Vliegtuig gemist…

Ik had een goede nachtrust gepland in het Le Meridien hotel zodat ik vanmorgen uitgerust op de luchthaven van 

Dubai zou aankomen voor mijn vlucht naar Amsterdam. Dat was ondanks de zeer luxe kamer en het comfortabele grote bed niet gelukt, om de een of andere reden kon ik de slaap maar niet vatten en heb ik vrijwel de hele nacht wakker gelegen. Toen ik vanmorgen met de taxi naar de luchthaven werd gebracht was ik dan ook behoorlijk brak en aangekomen in de lounge zat ik behoorlijk te suffen en af en toe dommelde ik even weg.

Op een gegeven moment schrok ik op en keek op mijn horloge. Ik zag dat het pas kwart voor zeven was en dus tijd genoeg omhoog even mijn tanden te gaan poetsen en mijn hoofd onder de kraan te houden voordat ik naar de gate liep. Aangekomen bij de gate zag ik staan “Gate Closed” en zelfs toen ging er nog geen lampje branden. Wel vond ik het raar dat er nog helemaal geen mensen bij de gate stonden en ik keek nogmaals op mijn horloge. En toen viel het kwartje pas, ik was helemaal vergeten mijn horloge een uur vooruit te zetten en het was dus helemaal geen vijf voor zeven maar vijf voor acht!

Ik schrok me rot want ik was nu dus gewoon te laat voor het boarden en ik had dus mijn vlucht gemist. Een grondstewardess verwees me naar de ticket desk om mijn ticket om te laten zetten, maar door de consternatie kostte het me bijna een half uur en heel veel navragen om die ticket desk te vinden. Gelukkig kon ik worden overgeboekt op de volgende vlucht, maar die vertrok pas om kwart voor drie vanmiddag en het kostte me ruim tweehonderd euro extra.

Het werd dus een onverwachte lange zit voordat ik naar Nederland kon vertrekken. Ik bracht de tijd door in de lounge waar ik pontificaal voor een bord met vertrekkende vluchten had plaatsgenomen, ik wilde beslist niet het risico lopen om nog een keer mijn vlucht te missen. Onnodig te zeggen dat ik ruim een half uur voordat het boarden begon al bij de gate zat…

Gelukkig kon tijdens het ombouwen van mijn ticket ook mijn vervoer vanaf Schiphol naar huis ook worden omgezet zodat er na aankomst van vlucht EK147 een dikke Mercedes limousine op me stond te wachten.

Toen ik de aankomsthal zo’n beetje als eerste binnen kwam lopen (ik had alleen handbagage) stonden er in feite een stuk of vijfentwintig chauffeurs voor Emirates passagiers te wachten, moet elk een naambordje. Ik veroorzaakte nogal wat hilariteit toen ik zei, “Goedenavond Heren, ik heb er maar eentje nodig hoor”…

Vertrekdag

Hoewel het vandaag eigenlijk de eerste dag is van mijn verlof ben ik vanmorgen toch gewoon naar kantoor gegaan om kwart over zes. Mijn vlucht was pas vanmiddag om half vijf en het transport naar de luchthaven vertrok om kwart voor een. Ruim zes uur te spenderen dus en aangezien ik al had gepakt en de kamer al was opgeruimd was er weinig anders te doen dan wachten. En dan kun je net zo goed nog even naar kantoor gaan want dan schiet de tijd tenminste op, nietwaar.

Er was nog een hele leuke verrassing voor me op kantoor want ik kreeg van mijn team-lid Mustafa een mandje met dadels. Want, zei hij, “dades in Basrah very good”. Hartstikke leuk natuurlijk, al vroeg ik me af hoe ik die mand in mijn koffer moest krijgen. Om elf uur nam ik de bus terug naar het kamp zodat ik ruim de tijd had om mijn koffer op te halen van mijn kamer, de mand met dadels erin te persen en te gaan lunchen in het restaurant voordat ik naar de bus ging.

Er vertrokken in totaal ruim zestig man naar de luchthaven vandaag en die waren verdeeld over twee konvooien van drie bussen, ik zat in het tweede konvooi. De rit naar de luchthaven duurde langer dan normaal omdat er een aangepaste route was in verband met mogelijke demonstraties op de normale route.

We ondervonden geen enkel probleem, zelfs de controles onderweg waren niet zo lastig als de vorige keer. Aangekomen op de luchthaven ging ook alles vlot en dat kwam omdat het zo rustig was. De meeste andere oliemaatschappijen hadden al hun commuters deze week niet laten invliegen dus er waren veel minder mensen dan normaal.

Na nog een kort bezoek aan de lounge was het tijd om naar de gate te gaan waar de laatste van de in totaal zeven bagagechecks werd uitgevoerd, en die ging voor mij niet echt lekker. Alle scans hadden uiteraard mijn elektrische tandenborstel gezien maar in tegenstelling tot de vorige zes checks werd er nu wel moeilijk over gedaan want mijn koffer moest open. Ik zette mijn rolkoffer op de grond naast die kerel die op een stoel naar me zat te schreeuwen “Case open, case open!”. Ik liet de tandenborstel zien maar hij was niet tevreden. Hij wees op mijn schoenentas en weer was het “Open! Open!”. Ik liet mijn schoenen zien, maar het probleem was blijkbaar dat ik daar wat kleine spulletjes in had gedaan om ruimte te sparen. Een van die dingetjes was mijn kleine Canon camera in een tasje, en dat moest hij ook zien. Nadat hij zag dat er een camera in het tasje zat gooide hij het naast mijn koffer op de grond.

Nu was de man blijkbaar tevreden want mijn koffer mocht weer dicht. Dat was alleen niet zo makkelijk want de hele inhoud lag nu overhoop dus ik moest ter plekke alles zo goed en zo kwaad als het ging weer inpakken. Meer oponthoud  was er gelukkig niet en na een voorspoedige vlucht arriveerde ik een voor half acht lokale tijd in hotel Le Meridien in Dubai. Emirates bleek daar een eigen vleugel te hebben met heel erg luxe kamers, en daar mag ik dus verblijven tot morgenochtend om zes uur, dan staat er een auto klaar om me terug te brengen naar de luchthaven voor mijn vlucht naar Amsterdam die om vijf over acht vertrekt.

Op de lijst

Vandaag was de laatste werkdag van mijn eerste volle shift van vier weken. Het zit erop en het is werkelijk omgevlogen, ik heb nog helemaal niet het idee dat ik hier al weer vier weken ben maar aan de andere kant ben ik ook blij dat ik naar huis ga. De dag had ook een beetje het “ik ga op vakantie” gevoel wat je normaal gesproken maar een of twee keer per jaar hebt maar ik ga dat dus de komende jaren elke vier weken hebben.

Vanmorgen heb ik voor mijn vluchten ingecheckt en mijn boardingpassen uitgeprint dus dat is alvast voor elkaar. Er was nog wel een spannend momentje aan het eind van de middag want de grote vraag was “Sta ik wel op de lijst”. We krijgen iedere dag aan het eind van de middag een lijst toegestuurd met daarop alle transporten voor de volgende dag. Als je gaat reizen buiten het kamp, het maakt niet uit waar naar toe, dan mag dat alleen met een beveiligd transport en wie er mee gaan wordt bepaald door de lijst. Sta je daar niet op dan ga je simpelweg niet mee.

Aangezien ik morgen naar de luchthaven moet was het dus zaak om te controleren of mijn naam bij het juiste transport op de lijst vermeld stond. Mocht dat in eerste instantie niet het geval zijn dan moet je dat zo snel mogelijk melden want er komt ’s avonds nog een definitieve lijst en als je daar niet op staat ben je de pineut want die wordt niet meer veranderd. Gelukkig bleek dat niet nodig want ik stond er al meteen op:

Nu alleen nog de weinige bagage die ik mee terug neem in mijn rolkoffer doen en dan ben ik in principe klaar voor vertrek. Morgenochtend ga ik overigens nog gewoon naar kantoor want mijn vlucht is pas om vijf voor half vijf morgenmiddag dus mijn transport vertrekt pas om kwart voor een naar de luchthaven. Kan ik mooi nog even de lunch meepikken in het restaurant want het vertrekpunt van het transport is daar vlak naast.

Aftellen…

Hoewel er nog steeds hier en daar relletjes zijn lijken die zich nu hoofdzakelijk te beperken tot de steden en de meeste zijn kleinschalig en vreedzaam. De veiligheidstroepen beschermen nu de olievelden en treden met harde hand op wanneer nodig en dat zal het animo tot demonstreren wel hebben doen afnemen. Daarnaast is er ook het nieuws dat de regering onmiddellijke maatregelen heeft toegezegd met betrekking tot het elektriciteitsnet en er wordt veel geld vrijgemaakt voor het creëren van banen, en ook dat zal zeker hebben toegedragen aan het feit dat het nu een heel stuk rustiger is in de regio.

Dit heeft er ook toe geleid dat we gisteravond al een bericht kregen dat het reizen vanaf woensdag, dus morgen, weer wordt hervat en dat is voor mij goed nieuws want aanstaande donderdag vertrek ik als alles goed gaat naar huis voor mijn eerste periode van vier weken verlof. Ook voor mijn back-to-back Sachin is het goed nieuws want hij verkeerde ook in onzekerheid of hij het land wel in zou kunnen en dus niet wist of het wel zin had om vanuit Canada te vertrekken.

Het nieuws van gisteren dat de Emirates vlucht was gecanceld bleek ook minder ernstig dan het in eerste instantie leek. De vlucht was namelijk niet gecanceld vanwege de rellen maar omdat er niet voldoende grondpersoneel het vliegveld had kunnen bereiken om de vlucht af te handelen. Dat gebrek aan aanwezig personeel had overigens wel weer met de demonstraties te maken, ze konden door de situatie in en rond de stad niet op hun werk komen. Alle collega’s die op die Emirates vlucht hadden moeten zitten zijn met een andere vlucht alsnog vertrokken.

Vandaag is mijn op een na laatste volledige werkdag en dat betekent dat ik zo langzamerhand al dingen moet gaan regelen ten aanzien van de overdracht naar Sachin. Hij moet natuurlijk weten wat er allemaal gebeurd is in de vier weken dat ik hier ben geweest en wat voor activiteiten hij moet gaan oppikken. Aan het begin van mijn rotatie was er ook een overdracht van Sachin naar mij maar in zijn achtergelaten berichten bleken nogal wat hiaten in te zitten en dat moet natuurlijk verbeteren. De beurt is nu aan mij en ik hoor dan wel van hem of ik volledig genoeg ben geweest. 

We hebben uiteraard de mogelijkheid om via WhatsApp te communiceren maar we hebben stilzwijgend besloten dat we elkaar zo min mogelijk lastig willen vallen buiten werktijd. Vrij is tenslotte vrij, nietwaar. In ieder geval is het aftellen nu serieus begonnen!

Vanmorgen heb ik een foto gemaakt vanuit de gang van het gebouw waar mijn kamer is. In de verte link zie je de fabriek waarachter de kantoren liggen waar ik werk. Op de voorgrond zie je de containers van het ABB kamp, die zijn niet voor opslag of zo maar dienen ook als woonruimte, twee kamers per container:

Onzekerheid

Het grootste probleem aan de huidige situatie hier in KAZ is het gebrek aan informatie. We horen weinig van wat er allemaal gebeurd om ons heen, maar het weinige nieuws wat er doorsijpelde van Iraakse collega’s die vandaag naar kantoor waren gekomen was dat het rustiger was dan de afgelopen dagen.

Dat zou best te maken kunnen hebben met het feit dat de inmiddels aangekomen veiligheidstroepen hard optreden tegen de betogers, met gebruikmaking van waterkanonnen en af en toe gericht vuur als de situatie te dreigend wordt. Ook schieten ze in de lucht, wat al heel wat gewonden heeft opgeleverd want die kogels vallen natuurlijk toch weer een keer naar beneden. Er zijn ondertussen al minstens negen doden gevallen onder de betogers, maar dat is voornamelijk gebeurd in steden waar ze probeerden overheidsgebouwen te bestormen.

