bij te komen op het strand beneden en de mogelijkheid om te snorkelen in de kleine baai. Ik had daarbij pech want mijn snorkelmasker functioneerde niet goed en ik kreeg al snel een tranend oog door het zoute water en ik hield het dank ook al snel voor gezien. De jongens hadden meer geluk en zagen nog heel wat vis.

Na Playa Lagun reden we terug naar Willemstad waarbij we onderweg alleen nog stopten om bij de zoutmeren bij de Jan Kok Baai flamingo’s te spotten. Op de eerste locatie waren ze er niet maar bij de tweede stop verderop in de buurt van St. Willibrordus hadden we meer succes. Onderweg kregen we overigens verscheidene hevige plensbuien over ons heen waarbij we maar ternauwernood droog bleven onder de overkapping van de Jeep. Om kwart voor vier ’s middags werden we weer afgeleverd bij het resort waar het weer prima was en we tot onze verbazing van de meisjes hoorden dat er daar alleen maar een paar spatjes regen was gevallen…

Gijsje had zich overigens prima vermaakt bij het Dolfinarium, met de walrussen, zeehonden en natuurlijk de dolfijnen.