Hier in het kamp is het onveranderd rustig maar toch beginnen sommige mensen, waaronder ik, zenuwachtig te worden. Dat heeft alles te maken met het feit dat ik en nog een aantal anderen deze week naar huis zouden vertrekken en we weten niet of dat wel doorgaat. Verscheidene luchtvaartmaatschappijen, waaronder Emirates, hebben hun vluchten op Basrah gecanceld en verscheidene collega’s die vandaag zouden vertrekken met een vlucht van Emirates konden daarom niet weg. Er wordt geprobeerd om ze morgen alsnog op een vlucht te zetten maar de vraag  is of dat lukt.

Een aantal oliemaatschappijen (BP, Exxon en Lukoil) hebben al hun personeel al geëvacueerd, maar die zitten meer in de gevarenzone dan wij hier in KAZ. Wij zitten te ver van de bewoonde wereld af om hier voor de deur te komen demonstreren, en eerlijk gezegd lijkt dat me ook geen pretje met de temperaturen die we hier overdag hebben…

De vraag is dus of ik aanstaande donderdag zoals gepland naar huis kan vertrekken of niet. Op dit moment is daar geen zinnig woord over te zeggen maar als de berichten kloppen dat het rustiger wordt dan wordt de kans natuurlijk groter. Een vroegere collega had hier een mooi gezegde voor: “We zullen onze ziel in lijdzaamheid moeten bezitten”…  

Onrust in de regio

Twee dagen geleden vertelde ik al dat het onrustig was in Basrah, met demonstraties tegen het regeringsbeleid. De onvrede gaat over de omstandigheden in de regio, met heel veel stroomstoringen, geen fatsoenlijk drinkwater en een hoge werkeloosheid, en dat alles zonder dat er uitzicht is op verbetering op korte termijn.

De regering heeft al van alles beloofd, zoals een waterzuiveringsinstallatie en meer werkgelegenheid, maar tot nu toe is daar nog niets van terecht gekomen. En nu ook door de stroomstoringen de airco’s niet of nauwelijks werken loopt de temperatuur letterlijk en figuurlijk hoog op. De regering heeft speciale veiligheidstroepen naar de regio gestuurd en dat heeft al tot verscheidene escalaties geleid waarbij zelfs doden zijn gevallen. De meeste demonstraties verlopen overigens zonder geweld en zijn alleen maar lastig omdat er gebouwen en wegen worden geblokkeerd.

Wij beginnen de gevolgen ook te merken dankzij die blokkades want het personeel wat uit Basrah moet komen is vandaag niet op het werk verschenen. Het gevolg was halflege kantoren en volle prullenbakken. Ook heeft de regering om uitbreiding van de demonstraties tegen te gaan het Internet in het hele land plat gelegd zodat er geen gebruik gemaakt kan worden van sociale netwerken waarmee opgeroepen kan worden tot demonstreren. Wij werken nu op een back-up netwerk via een satellietverbinding, maar dat is behelpen want er valt op sommige momenten nauwelijks te werken. Ook de dagelijkse transporten van ons kamp naar andere fabrieken zijn stilgelegd uit voorzorg.

In het kamp zelf waar ik zit is alles rustig, we horen van alles maar merken er zelf behalve onze trage computer-verbindingen niks van. Tot nu toe is het dus gewoon “Alles wel aan boord”…

Onderweg naar kantoor

Vandaag zomaar even wat foto’s die ik heb gemaakt tijdens de wandeling naar kantoor. De wandeling naar het fabrieksterrein begint normaal gesproken bij het restaurant na het ontbijt. Het kamp heeft een aparte uitgang voor voetgangers, die gaat door een gebouwtje waarbinnen een draaihek is en buiten gekomen sta je dan voor de uitgang van het kamp:

Buiten gekomen ligt de weg naar de uitgang van het fabrieksterrein maar ik ga de andere kant op, richting de fabriek. Daarvoor steek ik over, ga door een slagboom, volg de weg die na tweehonderd meter een bocht naar rechts maakt en dan loop ik op de lange weg langs de fabriek:

Helemaal aan het eind van deze weg sla ik linksaf, richting de kantoorgebouwen. Het is vandaar nog een paar honderd meter lopen naar het IT-gebouw waar ik zit, wat ergens rechts van de hoofdweg langs de fabriek ligt:

Op de foto hierboven zie je rechts van het midden het IT-gebouw waar ik werk. Rechts op de foto is de electronica-winkel waar ik het al eens over heb gehad, en daarnaast achter de grijze container is een winkeltje wat het beste te omschrijven is als een klein kruidenierswinkeltje. Tussen de middag wordt daar ook eten verkocht en veel van de fabrieksarbeiders komen dan ook daar om te eten. Omdat het vandaag weekend is zijn allebei de winkeltjes uiteraard gesloten.

En over het weekend gesproken, vandaag was alweer mijn vierde weekend hier en dus het laatste van deze shift want mijn laatste week is ingegaan.

Loos alarm

Zit ik gisteravond lekker te eten in het restaurant, gaat opeens het alarm af. Niet het brandalarm of het beveiligingsalarm maar het alarm wat aangeeft dat we allemaal naar de verzamelplekken in het kamp moeten gaan. Het duurde toch een paar tellen voordat iedereen zich realiseerde dat er geen oefening was aangekondigd dus besloten we toch maar naar buiten te gaan, met achterlating van de halfvolle en soms zelfs nog helemaal volle borden.

Nadat we verzameld hadden op het centrale plein werd na een minuut of tien een einde gemaakt aan de onzekerheid. Het was wel degelijk een echt alarm en geen oefening, er was ergens een brandalarm te zijn afgegaan maar het bleek na onderzoek loos alarm te zijn. We konden dus terug naar ons inmiddels niet meer zo warme eten.

Hoewel ik me geen seconde onveilig heb gevoeld vroeg ik me toen het alarm afging in eerste instantie af of het mogelijk iets te maken had met de onrust op diverse plaatsen in het land. Er zijn namelijk in Basrah zelf en rond de noordelijker gelegen olievelden demonstraties geweest waarbij er wegen werden geblokkeerd en ook de toegang tot het olieveld van Noord Rumaila, waar wij gas van betrekken. Er werd gedemonstreerd voor werkgelegenheid op de olievelden, want met een werkeloosheid van dertig procent van de bevolking is het velen een doorn in het oog dat er zoveel buitenlanders werken in plaats van lokale Irakezen.

Daarbij gaat het niet zozeer om mensen zoals ik maar meer de “gewone” banen waarvoor vaak personeel uit India en Pakistan wordt gehaald. Tel daarbij op de heel vaak voorkomende stroomstoringen en het steeds brakker wordende water uit de kraan, dan lijkt het logisch dat bij veel mensen het kookpunt zo’n beetje bereikt was.

Hier in de buurt was er overigens helemaal niks van te merken, dus het afgaan van het alarm kwam gewoon op een ongelukkig moment. En over het kookpunt gesproken, we hebben deze week de vijftig graden aangetikt…

Commuters en Rotators.

Toen dit bedrijf werd opgericht iets meer dan vijf jaar geleden was er dringend behoefte aan kennis en ervaring en daarom werden er al vanaf het begin buitenlandse werknemers ingehuurd. De situatie was toen in Irak alleen heel anders dan nu en vrijwel alle buitenlanders verbleven dan ook niet in Irak zelf maar in Dubai en bezochten de fabrieken alleen wanneer dat hoognodig was.

Gaandeweg verbeterde de situatie in Irak en kon er regelmatiger in Irak zelf worden gewerkt, maar veel van de buitenlanders werden op zondag (de eerste dag van de werkweek) ingevlogen en ze vlogen op de laatste werkdag van de week (donderdag) weer terug naar Dubai. Het werkschema van deze mensen is dus verschillend van mensen zoals ik. Omdat ik op een vier weken op, vier weken af schema werk ben ik een rotator, de mensen die iedere week vanuit Dubai worden ingevlogen zijn commuters.

Het leven van de commuters lijkt heel aantrekkelijk met een weekend in Dubai en een relatief korte werkweek, maar de meesten zijn er niet zo blij mee. Die korte werkweek is in feite helemaal niet zo kort als je de tijd benodigd om te reizen niet meerekent. En het reizen op zich is al niet aantrekkelijk: veel tijd op een vliegveld voor een relatief korte vlucht van anderhalf uur en dan nog eens de lange rit in de beveiligde bus naar het kamp.

Het bedrijf wil langzaamaan van die kostbare en tijdrovende cummuter-banen af. Als mensen met zo’n baan aan het eind van hun opdracht vertrekken dan wordt de opvolger een rotator. Dat is op den duur veel efficiënter en een stuk goedkoper.

In het kamp hebben we nog een nieuwtje want we hebben nu rond de recreatiezaal annex fitness grasstroken langs het voetpad. Het is weliswaar kunstgras maar het ziet er toch wel goed uit. Van een afstandje tenminste, want als je van dichtbij kijkt is het net slecht gelegde vloerbedekking. Ik heb met verbazing gezien hoe het werd uitgerold en vervolgens met enorme krammen werd vastgenageld. Ik weet niet hoe kunstgras normaal gesproken wordt vastgemaakt maar dit is de eerste keer dat ik gras zie dat op deze manier wordt vastgeniet…

Pendelbus

Ik had vanmiddag een privé bus terug naar het IT-gebouw want ik was de enige passagier van de kwart-over-twaalf-bus. Hoewel deze rit nooit veel passagiers heeft is dit toch de eerste keer dat ik helemaal alleen zat. Dit in tegenstelling tot de bus van half twaalf op weg naar de lunch, want die zit altijd bomvol. Zo vol zelfs dat ik een tegenwoordig een geniepige truuk uithaal om verzekerd te zijn van een plekje: ik stap een halte eerder in dan de halte bij ons gebouw.

Die eerdere halte is namelijk ook het startpunt van de busroute en is maar twee minuten lopen vanaf het IT-gebouw. Als ik daar om vijf voor half twaalf aankom dan is de bus nog vrijwel leeg want alle Indiërs die daar altijd instappen doen dat pas vlak voor vertrek. Het alternatief is gewoon een kwartiertje wachten, maar er is geen garantie dat die volgende bus ook niet vol zit. Iedereen gaat namelijk om dezelfde tijd naar de lunch en dat is vanwege de openingstijden van het restaurant.

Die pendelbussen rijden de hele dag, van de vroege ochtend tot aan het begin van de avond, en ze rijden een vaste route. Er is een vast opstappunt in het KAZ kamp vanwaar de bus in een ruk doorrijdt naar de kantoren achter de fabriek, en daar zijn dan drie haltes waarvan die bij ons IT-gebouw de middelste is. In de “spits uren”, ’s morgens vroeg, tussen de middag en aan het eind van de middag, rijdt er ieder kwartier een bus, daartussen om het half uur en in het weekend is de dienstregeling aangepast.

In de bus is er behalve het pasjesritueel wat ik al heb beschreven bij mijn eerste werkdag bijna twee maanden terug nog een ritueel en dat is het verplicht dragen van de gordel. Alle stoelen zijn uitgerust met een heupgordel en die moet beslist om want anders gaat de bus niet rijden, de chauffeur houdt dat via zijn binnenspiegel in de gaten. Nu is die gordel wel voor de veiligheid maar het is toch een beetje een wassen neus. Ten eerste trekt vrijwel niemand die gordel strak want de chauffeur controleert alleen maar of hij vastgeklikt zit. En ten tweede is de maximum snelheid van de bus op het hele terrein maar twintig kilometer per uur en zelfs dat wordt door de vele verkeershobbels onderweg amper gehaald.

Die bus is dan ook maar weinig sneller dan lopen. Dat doe ik ’s morgens en ’s avonds al en eigenlijk zou ik tussen de middag ook wel willen lopen, maar met de huidige temperaturen op dat tijdstip is dat niet echt verstandig: vandaag werd er voor het eerst deze maand vijftig graden geklokt…

Zonder opgaaf van redenen…

Vandaag hebben mijn maat Ali en ik als team-leads van respectievelijk het Document Control team en het Data Control team een vergadering gehad met onze Iraakse baas Haider. Het initiatief was uitgegaan van Haider want hij wil het een en ander gaan veranderen. Tijdens de vergadering zette hij zijn plannen uiteen en het komt er op neer dat wij als team-leads volledige verantwoordelijkheid krijgen voor onze teams.

Tot nu toe was het namelijk zo dat wij alleen verantwoordelijk waren voor het werk wat er gedaan moest worden en de opleiding van de Iraakse team-leden, maar nu worden we ook verantwoordelijk voor de rest van de dagelijkse gang van zaken, inclusief hun beoordeling. Wij krijgen dat nu allemaal in eigen hand en hoeven alleen nog maar onze Iraakse baas op de hoogte te houden.

De reden dat sommige zaken gescheiden zijn geweest heeft alles te maken met de houding van de Iraakse werknemers die eigenlijk niet willen dat er “buitenlanders” de baas over hen zijn, laat staan ze beoordelen. Logisch, want wij “buitenlanders” beoordelen ze natuurlijk veel meer op hun eigenlijke prestaties, en dus veel strenger. Wij worden niet gehinderd door subjectieve criteria zoals bij welke stam of familie ze horen en hoe belangrijk die allemaal wel niet zijn, en dat is nu juist wat de meeste Irakezen geen plezierig idee vinden. Onze baas realiseert zich dat, en misschien wel juist daarom krijgen wij die verantwoordelijkheid.

Het wordt nu ook zo dat onze Iraakse team-leden bij ons moeten melden wanneer ze niet op het werk gaan verschijnen. Nou, dat zal me een klap geven! Zo is Mohammed, een van mijn eigen team-leden, eergisteren en gisteren zonder opgaaf van redenen niet op komen dagen. Mijn andere team-lid Mustafa wist me te melden dat Mohammed weg gaat, terug naar zijn oude baan binnen het bedrijf en dat hij daarom mogelijk niet helemaal meer gemotiveerd is om nog te verschijnen.

Desondanks verscheen Mohammed vandaag weer gewoon op kantoor. In tegenstelling tot Mustafa overigens die ondanks zijn “Tot morgen” van gisteren vandaag zonder opgaaf van redenen verstek liet gaan…

Uit een ver verleden…

De dagen verlopen hier grotendeels hetzelfde. Ik sta rond half zes op, ga om zes uur naar het restaurant voor het ontbijt en wandel daarna naar kantoor. Aan het eind van de middag wandel ik terug en dan ga ik meestal nog even naar de sportschool of het zwembad, daarna even douchen en dan naar het restaurant voor het avondeten. Soms klets ik daarna buiten nog wat met collega’s maar omdat iedereen de volgende dag weer vroeg op moet gaan we allemaal al redelijk vroeg in de avond al weer “huiswaarts”.

Op mijn kamer kijk ik meestal nog wat tv en als er niks van mijn gading is kijk ik iets op Netflix of ik blader wat door Youtube. Vanavond had ik zo’n Youtube-avond en al bladerend vond ik een filmpje van een concert van Uriah Heep van 17 februari 1976, in de Jaap Eden Hal in Amsterdam. Dat filmpje wilde ik wel even zien want ik ben daar bij geweest!

Het bleek geen echt filmpje maar meer een gemonteerde collage van foto’s die gemaakt waren tijdens dat concert. Maar goed, ik startte het filmpje en wat er gebeurt, zo’n 52 seconden na het begin verschijnt er een foto van de eerste rijen van het publiek en wie zie ik daar zitten: mezelf!

Ik herkende mezelf meteen, en ook mijn toenmalige maat Simon van den Berg waarmee ik toen op de TH in Delft zat. Ik herinnerde me zelfs die bollige gozer voor me (die met zijn programmaboekje zit te zwaaien) en zijn maat met dat rooie haar waar we mee aan de praat waren geraakt en die de hele tijd dikke joints zaten te roken.

Een onverwachte glimp uit mijn verleden, meer dan tweeënveertig jaar na dato. Is dat leuk of niet!

Zwembad

Het KAZ kamp heeft verschillende faciliteiten om te sporten en ik maar daar best veel gebruik van. De afgelopen jaren had ik al de gewoonte om drie keer per week naar de sportschool te gaan en hier in het kamp ga ik zelfs vier tot vijf keer per week.

De fitnessruimte is overigens niet groot en het aantal toestellen is beperkt. Er staat voor training met gewichten maar één toestel aanwezig, al kun je daar wel verschillende oefeningen op doen. De meeste andere sporters hier doen allemaal aan gewichtheffen waarvoor meerder toestellen beschikbaar zijn en heel veel “losse” gewichten, en dat is dan weer mazzel voor mij want dat ene toestel wat ik gebruik is vrijwel altijd vrij. Meer goed nieuws is ook dat de fitnessruimte binnenkort uitgebreid gaat worden en hopelijk komen er dan ook meer toestellen. Insh Allah, zoals ze hier op alles zeggen.

Ook voor conditietraining is het aantal toestellen beperkt, alleen een cross-trainer en twee roeiapparaten. Nou schijnt er in het naastgelegen kamp ook een fitnessruimte te zijn met wat toestellen voor conditietraining maar daar ben ik nog niet geweest. In plaats daarvan ga ik liever naar het zwembad. Dat zwembad is weliswaar niet breed, je kunt met niet meer dan drie naast elkaar zwemmen, maar het is wel vijfentwintig meter lang. Heel geschikt dus voor het zwemmen van baantjes en dat doe ik dan ook regelmatig.

Het water in het zwembad is trouwens verrassend koud en behalve dat het goed voor je conditie is is een duik dus ook nog lekker verfrissend. Er moet wel een koelinstallatie aanwezig zijn om de watertemperatuur zo laag te houden want met een buitentemperatuur van tegen de vijftig graden overdag zou het water aan het begin van de avond zo’n beetje moeten koken…

Kamer

Afgezien van het ongemak wat we hebben gehad met de stankoverlast in de badkamer hebben mijn maat Sachin en ik het redelijk getroffen met onze kamer. Het is allemaal wel wat basic maar ruim voldoende voor iemand alleen die per dag toch maar beperkt van die kamer gebruikt maakt en hem eigenlijk hoofdzakelijk gebruikt om te slapen en wat tv te kijken.

De kamers in het nieuwe blok waar wij zitten zijn ruimer dan in de oude barakken en uiteraard ook wat moderner, en ook niet onbelangrijk, de bedden zijn groter. De bedden zijn overigens in alle kamers goed, in ieder geval voor mij want ik slaap als een roos. De badkamers zijn niet al te groot maar hoeveel ruimte heb je nodig op je eentje, nietwaar. Er is voldoende kastruimte en de douchecabine is wel weer lekker groot met een gewone douchekop en een hemeldouche.

Het enige waar ik niet zo content mee ben is de leunstoel die in de kamer staat want die zit voor mij voor geen meter. De rugleuning is te recht en de zitting te kort, maar dat heb ik opgelost door een kussen als ruggensteun te gebruiken als ik in de stoel zit en dan gaat het wel. De bureaustoel zit wel weer erg lekker, misschien moet ik die maar gewoon meer gebruiken (waarom doe ik dat eigenlijk niet?).

De service die we krijgen in onze kamers is hetzelfde als een hotelkamer, misschien zelfs wel beter. We hebben altijd een voorraad met flessen water op onze kamer die wordt aangevuld wanneer nodig, en hetzelfde geldt voor zeep en toiletpapier. Ook een pot met oploskoffie en een doos theezakjes staat altijd klaar, met suiker en melkpoeder erbij. 

We hebben dus zeg maar dezelfde service als in een hotel met nog een paar extraatjes. Ik had al verteld over de was, waarbij het enige probleem is dat er in principe alleen heet gewassen wordt. Een collega gaf me de tip om een kaartje aan de waszak te hangen met daarop “Cold Wash” (koud wassen) en dat schijnt te helpen. Ik zal het morgen gaan zien want dan ga ik de eerste zak met dat kaartje eraan inleveren.

Kortom, we hebben alles wat we nodig hebben. Het enige wat misschien wel handig zou zijn is een magnetron, voor als je een keer geen tijd hebt gehad (of geen zin) om in het restaurant te eten, als je laat thuis komt bijvoorbeeld.

Maar goed, je moet altijd wat te wensen over hebben, toch? En als je zo nodig een magnetron wilt dan is er naast het gebouw waar ik zit een kleine witgoedwinkel waar je alles kunt kopen van wasmachines tot elektrische tandenborstels. Wat zo’n winkel in vredesnaam doet midden op een fabrieksterrein, ja dat weet ik ook niet…

Putlucht

De wind waait nog steeds vanuit het zuiden en dat betekent dat we nog steeds de rook over ons heen krijgen van de flares, en dat is te ruiken. Vaak valt het overigens wel mee, af en toe ruik je het wat sterker, de lucht van verbrande olieresten. Wat vervelender is is dat ik een stankprobleem in de badkamer heb, en ik ben niet de enige.

Ik woon in een van de nieuwste blokken in het kamp (op de foto het achterste van de twee gebouwen) en ik zit op de tweede verdieping. Op zich hebben we een prima kamer maar mijn maat Sachin, die de kamer bewoond als ik er niet ben, vertelde me tijdens mijn vorige bezoek al dat er wat problemen waren met de badkamer. Het schijnt dat daar een stevige rioollucht hing en dat is natuurlijk niet echt fris. Sachin vertelde me ook dat hij er niet achter kon komen waar die lucht vandaan kwam en dat de enige remedie was de badkamerdeur dicht houden en de lucht verder voor lief nemen.

Het bleek toen al dat onze kamer niet de enige was die er last van had, er bleken er meer te zijn maar om niet duidelijke redenen hebben sommige kamers er meer last van dan andere. Een collega die ons erover hoorde praten wist gelukkig raad, hij vertelde dat het door het afvoerputje tussen het toilet en de douchecabine kwam. Het schijnt dat daaronder geen zwanenhals is gemonteerd (wat natuurlijk gewoon standaard zou moeten zijn) en de oplossing was dan ook simpel, het afvoerputje afplakken met tape.

Toen ik hier aankwam was er dan ook geen enkel stankprobleem, totdat ik een paar dagen geleden ’s avonds terugkwam in mijn appartement. De schoonmaker had de badkamerdeur open laten staan en de putlucht kwam me meteen na het openen van de voordeur tegemoet. De schoonmaker had namelijk ook de tape van het putje verwijderd. Nou heb ik hier geen tape, en ik vermoedde al dat dit in opdracht was gebeurd dus voordat ikzelf iets ging doen deed ik eerst navraag. En inderdaad, er was een reden voor: blijkbaar is er in een kamer waar ook het putje was afgeplakt een gevalletje van overstroming geweest en nu mogen de putjes dus niet meer worden afgesloten.

Lekker dan, want de lucht was niet te harden. Een van de oplossingen was het regelmatig doorspuiten van het putje, wat wel hielp niet afdoende, en gelukkig kreeg ik een beter idee. Ik sneed een stuk af van een stuk zeep, propte dat in de pijp onder de vlotter van het afvoerputje zodat het net de pijp niet helemaal afsloot en voilà, het probleem was opgelost. Waarschijnlijk zal de zeep wel smelten op den duur maar we hebben een doorlopende aanvoer van zeep, en we hebben al een paar stukken op voorraad dus we kunnen voorlopig nog wel vooruit. In ieder geval totdat ze dit probleem structureel hebben aangepakt. Als dat tenminste gebeurt…

Donkere luchten

Vanmorgen lopend onderweg naar kantoor had ik een merkwaardige gewaarwording. Ik was na de lange rechte weg van het kamp langs de fabriek linksaf geslagen richting de kantoorgebouwen, toen het aan het eind van het open stuk net leek of er een donkere wolk voor de zon schoof. En de eerste gedachte die bij me opkwam was “Het gaat regenen”. Volslagen idioot natuurlijk en ik realiseerde me dat ook meteen, maar blijkbaar zijn mijn Nederlandse hersens zo geconditioneerd dat ik een donkere lucht automatisch associeer met “Er is regen in aantocht”.

Natuurlijk ging het niet regenen, het waren ook geen gewone wolken die voor de zon waren geschoven maar het waren wolken rook afkomstig van de flares. Het bijzondere eraan was dat ze waren ontstaan omdat er vanmorgen vrijwel geen wind stond. De flares branden vrijwel continue en zoals ik al eerder had verteld zorgen die voor flinke zwarte rookpluimen, maar die worden wanneer er wind staat weggeblazen en verspreid. Maar vanmorgen dus niet, en het resultaat was dat er boven de fabriek donkere wolken hingen die eruit zagen als regenwolken na een zomerse dag in Nederland…

Bij navraag bij mijn collega’s  (want ik was er toch wel nieuwsgierig naar) kreeg ik te horen dat het hier wel degelijk kan regenen, maar dat is niet in deze tijd van het jaar. Als het al regent is dat in de wintermaanden, december en januari, en zelfs dan stelt het blijkbaar nog niet zoveel voor.

Nederland is op dit moment erg droog heb ik gehoord, maar geloof me, zonder het gezien te hebben durf ik rustig te stellen dat dat allemaal wel meevalt vergeleken bij hier…

Engelse les

Iets wat van mij hier verwacht wordt en wat ikzelf heel erg leuk vind is het helpen van mijn collega’s met hun Engels. Je zou verwachten dat dat gedaan zou worden door iemand die Engels als moedertaal heeft maar die spreken meestal te snel of hebben een dik accent (Schotten…), en dat maakt het voor de Iraki’s grappig genoeg moeilijker om ze te verstaan dan mij. Vandaar het speciale verzoek aan onder andere mij en mijn maat Sachin (die weliswaar uit India komt maar al twintig jaar in Canada woont) om te helpen met gesprekken en ook lessen.

De vorige keer dat ik hier was heb ik al zo’n les bijgewoond om eens te kijken hoe het gaat, en eerlijk gezegd schrok ik toen van het niveau van vrijwel alle Iraki’s. Sommige kunnen Engels sprekend redelijk uit de voeten maar een stuk tekst oplezen gaat bij de meesten heel erg moeizaam en het is vaak duidelijk dat ze het wel lezen maar absoluut niet begrijpen wat er nu eigenlijk staat. Mijn Iraakse baas is bijvoorbeeld een hele aardige man maar zijn Engels is heel erg slecht en als we met elkaar praten (wat hij graag en veel doet) moet mijn teammaat Mustafa regelmatig bijspringen om te vertalen.

Vandaag heb ik zelf mijn eerste les gegeven. Geen onverdeeld succes voor wat betreft de opkomst want van de drie genodigden was alleen Mustafa er, maar die was wel heel erg enthousiast en dat maakte een hoop goed. Ik probeerde vooral om hem veel te laten praten want hoewel hij een van de Iraki’s is die het beste Engels spreekt is het nog steeds tweede-klas-middelbare-school niveau met veel versprekingen.

Ons gesprek ging aan de hand van een plaatje uit een Engels lesboek waarop een winkelstraat te zien was en we raakten in een gesprek over winkels en straten in Basrah, en over de winkel van Mustafa’s eigen ouders, hoe een Iraakse familie allemaal samen eet en nog veel meer. Erg leuk, en ik heb zelf ook zo het nodige geleerd over het leven in Irak, zelfs een beetje over de periode na de laatste oorlog, iets waar in principe niet over gesproken wordt.

Mijn baas spreekt zoals gezegd ook graag Engels omdat hij het beter wil leren spreken maar hij heeft nog een lange weg te gaan. Vooral sommige woorden willen er maar niet goed uit komen ondanks onze voortdurende aanwijzingen. Zo heeft hij het nog steeds over “elekketrikketie” (electricity) en hij heeft ook een airco in de “chicken” (kitchen dus…).

Wind gedraaid

In de bijna twee weken dat ik hier nu ben heeft er iedere dag een stevige wind gestaan, soms wat sterker, soms wat minder, maar altijd uit het noorden. Tot vandaag, want de wind is blijkbaar gedraaid en waait nu uit het zuiden en dat is precies de andere kant op.

Wat maakt dat uit zul je zeggen, maar dat maakt hier behoorlijk wat uit. Hoe de wind staat zien we namelijk altijd aan de rook die veroorzaakt wordt door de flaring. Net buiten het kamp en achter het fabrieksterrein ligt een vlakte waarop vijf hoge pijpen staan waarmee de restproducten van de verwerking van het gas worden verbrand, en dat proces heet flaring, of met een goed Nederlands woord affakkelen.

Dat affakkelen veroorzaakt een dikke zwarte rook die tot nu toe van het KAZ kamp af werd geblazen door de wind. En dat is nu dus opeens niet meer zo, de rook wordt nu richting het kamp geblazen. Gelukkig niet er recht overheen want die rook stinkt niet alleen maar bevat ongetwijfeld ook dingen die je liever niet inademt. Die indruk kreeg ik tenminste toen ik vanmiddag na het werk met een collega terug wandelde naar het kamp en halverwege te maken kreeg met onaangenaam ruikende lucht, veroorzaakt door de flaring.

 

Maar wacht eens even, zul je misschien zeggen, die fabriek was er toch om juist die flaring te verminderen en dat gas te verwerken tot iets bruikbaars? Dat klopt, maar ook dat proces heeft weer restproducten die nu worden afgefakkeld. Er wordt gekeken of daar ook weer iets bruikbaars van gemaakt kan worden maar dat is “work in progress”…

Beveiligingsoefening

Zoals ik al had verteld wordt de beveiliging in het KAZ kamp heel serieus genomen en als onderdeel daarvan worden er regelmatig oefeningen gehouden. Soms worden die van tevoren aangekondigd, maar soms ook niet.

Zo’n onaangekondigde oefening was er dus vanavond. Ik was net terug in mijn kamer na het diner toen ik me de pleuris schrok omdat het alarm afging. Iedere kamer heeft zijn eigen luidspreker dus het geluid was oorverdovend. Er werd omgeroepen dat het om een beveiligingsoefening ging, iedereen moest onmiddellijk naar binnen gaan of binnen blijven en nadere berichten afwachten.

Het alarmsignaal bleef minutenlang oorverdovend afgaan totdat er werd omgeroepen dat alles veilig was, gevolgd door een boodschap dat iedereen zich moest melden op verzamelpunt 1, een groot vierkant plein van grint in het midden van het kamp. Ik verliet mijn kamer om er naar toe te gaan en voegde in in de stroom mensen die allemaal die kant op gingen. Op het plein zijn plekken aangeduid met nummers die corresponderen met het nummer van het gebouw waar je verblijft. Mijn gebouw is nummer zestien dus ik sloot aan in de rij achter nummer zestien.

 

En toen was het wachten. We zagen de mensen van de beveiliging rondlopen met bewapening en er stonden verscheidene gepantserde Toyota Landcruisers geparkeerd rond het plein. De sfeer in de rij was ontspannen en het werd nog soortement van gezellig ook want je raakte aan de praat met mensen die je nog niet kende. De meeste gesprekken begonnen met “Wat was jij aan het doen toen het alarm afging?”, en dat leverde de nodige hilariteit op want sommigen stonden net onder douche en anderen lagen al in bed.

We moesten bijna een half uur wachten op het plein waarbij ondertussen onze namen werden opgenomen. Het bleek dat er uit ons blok twee namen misten en die moesten door de beveiliging worden gecontroleerd. Een van de afwezigen, een Chinese, beweerde dat ze het alarm niet had gehoord, wat mij een raadsel is want volgens mij was het tot in Rijnsburg te horen…

Uiteindelijk kregen we van de beveiliging het sein veilig, met meer informatie over de oefening. Er was een aanval op de hoofdpoort gesimuleerd (vandaar het commando binnen blijven) en het resultaat van de oefening was succesvol geweest gezien de reactietijden van zowel de beveiliging als de bewoners.

En toen mochten we weer naar binnen, en dat was volgens de woordvoerder van de beveiliging precies op tijd want de voetbalwedstrijd België tegen Japan stond op het punt van beginnen…

Op het matje komen…

Vertellen over Irak kan niet zonder ooit te praten over religie want dat speelt in dit land een hele grote rol. En het is ook een van de grootste problemen van dit land want hoewel het land vrijwel helemaal islamitisch is is er toch verdeeldheid. Het noorden van het land is soennitisch terwijl het zuiden van het land, dat gedeelte dus waar wij zitten, sjiitisch is. En deze beide groeperingen kunnen heel slecht door één deur…

Hoewel de soennieten in feite in de minderheid zijn (minder dan 32 procent van de bevolking) hebben ze in het verleden de macht gehad, en daar waren de sjiieten (bijna 65 procent van de bevolking) allesbehalve blij mee. Op dit moment ligt dat anders, de grootste partij in het parlement is sjiitisch, evenals de huidige Premier. Deze politieke tegenstelling werkt ook door in de relatie van het zuiden met Basrah als belangrijkste stad met de hoofdstad Bagdad, wat hier gezien wordt als het bolwerk van de soennieten.

Dat religie ook in het dagelijks leven een belangrijke rol speelt merk ik iedere dag tussen de middag. Mijn twee Irakese teamleden rollen op een gegeven moment hun matje uit op de grond, trekken hun sokken en schoenen uit en knielen dan op het matje om hun gebeden op te zeggen. Ik heb er geen enkel probleem mee maar de eerste keer dat ik het zag wist ik niet precies hoe ik hiermee moest omgaan. Ik merkte al snel dat de andere Iraki’s gewoon doorgingen met hun dagelijkse bezigheden, dus ik doet dat ook en probeer er verder zo respectvol mogelijk mee om te gaan door niet te gaan zitten praten of bellen.

Er liggen hier in een ladekast een aantal attributen waarvan ik tot vandaag geen idee had wat het waren: een verzameling ronde en achthoekige stenen, van rode klei gemaakt en met een versiering erin gegraveerd. Een collega vertelde me dat dit gebedsstenen zijn die ze op de mat kunnen leggen bij het bidden. Tijdens het buigen komt hun voorhoofd dan niet op de grond maar op de gebedssteen. Weer wat geleerd…

De onderstaande foto is gemaakt in het KAZ kamp, voor het gebouw waar ik verblijf, onderweg naar het restaurant:

Handen wassen…

De bovenstaande foto is gemaakt tijdens de wandeling naar kantoor in de vroege ochtend, rond een uur of half zeven. Eigenlijk is het een kijkje achterom want het kantoor is de andere kant op. 

Wat je ziet is het KAZ kamp waar onze onderkomens zijn. Achter de twee tanks zie je de muur waarachter het kamp zich bevindt en rechts zie je een van de wachttorens’ De ingang van het kamp is een beetje moeilijk te zien maar de is recht onder de communicatietoren die ongeveer midden in het kamp staat. Deze toren zorgt voor al onze communicatie met de buitenwereld dus ook onze Wifi.

Vlak naast de toren, op de foto overigens helemaal niet te zien, is de DFAC (Dining Facility) oftewel ons restaurant, of onze kantine, hoe je het noemen wilt. Als je daar naar door de deur stapt is de eerste ruimte waar je binnenkomt een wasruimte waar iedereen geacht wordt eerst zijn of haar handen te wassen voordat je de eigenlijke eetzaal betreedt. Daar zijn ze nogal panisch over want er staat zelfs een groot waarschuwingsbord recht tegenover de ingang waarop vermeld staat welke afgrijselijke ziektes je allemaal kunt krijgen als je je handen niet wast voor het eten.

Lijkt misschien wat overdreven maar aan de andere kant, het is eigenlijk toch wel een goeie gewoonte toch? 

En vandaag zat het weekend er voor ons al weer op. Het is toch wel even wennen dat het weekend hier op vrijdag en zaterdag is, het klopt voor je gevoel gewoon niet dat het morgen zondag is hier en geen maandag…

Stoffige dag

Ik heb inmiddels al verscheidene sleutelbossen hier en in het weekend is dat er meestal nog een extra.

Zo heb ik voor mijn kamer al vier sleutels, een van de voordeur en drie voor de kasten die ik in gebruik heb. Daarnaast heb ik een bos met drie sleutels voor het kantoor waar ik zit, een van de deur, een van het ladeblok en een waarvan ik niet eens weet waar die voor dient. En in het weekend krijg ik, omdat ik dan meestal als eerste aanwezig ben, ook de sleutels van het hele IT-Gebouw.

Doordeweeks heeft iemand anders die sleutel maar dat is iemand die in het weekend in Dubai zit en dan moet iemand anders het pand dus ’s morgens ontsluiten. Gelukkig betekent het niet dat ik dan ook als laatste weg moet gaan (ook al is dat wel vaak zo), want er is een achterdeur die alleen van binnenuit open kan en eventuele laatblijvers kunnen via die deur naar buiten als de voordeur al op slot zit.

Het was vandaag wat het weer betreft een merkwaardige dag. Toen ik vanmorgen naar kantoor wandelde was er nog niets van te zien maar op weg naar de bus voor de lunch leek het wel mistig. En dat kan natuurlijk geen “gewone” mist zijn want daarvoor is waterdamp nodig en dat zit hier beslist niet in de lucht. Het was dan ook geen waterdamp maar stof.

Het werd zelfs aangegeven op de weer-app, iets wat ik nog nooit had gezien. Grappig wel natuurlijk: “Wat voor weer hebben jullie?”, “Wij hebben Stof…”. 

Ondanks de nog steeds stevige wind verwaaide het stof niet snel. Hoewel de weer-app aangaf dat het al vroeg in de middag weer helder zou zijn was dat niet het geval, het bleef de hele middag “mistig”. Pas in de loop van de avond leek het weer helderder te worden.

Het verbaast me trouwens dat we met die sterke wind van de afgelopen week niet veel meer last hebben gehad van zand en stof in de lucht. Rond het terrein van de fabriek en het kamp zijn alleen maar kale vlaktes met zand, maar toch schijnen zandstormen hier niet zo vaak voor te komen. Gelukkig maar, want zand en stof gaan dan overal inzitten, en buiten lopen is dan ook geen pretje.

Toch maar eens op zoek naar een doek die ik hier kan dragen als gezichtsbedekking, voor het geval dat. Dat had vandaag denk ik ook wel van pas gekomen want al dat stof in de lucht kan nooit gezond zijn.

Werkethiek…

Iets wat altijd heel serieus wordt genomen in deze business is veiligheid, en niet alleen veiligheid ten aanzien van de processen in de fabrieken maar ook persoonlijke veiligheid. De grootste afdeling binnen bedrijven is niet zelden de afdeling die toeziet op alle mogelijke aspecten van veiligheid, en die organiseert hier regelmatig bijeenkomsten om een bepaald onderwerp te bespreken. En dat kan dan van alles zijn, van het werken op steigers tot geestelijke gezondheid.

Gisteren hadden we zo’n bijeenkomst waarbij iedereen geacht wordt alles te laten vallen voor een half uur om de presentatie bij te wonen. Ik hoefde niet ver te lopen want het was in de hal net voor mijn deur, en het onderwerp was “vermoeidheid”. Het ging over de oorzaken en gevolgen, met name natuurlijk tijdens het werk, en wat eraan te doen is door jezelf en eventueel door collega’s. De presentatie werd gegeven in het Arabisch en in het Engels, het Arabische gedeelte werd gedaan door Mustafa die in mijn team zit, hij is op de foto de tweede van rechts.

Iets wat hier heel wat minder serieus wordt genomen is de werkethiek. De werkdagen zijn voor de lokale werknemers niet bepaald lang, ze komen rond een uur of acht en ze vertrekken alweer om twee uur ’s middags. Dat wil zeggen, als ze al op komen dagen, want de meesten komen wanneer het ze uitkomt. Dat klinkt voor ons Westerlingen ronduit bizar maar er is ons tijdens onze introductietrainingen op het hart gedrukt hier vooral niet moeilijk over te gaan doen. Dat levert totaal niets op, en als het al iets oplevert zijn het moeilijkheden voor jezelf.

Het punt is namelijk dat de meeste lokale werknemers onderdeel zijn van het oorspronkelijke Iraakse gasbedrijf wat nog steeds onderdeel uitmaakt van dit samenwerkingsverband, en dat is een overheidsbedrijf. Het zijn dus allemaal ambtenaren en die kunnen in dit land niet ontslagen worden (er zit nog veel meer achter maar daar kom ik nog wel eens uitgebreider op terug). In mijn team bijvoorbeeld heb ik op dit moment twee man: de ene is de hele week niet verschenen, de andere wel maar woensdag wenste hij me bij vertrek alvast een prettig weekend want “Morgen kom ik niet,” zei hij. Mijn collega van Document Control heeft zes man maar vertelde me dat er op een willekeurige dag hooguit twee verschijnen.

Soms is het plotseling druk op kantoor, maar dat heeft een praktische reden. De meesten hebben namelijk thuis geen air conditioning en op kantoor is het lekker koel…

Wasdag

Hoewel het KAZ kamp beslist spartaans aandoet valt het met de dienstverlening reuze mee, het gaat er eigenlijk net zo aan toe als in een hotel. Onze kamers worden iedere dag schoongemaakt, heb je vuile handdoeken dan gooi je die op de grond van de badkamer en ze worden vervangen en je bed wordt iedere dag verschoond.

De was is een iets ander verhaal dan in een hotel omdat er nu eenmaal geen room-service is, maar ook dat is prima geregeld. In iedere kamer ligt een zak om je vuile wasgoed in te doen en die hoef je alleen maar ’s morgens voor je naar je werk gaat voor je deur op de gang te gooien en dan vind je diezelfde zak met alles gewassen en gestreken of opgevouwen als je ’s avonds terug komt hangend aan je deurknop terug.

Het is alleen wel even uitkijken met wat je wilt laten wassen want er is maar één wasprogramma. Ik was al gewaarschuwd door collega’s dat je kleren waar je erg zuinig op bent beter niet mee kunt nemen naar Irak of in ieder geval niet laat wassen, dus ik had bij Riet al advies gevraagd hiervoor.

Het lijkt er op dat het meeste wel goed gaat, mijn overhemden komen keurig gestreken en in goede staat terug, maar vanmiddag kwam er een paar sokken uit de zak die ik nu gelijk kan doorschuiven naar Gijsje…

Het wordt warmer…

Zoals gezegd is het ’s morgens heerlijk om naar kantoor te wandelen, een wandeling van iets van een kwartier, en ook ’s avonds terug is het goed te doen.

Voor wandelaars is er een apart pad het kamp uit waarbij je niet via de hoofdpoort het fabrieksterrein betreedt maar via een gebouwtje met een beveiligd draaihek en een zijuitgang in de betonnen muur rond het kamp. Dat beveiligde draaihek is trouwens zo krap dat ik me afvraag of het wel te gebruiken is door mensen met laat ik zeggen een wat ronder postuur…

Het eerste wat je ziet als je het kamp uitloopt richting de fabriek is een groot elektronisch bord waarop diverse standen worden bijgehouden.

In het bovenste gedeelte wordt bijgehouden hoelang het geleden is dat er een incident of een ongeval is geweest en hoeveel lekken er zijn geweest in die periode. In het onderste gedeelte wordt bijgehouden wat de dagelijkse productie is van gas, LPG en condensaat.

Tussen de middag is het op dit moment geen doen om voor de lunch heen en terug te lopen naar het kamp, waar het restaurant is. Je komt daar al vrij snel achter als je het toch probeert want de hitte is op dat moment van de dag zo erg dat het je gewoon de adem beneemt.

De vorige keer dat ik hier was, amper een maand geleden was het nog wel te doen maar op dit moment loopt de temperatuur rond het middaguur op tot bijna vijftig graden zoals je kunt zien op de weer-app op mijn telefoon.

 

Overigens, hoewel de app een maximale temperatuur aangaf van negenenveertig graden hoorde ik vanavond dat sommige thermometers in het kamp zelfs temperaturen tot eenenvijftig graden hadden aangegeven…

Er zat tussen de middag in het portaal van ons gebouw een zielig uitziend vogeltje wat het zo te zien ook moeilijk had met de hitte en misschien daarom ook wel de schaduw had opgezocht.

Kastsleutel

Hoewel ik inmiddels helemaal geïnstalleerd ben in mijn kamer waren er nog twee kleine probleempjes. Allereerst is er een kluis onder het bureau maar die zit op slot en navraag bij mijn maat leverde op dat dat ook al zo was toen hij de kamer betrok, en er is geen sleutel en we hebben geen van beide de code.

Het andere probleem was met mijn kast. Sachin en ik hebben allebei een kast voor onze spullen die we in de kamer willen laten als we met verlof gaan, maar van een van de twee deuren van mijn kast ontbrak de sleutel en die kon dus niet op slot.

Voor beide probleempjes, die meer vervelend zijn dan onoverkomelijk, was ik vorige week vrijdag al naar de receptie geweest. Er zou iemand langs komen om een nieuw slot op de deur van mijn kast te monteren en de kluis open te maken. Er werd keurig een notitie gemaakt en alles wat ik hoefde te doen was een stickertje op de kastdeur plakken die niet op slot kon.

Nu is het meeste hier erg strak en efficiënt georganiseerd, maar blijkbaar toch niet alles want er kwam tot vandaag nog steeds niemand opdagen om die klusjes uit te voeren. Vandaar dat ik voordat ik naar het restaurant ging vanavond toch maar weer even langs de receptie ben gelopen om te vragen hoe het zat.

Er ontstond wat discussie in een taal die ik niet verstond en de beide medewerkers liepen naar achteren. Even later kwamen ze terug met een sleutelbosje en de mededeling dat een van hen met mij mee zou lopen om te checken of de reservesleutel van mijn kast soms aan dat bosje zat. Geen woord dus meer over vervanging van het slot…

Maar goed, George (uit Uganda) liep met mij mee naar mijn kamer en jawel, na een paar sleutels geprobeerd te hebben bleek de volgende te werken op het slot! Wat blijkt, dat bosje sleutels waren dus alle reservesleutels van alle sloten op mijn kamer, en het is me dus een raadsel waarom ze niet meteen met deze oplossing kwamen. Maar vier jaar Filipijnen hebben ervoor gezorgd dat ik niet meer verbaasd sta van dit soort voorvallen, het maakt niet uit hoe, mijn probleem is opgelost en mijn kast kan weer op slot.

De kluis was ik even vergeten, maar nu alle kasten gewoon op slot kunnen heeft dat niet meer zo’n haast. Daar begin ik volgende week of zo wel over…

Wat we hier doen

Ik krijg nogal eens de vraag van vrienden en bekenden wat ik nou precies doe in Irak, en laat ik daar eens een antwoord op proberen te geven. Daarvoor moet ik eerst uitleggen waar ik werk en wat we daar allemaal doen.

Het eerste plaatje laat zien waar we precies zitten in Irak. De rode cirkel geeft aan waar ik gestationeerd ben, in Khor Al Zubair, maar zoals je ziet heeft de Basrah Gas Company meerdere fabrieken.

Khor Al Zubair ligt op ongeveer dertig kilometer ten zuiden van Basrah en zoals je ook kunt zien relatief dicht bij de grens met Iran en de Perzische Golf.

Wat de Basrah Gas Company doet is het verwerken van het gas wat vrijkomt als restproduct bij de verwerking van ruwe olie. Dat gas werd vroeger gewoon afgefakkeld wat niet alleen zonde is maar ook schadelijk voor het milieu. 

 

 

Het proces om het gas te scheiden van de andere producten die ontstaan bij het verwerken van ruwe olie zie je op dit plaatje hier links.

Het “vuile” gas wordt in de fabrieken voor het grootste deel verwerkt tot aardgas wat verkocht wordt aan het nationale gasbedrijf DOMGAS wat er hun energiecentrales mee van brandstof voorziet. Er wordt verder ook nog LPG geproduceerd, en er zijn daarnaast nog andere producten zoals Propaan en Butaan die bestemd zijn voor de export. Het hele verhaal zie je op het volgende plaatje, wat wel een beetje technisch is maar het laat mooi het hele proces zien. En zoals jullie inmiddels wel weten, ik werk op de fabriek die in het plaatje wordt aangeduid als “KAZ”:

En wat ik nu precies doe? Nou, al die fabrieken bestaan uit heel veel onderdelen waarvan de specificaties, de tekeningen en de processen vastgelegd zijn in computerbestanden en documenten. Het probleem is dat al die gegevens nu overal verspreid zijn opgeslagen, en de taak van de afdeling waar ik toe behoor is het vastleggen van al die gegevens in centrale bestanden die al die gegevens aan elkaar koppelen zodat het makkelijk is om informatie op te zoeken.

Er zijn twee teams: het ene houdt zich bezig met het organiseren van alle documenten, het andere is verantwoordelijk voor het herstructureren en vastleggen van alle elektronische data. Samen met mijn back-to-back leid ik dat laatste team, en onze belangrijkste taak hierin is het opleiden van Iraki’s om dit werk te gaan doen.

Ben ik een beetje duidelijk zo? Zo niet dan hoor ik het wel.

Rommelige werkdag

Het begon vanmorgen veelbelovend want ik werd deze keer op tijd wakker, ondanks dat ik gisteravond nog de wedstrijd van Zwitserland tegen Servië had afgekeken. Tijdens de wandeling naar het kantoor stond er nog steeds een stevige wind, en dat was de afgelopen dagen ook al het geval geweest. Tijdens mijn vorige shift stond er ook altijd wel wind maar niet zo erg als nu. Niet dat het er frisser door wordt hoor, het voelt alleen aan alsof je geföhnd wordt…

Aangekomen op kantoor bleek al snel dat het een lastige dag zou worden. Ik was van plan om een begin te maken met wat werkzaamheden maar ik kwam er al snel achter dat dat lastiger zou worden dan ik had ingeschat want de laptop die ik gezamenlijk gebruik met mijn back-to-back was nog bijna maagdelijk leeg. Ik vermoed dat Sachin alle software en instellingen op zijn persoonlijke harde schijf heeft staan want op de laptop stond vrijwel niks. En dat betekende dat ik moest beginnen met het opnieuw installeren van vrijwel alles.

Het proces werd nog eens bemoeilijkt doordat ik nergens een lijstje kon vinden met onze gezamenlijke wachtwoorden en het ontbreken van hulp van onze IT afdeling, want dat zijn allemaal Iraki’s en die hebben dus weekend. Ik ben gelukkig wel wat opgeschoten maar al met al was het dus een rommelige en weinig productieve dag. Gelukkig is morgen iedereen er weer en dan kan ik hopelijk afronden wat ik vandaag heb gedaan en echt aan het werk.

Eerste echte werkdag

Vanmorgen werd ik met een schok wakker omdat mijn wekker afliep. Niks bijzonders zul je misschien zeggen, maar voor mij wel want ik ben altijd wakker voordat de wekker afgaat. Niet echt een vlot begin dus van mijn eerste echte werkdag, en dat is het want tijdens mijn vorige korte shift heb ik zelf nog niet echt veel werk kunnen doen, dat was meer over de schouder van mijn maat meekijken.

Maar nu moest het dan gebeuren, en gelukkig wist ik al dat het een relatief rustige dag zou worden want het is weekend in Irak. Ik besloot na het ontbijt om niet de bus te nemen maar naar kantoor te wandelen, een wandeling van zo’n anderhalve kilometer die op dat tijdstip van de dag nog goed te doen is. Ik kwam zelfs nog net iets eerder dan de bus aan bij het gebouw waar de IT afdeling (waar ik ook bij hoor) is gevestigd.

Op kantoor stapte ik naar binnen net voor een Nigeriaanse collega die me vroeg of ik soms iemand zocht. “Nee,” zei ik, “ik kom hier werken…”. Er druppelden nog een paar collega’s binnen die ik op een na allemaal nog niet kende, en dat komt omdat degenen die ik al wel heb ontmoet meestal nog op rotatie-verlof zijn (behalve de Iraki’s natuurlijk want die hebben gewoon weekend).

Er is iedere vrijdag een vergadering van alle expats in het IT-gebouw en daarna gingen we (het was ondertussen rond half twaalf) gezamenlijk terug naar het kamp voor de lunch. Dat doen we tussen de middag maar met de bus want met de ruim 43 graden van vandaag en in de brandende zon is het niet echt verstandig om te gaan lopen.

Verder was het zoals verwacht een rustige dag met veel oriëntatie en uitzoekwerk, mails en rapporten doorlezen en proberen overal kaas van te maken, wat trouwens niet altijd meeviel. Het zal nog wel een paar dagen voordat ik echt wat zinnigs kan gaan doen, maar het begin is er…

Terug in het KAZ kamp

Nou, met dat hotel in Dubai is het niet helemaal goed gegaan. Na een voorspoedige vlucht was ik even voor zevenen vanochtend in terminal A op de luchthaven waar ik op zoek ging naar het hotel waar ik bij het inchecken gisteren een voucher voor had gekregen. Ik volgde de borden met “Hotel” en via een lift kwam ik op de 6e verdieping uit waar het hotel was, maar bij het tonen van mijn voucher bij de receptie bleek dit niet het hotel te zijn waar ik moest zijn. Ik kreeg te horen dat ik door de douane de luchthaven uit moest en met een taxi naar het “Le Meridien”.

Dat was niet helemaal wat ik had verwacht, want zo lang was mij overstap nou ook weer niet en ik rekende snel uit dat ik dan misschien drie uurtjes in het hotel door kon brengen. Dat leek me erg veel moeite en ik besloot daarom maar naar de Business Lounge te gaan van Emirates waar ik op een lounge-bank nog een tijdje heb liggen pitten, want veel slaap had ik tijdens de vlucht naar Dubai niet gehad. Eenmaal weer wakker besloot ik toch maar even te kijken waar dat “Le Meridien” nou precies was en kwam tot de ontdekking dat het met die taxi-rit wel meeviel. Het hotel bleek tegenover de uitgang van de luchthaven te liggen en misschien had ik dus toch de moeite maar moeten nemen. Nou ja, weet ik dat voor de volgende keer…

De vlucht naar Basrah verliep ook zonder problemen en bij aankomst was ik dankzij mijn visum een heel stuk vlotter door de controles en de douane dan de vorige keer. Het ontvangstcomité stond ook al klaar en na een korte wachttijd, waarin ik kennis maakte met twee Nederlanders die in hetzelfde kamp zitten, vertrokken we per taxi van de luchthaven.

Zoals gebruikelijk brachten de taxi’s ons naar het terrein net buiten de luchthaven waar de busjes stonden te wachten om ons naar het KAZ kamp te brengen. In de busjes hesen we ons in de kogelvrije vesten en tot mijn opluchting kreeg ik daar ook mijn nieuwe Oil Field Pass, een document wat nodig is om de olievelden te mogen betreden. Mijn vorige pas was een tijdelijke die inmiddels was verlopen en zonder nieuwe pas zou ik niet naar het KAZ kamp kunnen reizen. Maar gelukkig was ook dit weer prima geregeld, en zo kwamen we na een rit van iets meer dan een uur aan in het KAZ kamp.

Bij de receptie haalde ik de sleutel op van kamer 116-33, het onderkomen van zowel mijn back-to-back Sachin als mijzelf. In het appartement aangekomen heb ik mijn koffers uitgepakt en mijn eigen kasten ingeruimd, zodat ik nu ben gesetteld voor de komende vier weken. Of eigenlijk moet ik zeggen, voor de komende drie jaar…

Einde van mijn eerste verlof

Mijn eerste korte verlofperiode van toe en een halve week zitten er vandaag al weer op. Vanavond vertrek ik vanaf Schiphol naar Dubai om vandaar morgenmiddag door te reizen naar Basrah.

De reis was al geregeld tijdens mijn eerste twee weken in Irak. Ik vlieg deze keer weer met Emirates in plaats van met KLM en dat betekent dat ik weer van een paar voordeeltjes gebruik kan maken. Emirates heeft namelijk voor Business Class passagiers een limousine service om je thuis op te halen, en voor langere overstaptijden wordt er in Dubai een hotelkamer geregeld. Voor Riet betekent dit dat ze me vanavond niet weg hoefde te brengen en na aankomst morgenochtend in Dubai hoef ik niet tot morgenmiddag op de luchthaven rond te gaan hangen in afwachting van de vlucht naar Basrah.

Vanmiddag was er nog even lichte paniek want via e-mail kreeg ik een overzicht van de beveiligingsdienst van Basrah Gas met de namen van de personen die morgen worden verwacht op de luchthaven van Basrah en daar stond mijn naam niet bij. In verband met de extreem hoge beveiligingseisen betekende dat dat ik niet vanuit Dubai naar Basrah zou mogen vertrekken want er werd blijkbaar niet op mij gerekend met het transport van de luchthaven naar het KAZ kamp. Via een snel e-mailtje en een WhatsApp berichtje naar mijn collega in het KAZ kamp kon dit gelukkig snel worden opgelost en op de nieuwe lijst die ik vlak daarna kreeg toegestuurd stond mijn naam gelukkig wel.

De limousine stond om even over half zes (ruim een kwartier te vroeg) al voor de deur in de Bankijkerweg en om even over half acht zat ik al in de Business Lounge op Schiphol met een bakkie koffie. En nu maar wachten op het moment van vertrek..

Ziekenfonds perikelen…

De afgelopen dagen heb ik heel wat tijd moeten besteden aan de nasleep van mijn transfer van Rijswijk naar mijn nieuwe job. In principe was alles goed geregeld, behalve een niet onbelangrijk onderdeel, de overgang naar een nieuwe ziektekostenverzekering.

Omdat ik nu een job heb in het buitenland moet ik verplicht over naar een internationale ziektekostenverzekering. Daarvoor wordt sinds kort een ander bedrijf gebruikt dan bij mijn vorige buitenlandse assignments, maar de overeenkomst is dat zowel het vorige als het huidige bedrijf niet in Nederland zijn gevestigd. Dat levert een probleem op, want als Nederlander ben ik verplicht om in Nederland een ziektekostenverzekering te hebben en daar zit hem waarschijnlijk in dit geval de kneep.

Tot voor kort werd hiervoor namelijk onze “gewone” ziektekostenverzekering bij het Zilveren Kruis, die we hebben via een collectieve verzekering van ons bedrijf, omgezet naar een zogenaamde slapende verzekering. Die bleef dan bestaan naast onze internationale ziektekostenverzekering en op die manier beleven we toch voldoen aan de Nederlandse wet. Het nieuwe bedrijf waar we die internationale ziektekostenverzekering nu hebben lopen maakt echter gebruik van het Nederlandse CZ als partner voor deze constructie, en onze lopende verzekering bij het Zilveren Kruis had dus moeten worden opgezegd.

Dat was blijkbaar niet gebeurd want vorige week werd er keurig weer een maand ziektekostenpremie afgeschreven van onze bankrekening, en bij navraag bij het Zilveren Kruis bleken ze van niks te weten. Uiteraard wisten de dames van de helpdesk van het Zilveren Kruis ook niks af van de speciale constructie in combinatie met een internationale verzekering en bleek opzeggen door mijzelf niet mogelijk.

Ik ben dus langdurig aan het bellen en e-mailen geweest met het Zilveren Kruis en onze eigen afdeling Personeelszaken om dit opgelost te krijgen, en zoals alles wat niet gelijk goed gaat leverde dit flinke problemen op. Met name het te pakken krijgen van de juiste persoon of personen bleek een haast onmogelijke klus, vooral omdat er weinig tot geen reacties terug kwamen op mijn vragen, en mijn transfer coordinator in Maleisië (die hier eigenlijk voor had moeten zorgen) was het Suikerfeest aan het vieren…

Het leek er dus op dat ik in een soort patstelling terecht gekomen was maar vandaag kwam er dan eindelijk licht in de duisternis. Het bedrijf waar onze nieuwe internationale ziektekostenverzekering is afgesloten had contact op moeten nemen met CZ in Nederland om daar alles te laten regelen wat nodig was om aan de Nederlandse wetgeving te voldoen, inclusief het opzeggen van onze lopende verzekering bij het Zilveren Kruis.

Het is dus nu eindelijk in beweging, en hopelijk wordt het nu snel opgelost want alle ziekenhuizen, dokters en apotheken in Nederland gebruiken een centraal systeem waarin staat waar je bent verzekerd voor je ziektekosten en bij ons staat daar dus nog steeds het Zilveren Kruis. Terwijl dat in principe al sinds 19 mei niet meer het geval is…

Pergola

De tuinman is een week of wat geleden al bezig geweest om onze tijd op te knappen voor de zomer, maar dat was nog niet helemaal klaar. Er bleek nogal wat plantenspul dood te zijn of aan vervanging toe, en er moest nog steeds een rek geplaatst worden om onze vier platanen naar elkaar toe te laten groeien zodat er in de toekomst een schaduwrijk plekje ontstaat op het achterste terras. Met name dat laatste klusje kon pas gedaan worden als de platanen weer waren uitgegroeid en de takken weer soepel waren geworden.

Deze week werd al dit werk aangepakt, waarbij het voor ons toch wel een verrassing was dat het rek voor de platanen er anders uit kwam te zien dan we hadden verwacht. Wat we verwachtten was namelijk een simpel rek wat de vier boomtoppen met elkaar verbond waarover de takken zouden worden gevlochten, maar in plaats daarvan werd er een stalen rek om de bomen geplaatst met draden waarlangs de takken werden gevlochten.

Het ziet er nu dus wat massaler uit dan we hadden verwacht maar het effect is dat het nu een soort van pergola gaat worden. En dat vinden we wel weer erg leuk, want Riet heeft al besloten dat dit uitermate geschikt is voor extra tuinverlichting en er kunnen klimplanten geplaatst worden tegen de vier poten. En hoewel het nog wel een tijdje zal gaan duren voordat het “dak” van de pergola helemaal is dichtgegroeid ziet het er nu al een stuk leuker uit en zal het uiteindelijk volgens ons erg mooi gaan worden.

Graafmachine

Ik ben al weer een paar dagen terug in Nederland en op dit moment probeer ik te wennen aan het idee dat ik de hele dag thuis ben en toch niet echt vakantie heb. Dat lijkt allemaal erg prettig maar ik heb ineens een heleboel vrije tijd te spenderen en dat is, hoe stom dat ook mag klinken, toch niet zo eenvoudig als het lijkt.

Het eerste waar ik aan ben begonnen is het afwerken van mijn boodschappenlijstje. Hoewel ik al een flinke koffer met al mijn benodigdheden heb meegenomen naar Irak zijn er toch nog wel een paar dingen die ik nodig heb. Het gaat hoofdzakelijk om praktische kleren, want ik was in eerste instantie een beetje op het verkeerde been gezet voor wat betreft de “dress code” op kantoor. Ik had namelijk gelezen dat dat “smart casual” was, dus een overhemd, nette broek en nette goed gepoetste schoenen, maar dat bleek dus niet het geval. Ik kreeg zelfs de vraag of ik niet een beetje moest “down-adressen”…

Dat betekent dus meer spijkerbroeken en polo-shirts en overhemden met korte mouwen. Met name van die laatste twee heb ik wel het een en ander hangen maar die zijn allemaal een kilo of twaalf geleden gekocht en dus vrijwel allemaal veel te groot. Ook wat schoenen betreft, er moesten minstens twee paar sneakers bij komen want mijn nette schoenen bleken in het stoffige klimaat van Irak niet erg praktisch. Ik was met een paar bruine en een paar zwarte schoenen begonnen maar na een week had ik alleen nog maar grijze…

Er is dus nog wel het een en ander te doen aan boodschappen maar ondertussen had ik ook nog een ander karweitje om af te ronden. Het afscheidskado wat ik had gekregen van mijn collega’s in Rijswijk was een graafmachine van Technisch Lego, want waar ik naar toe zou gaan is tenslotte een heleboel zand. Het in elkaar zetten bleek weer een ontzettend leuk klusje, en misschien ga ik nog wel meer aan de slag met dat technische spul van Lego…

Terug naar Nederland

En alweer liep de wekker vroeg af want ik had met Sachin afgesproken dat ik om half zes mijn kast zou komen inruimen in ons gezamenlijke appartement. Dat ging allemaal probleemloos, ik heb wat kleren uit mijn koffer gehaald en in de kast opgehangen en neergelegd, en er was zelfs nog ruimte over voor mijn koffer. Ik kon overigens nog maar de helft van mijn kast gebruiken want van de andere helft is de sleutel weg. De deuren hebben namelijk verschillende sloten, niet erg handig, maar dat probleem los ik wel op als ik weer terug ben.

We liepen het korte stukje naar het restaurant voor het ontbijt waarna we naar de kantoorgebouwen wandelden, langs de fabriek. Het is op dat moment van de dag nog niet zo erg heet dus het was prima te doen. De ochtend hebben we nog zo goed mogelijk besteed want dit was waarschijnlijk onze laatste gelegenheid samen. In de toekomst vertrekt de een op dezelfde dag dat de ander aankomt en de kans bestaat dus dat we elkaar helemaal niet meer gaan zien. Een raar idee wel…

Overigens zagen we toen we langs de fabriek liepen nog een aardig fikkie, waarvan we niet konden zien wat er nu precies aan de hand was. Het kon een lek zijn ergens, maar het rook naar verbrande autobanden. We zijn er ook niet achter gekomen maar bij kantoor aangekomen bedekte de zwarte rook zowat de hele lucht. Wat het ook was, twee uur later was het uit.

Ik was van plan om om elf uur de shuttlebus terug naar het kamp te nemen zodat ik tijd had om mijn spullen op te halen uit mijn kamer, de sleutel in te leveren bij de receptie en dan nog een snelle lunch te nemen voordat om twaalf uur de bus naar de luchthaven vertrekt. Maar al wat er kwam, geen bus om elf uur en ook in het daaropvolgende kwartier niet. De eerstvolgende bus kwam pas om kwart over elf en dat betekende dat ik de lunch moest laten schieten.

De rit naar het vliegveld met de gepantserde bus duurde ruim vijf kwartier, een nogal ongemakkelijke rit over het slechte wegdek en iedereen zat te puffen in zijn kogelvrije vest. Vlak buiten de luchthaven werden we overgezet in taxi’s die ons verder naar de vertrekhal zouden brengen, maar dat ging niet zonder oponthoud. Bij de eerste controlepost moesten we onze paspoorten en tickets laten zien, en niet te geloven, twintig meter verderop bij een andere wachtpost weer!

Meteen daarna moesten we met tassen en koffers de taxi uit en een soort container in waarin een bagageband met röntgenapparaat bleek te staan. Mijn tas moest open maar de soldaat deed niet moeilijk, hij graaide wat rond (voor zover ik kon zien werd er niks gepikt, wat niet vanzelfsprekend schijnt te zijn) en ik mocht door. Aan de andere kant stonden de taxi’s weer te wachten en konden we weer verder.

Aangekomen bij de vertrekhal was er bij de deur weer een bagagecheck met een röntgenapparaat (“Laptop out! laptop out!”) voordat we konden inchecken bij de balie. Er stonden maar vier vluchten gepland dus het was overal erg rustig maar voor de incheckbalie (je gelooft het niet), was er weer een bagagecheck met een röntgenapparaat, nog geen twintig meter na de vorige! En het wordt nog gekker, want toen we na het inchecken doorliepen naar de paspoortcontrole was er weer een bagagecheck met een röntgenapparaat…

Daarna konden we dan toch zonder verder oponthoud doorlopen naar de gates, maar omdat we nog wat tijd hadden hebben we nog een uurtje doorgebracht in de business lounge. Terug bij de gate voor het instappen, je houdt het niet voor mogelijk, weer een bagagecheck met een röntgenapparaat! Gelukkig was dit de laatste en vlak daarna konden we het vliegtuig in.

De vlucht met FlyDubai duurde iets minder dan anderhalf uur. We kwamen aan bij Terminal 2, de thuisbasis van FlyDubai, maar voor ons heel ongunstig gelegen aan de andere kant van het vliegveld. Gelukkig bleek er een shuttlebus te rijden naar Terminal 1 waar ik moest zijn, en bij het vertrekpunt aangekomen kon ik gelijk instappen. Ik was toen alleen nog met Chobie die een andere bus moest hebben, dus ik moest snel afscheid nemen.

De bus reed helemaal rond het vliegveld en zette me zo rond half zeven plaatselijke tijd af bij Terminal 1 vanwaar mijn KLM vlucht om kwart voor een vannacht zal vertrekken. Het wordt dus nog een hele zit, en omdat ik niet met Emirates vlieg maar met KLM moet ik genoegen nemen met de KLM business lounge. Jaja, ik hou al op…

Terug naar KAZ

Nou, dat begon al goed vanmorgen. Ik stond om half vijf in de badkamer, draaide de kraan open en kreeg vervolgens een zielig straaltje wat na een minuut helemaal ophield. Ik had nog net genoeg water om mijn tanden te poetsen maar wassen en scheren ging niet meer. Niks aan te doen, ik maakte snel mijn bagage klaar en wilde net de deur uitlopen toen ik gerochel in de badkamer hoorde en jawel, het water was terug. Ik had nog net tijd voor een snelle was- en scheerbeurt dus ik kwam alsnog fris met mijn koffer aan bij de bus.

Ik leverde mijn kamp-pas en sleutel in want ik verwachtte hier tenslotte niet meer terug te keren. Aangekomen in het KAZ kamp liep ik met twee andere collega’s (die ook vandaag verkasten) naar de receptie voor de sleutel van een kamer in het kamp en wat denk je, mijn naam stond niet op de lijst! Helemaal onverwacht was dat niet want de informatie die ik gisteravond had gekregen gaf aan dat er ergens iets fout was gegaan, en ondanks de verzekering van de man die ik had gebeld dat alles in orde was vermoedde ik al dat dat niet waar was.

Ik liep snel naar het administratiegebouw waar de persoon die ik moest hebben zowaar al aanwezig was (het was net zes uur). en die hielp me alsnog aan een kamer. Hij regelde ook meteen dat mijn busreis in de middag naar het AMBP kamp werd gecanceld, dus alles is gelukkig toch goed gekomen alleen met wat meer rompslomp.

Nadat ik mijn koffer had gedumpt in de mij toegewezen kamer wandelde ik naar het restaurant om te gaan ontbijten toen ik een bekende tegenkwam: mijn ouwe maat John waar ik samen mee op Sakhalin had gezeten en die ik sindsdien niet meer had gezien. We hadden wel contact gehouden, dus hij wist dat ik zou komen en het was geweldig elkaar weer te zien. We hebben op kantoor uitgebreid bijgepraat want hij bleek in hetzelfde gebouw te werken als ik, en dat gesprek hebben we tijdens de lunch, tijdens het diner en ook daarna in een van de zitplekken op het kamp nog voortgezet.

Inmiddels staat mijn koffer weer gepakt, maar die hoeft niet ver. Morgenochtend breng ik die naar het appartement waar nu mijn collega Sachin nog in zit, daar kan ik alvast mijn kast inruimen. De koffer laat ik ook meteen daar dus ik reis morgen met weinig bagage terug naar Nederland.

Voor alle zekerheid heb ik wel even gecontroleerd of het vervoer naar het vliegveld gelijk goed geregeld is en dat bleek het geval. De bus vertrekt om twaalf uur en ik sta op de lijst…

Laatste dag in AMBP?

Laat ik beginnen met even iets recht te zetten. Ik had verteld dat we onderweg van het Al Majal Business Park naar het KAZ kamp alleen maar zand tegenkwamen onderweg. Vanmorgen hadden we een shuttlebus waarvan de ramen een iets beter zicht naar buiten gaven en ik kon constateren onderweg dat er wel degelijk het een en ander groeit. Wat me met name opviel was dat er tussen de armetierige struikjes en boompjes wel degelijk gras groeit, een gelige sort die wel op stro lijkt en die dus nauwelijks opvalt in het zand. Maar dat is dus wat de geiten eten.

Op kantoor aangekomen vandaag bleek al snel dat we nauwelijks met onze computers konden werken. Het internet was zo traag dat we niet eens konden inloggen op de systemen die we nodig hebben om te kunnen werken en het was dus het grootste deel van de dag duimen draaien en praten met collega’s. Voor mij was met name dat laatste wel leuk want ik ben hier tenslotte net en zo leer ik ze een beetje kennen.

De oorzaak van het internet probleem is tamelijk bizar. Er zijn deze week in Irak namelijk staatsexamens, en zoals overall werd er in het verleden uitgebreid mee gefraudeerd via het internet. Examenformulieren werden doorgemaild en antwoorden online opgezocht via smartphones en tablets. De regering heeft besloten om daar nogal drastisch een einde aan te maken, gedurende de examenweek wordt in het hele land simpelweg het internet afgesloten. Nu hebben we voor ons bedrijf wel een backup system wat we kunnen gebruiken als het internet uitvalt en dat was vandaag ook actief, maar dat system is niet berekend op de normale dagelijkse hoeveelheid werk. Het enige lichtpuntje was dat ik al mijn gegevens eindelijk weer terug heb en ik dus weer op volle oorlogssterkte ben, vervelend alleen dat ik er vandaag geen moer aan had…

Wat betreft het AMBP kamp, zoals gezegd is het eten daar ook prima al is de keus niet zo groot als in het KAZ kamp. Vanavond was er een verrassing, het vlees kwam deze keer van de barbecue, die vanmiddag al stond op te warmen toen ik naar de fitnesszaal ging. Dat was trouwens de zesde dag op rij dat ik ging sporten. Niet dat ik het opens veel leuker ben gaan vinden, maar er is nou eenmaal niet veel anders te doen hier. 

Zoals gezegd was vandaag als het goed is mijn laatste dag in het AMBP want morgen overnacht ik in principe in het KAZ kamp. Tenminste, dat is de bedoeling, maar zeker weten die ik dat nog niet helemaal. Tijdens het eten vanavond attendeerde een van mijn collega’s me er namelijk op dat ik voor morgen ook geboekt sta voor de terugreis naar het AMBP kamp, en dat zou niet moeten want ik blijf in het KAZ kamp.

Om zeker te weten dat er morgen een kamer voor me vrij is in het KAZ kamp ben ik maar wat telefoontjes gaan plegen met een geleende werktelefoon van een collega. De eerste twee nummers gaven geen gehoor, het derde was van de central receptie en die verzekerden me dat er accomodatie voor me geregeld was in het KAZ kamp. We zullen het dus morgen wel zien.

Dat betekende wel dat ik vanavond mijn koffer moest pakken, voor de vierde keer in twee weken. Gelukkig zal dit de laatste keer zijn want als ik weer terugkom eind juni voor mijn eerste volle rotatie heb ik mijn eigen appartementje en hoef ik niet meer te verkassen. Inshallah…

Back in business…

De reden dat we in het Al Majal Business Park zo vroeg moeten opstaan is de Ramadan. Tijdens deze periode is er voor iedereen, dus ook voor ons, een aangepast werkschema met kortere werkdagen. We vertrekken dan wel extreem vroeg vanuit het AMBP naar het Kaz kamp, een uur eerder dan normaal, maar we houden ook vroeg op want de bus terug vertrekt ’s middags om een uur al.

Voor ons betekent dat dat we al zo rond half een in het restaurant van het KAZ kamp zitten voor de lunch. We zouden ook wel kunnen lunchen na aankomst in het AMBP, maar dat kan daar maar tot twee uur en je weet nooit of je dat haalt. Vandaar dus de lunch voor vertrek en dat maakt alles bij elkaar dat het toch een betrekkelijk korte werkdag is.

Op kantoor was er vanmorgen zowaar goed nieuws, het probleem met mijn email werd opgelost en dat niet alleen, ook de verbinding van mijn iPad met mijn werk-email is hersteld zodat ik daarop ook mijn emails van het werk kan ontvangen. Dat is misschien niet altijd even handig maar daar kunnen berichten tussen zitten die van belang zijn voor mijn volgende shift terwijl ik in Nederland ben, en dat wil ik natuurlijk wel op tijd kunnen lezen. Het enige wat ik nu nog niet heb zijn al mijn bestanden maar ik heb nu wel een hoopje dat ook dat snel wordt opgelost. Ik heb weer email en ik kan dus eindelijk eens aan het werk.

Vanavond kreeg ik op mijn iPad trouwens zo’n mailtje wat je ook buiten werktijd wel wilt lezen. Het ging over mijn verblijf hier in het AMBP, dat wordt met een dag bekort. Vanwege mijn vertrek naar Nederland aanstaande zaterdag verhuis ik aanstaande vrijdag terug naar het KAZ kamp. Dat maakt de zaak voor mij wel een stuk makkelijker want nu heb ik meer tijd om alvast mijn kast in te ruimen in het appartement wat Sachin en ik moeten gaan delen. Ik was namelijk van plan om weinig bagage mee terug te nemen naar huis…

Vandaag maar even wat foto’s die ik onderweg heb gemaakt:

 

Woonwerk verkeer

De wekker loopt om half vijf af maar eigenlijk ben ik al een minuut of tien wakker. Ik maak me snel gereed, pak mijn spullen en loop naar buiten waar het al licht is, op weg naar de DFAC. DFAC is een term die uit het Amerikaanse leger is overgenomen en het betekent “Dining Facility” oftewel eetgelegenheid. Bij de DFAC aangekomen staat mijn collega Paul al buiten te wachten. In principe gaat de DFAC pas om vijf uur open en dat betekent dat we maar een krap kwartiertje hebben totdat we naar het KAZ kamp vertrekken. Gelukkig blijkt de deur om tien voor vijf al open en we lopen naar binnen.

De buffetten worden nog gereed gemaakt en er brandt nog geen licht in de eetzaal maar omdat het buiten al licht is  is dat geen probleem. We scharrelen ons ontbijt bij elkaar, voor mij “porridge” oftewel havermoutpap en een bak met stukken meloen. Geen koffie, in dit klimaat drink ik liever water, ondanks dat het buiten nog niet echt heet is, hooguit een graad of twintig. 

Door de ramen zien we de twee shuttlebussen met onze begeleiders al aankomen. Het zijn deze keer weer de zwaar gepantserde Toyota Coasters want de rit naar het KAZ kamp gaat, afhankelijk van eventueel oponthoud bij checkpoints, ongeveer drie kwartier duren.

We melden ons, samen met de rest van ons gezelschap wat inmiddels is gearriveerd, bij de man met het clipboard. We geven onze naam op, leveren onze badges in en krijgen een van de twee bussen toegewezen op plaats in te nemen. We groeten de Irakese chauffeur met “Salaam Aleikum” en kiezen een stoel uit. Op alle stoelen ligt een kogelvrij vest maar om de een of andere reden zijn ze allemaal maat XXL, dus te groot voor eigenlijk iedereen in ons groepje. Ik vind gelukkig een L die eigenlijk aan de kleine kant is maar wel strak om mijn bovenlijf kan worden getrokken. Dat is belangrijk is ons verteld want het schijnt dat als je een kogel opvangt dan kun je blijkbaar beter geen loszittend vest aan hebben…

Het is nog lekker koel als we vertrekken, mede doordat de airco al volop draait. Onze groepsleider, een veteraan uit het Britse leger die in de golfoorlog heeft meegevochten, neemt plaats op de stoel naast de chauffeur en meldt via de walkie-talkie aan de centrale dat we klaar zijn voor vertrek. We rijden weg maar voordat we het kamp verlaten stapt de groepsleider met de plastic bak met al onze badges uit bij een meldpaal waar hij alle badges langs de scanner haalt zodat ze weten dat we het Al Majal Business Park hebben verlaten.

De bus rijdt vervolgens door de enorme stalen toegangsdeur van het kamp een soort van geul in met aan weerskanten hoge betonnen muren. Daarin moeten we na een bocht twee slagbomen passeren voordat we buiten het resort komen.

We stoppen nog een keer naast de auto van ons escorte van waaruit twee machinegeweren naar binnen worden doorgegeven aan onze groepsleider. Nu kunnen we eindelijk op pad, de eveneens zwaar gepantserde Toyota Landcruiser van ons escorte gaat voorop en de twee shuttlebussen sluiten aan in het kleine konvooi.

Onderweg is er weinig te zien. De kleine raampjes van de bus lijken erg vuil maar dat is niet zo, er zit een soort camouflagemateriaal op waardoor we van buiten niet zichtbaar zijn. Het zorgt er ook wel voor dat het zicht naar buiten niet optimaal is maar zoals gezegd, er is toch niet veel te zien: het landschap is vlak met heel veel zand, betonnen muren en af en toe een stukje begroeiing. We zien alleen een zwart gesluierde vrouw die een kudde geiten hoedt. Waar ze vandaan komt of waar ze naar toe gaat is ons een raadsel want we zien alleen maar huizen of wat daarvoor doorgaat in de verte. Ook wat de geiten eten is niet duidelijk want we zien alleen maar zand.

De weg is verschrikkelijk slecht en de auto’s zwabberen heen en weer over de weg om de grootste kuilen te ontwijken. Veel helpt het niet want er is toch nog wel wat verkeer op dit vroege uur en er zijn ook om de haverklap verkeersdrempels waar de loodzware bus langzaam overheen moet. Hard gaat het toch niet want de bus mag niet harder dan tachtig kilometer per uur en zelfs dat is maar zelden mogelijk.

We hebben geluk bij het checkpoint want we mogen doorrijden zonder te worden aangehouden. Als dat wel gebeurd zou zijn dan hadden we allemaal ons paspoort moeten laten zien en onze “Oil Field Pass” die nodig is om toegang te krijgen tot de olievelden. Na het checkpoint zien we steeds meer fabrieken verschijnen, wat logisch is nu we in het oliegebied zijn aangeland. We zien ook vlammen in de lucht en soms op de grond waar het restgas van de oliewinning wordt afgefakkeld. Al die fakkels veroorzaken grote wolken zwarte rook die door de woestijnwind worden meegevoerd en dus mijlenver te zien zijn.

Na veertig minuten bereiken we de KAZ fabriek. De eerste toegangspoort staat aan het begin van een lange weg naar de fabriek en het kamp. Als we stoppen voor de eerste slagboom stopt ons escorte weer naast ons en geeft de groepsleider de machinegeweren terug door het raam naast de chauffeur. Onze badges worden weer gescand (deze keer door de chauffeur vanuit de bus nadat hij zijn deur heeft geopend) zodat ze weten dat we op het terrein zijn gearriveerd. De slagboom gaat open en we rijden naar de toegang van het KAZ kamp waar we zullen worden afgezet.

Daar is weer een betonnen sluis met slagbomen en weer worden onze badges gescand, nu om te laten weten dat we in het KAZ kamp zijn. De bus rijdt ons naar het parkeerterreintje achter de DFAC van het KAZ kamp waar we uit de bus mogen. Nu mogen de kogelvrije vesten pas uit, want in de beperkte ruimte van de bus nog een kleine worsteling is. Nadat we uitgestapt zijn krijgen we van de groepsleider onze badges terug. We zijn gearriveerd op ons werk…

Nieuw tijdelijk onderkomen

Ik en nog een paar collega’s zaten de afgelopen dagen in tijdelijke onderkomens in het KAZ kamp. Dat komt voor mijn collega’s omdat er gebrek is aan woonruimte doordat er een behoorlijke toeloop is van nieuwe werknemers, voor mij ligt dat anders want Sachin, mijn back-to-back, is er ook en dat betekent dat hij nu in het appartement zit wat aan ons samen is toebedeeld. In principe zouden wij hier natuurlijk nooit tegelijk aanwezig moeten zijn, dit is een eenmalige zaak om mij in te werken.

Er is nog een probleem wat gebrek aan woonruimte veroorzaakt en dat is het drie-maandelijkse verplichte bloedonderzoek. Dat kan alleen maar in het KAZ kamp gedaan worden en collega’s van andere kampen moeten dan dus voor een kort bezoek overkomen en die moeten dan natuurlijk ergens kunnen overnachten. Om deze reden moesten ik en een paar collega’s ruimte maken in het KAZ kamp en werden we vandaag overgebracht naar een ander kamp, het Al Majal Business Park of kortweg het AMBP kamp.

Het werd daarom voor ons een korte werkdag want ons transport naar dit kamp, wat op drie kwartier rijden van de fabriek ligt, vertrok al om één uur vanuit het KAZ kamp.

Gelukkig was er nog tijd voor de lunch in het KAZ kamp waarbij ik nog even op de foto ging met Chobie en Jet waar ik ook op de Filipijnen mee heb gewerkt.

Uiteraard was de reis weer met een zwaar gepantserde shuttlebus en dat op het heetst van de dag (43 graden buiten) en met een zwaar kogelvrij vest aan, je kunt je wel voorstellen hoe mijn overhemd eruit zag toen we aankwamen.

De rit zelf was behalve dat toch al niet plezierig door het bar slechte wegdek onderweg en van het landschap onderweg wordt je ook niet echt vrolijk zoals je op de foto kunt zien:

Aangekomen in het ook weer dik ommuurde kamp met uitgebreide veiligheidsmaatregelen was er een behoorlijke verrassing, want achter de muren had het kamp meer weg van een resort. De kamers bleken buitengewoon gerieflijk, er is een mooie grote fitness ruimte, een koffiebar, een terras met een gigantisch projectiescherm en een soort Winkel van Sinkel die letterlijk alles verkoopt wat je nodig hebt als je je koffer zou verliezen (het schijnt zelfs in maten voor mensen die groter zijn dan een meter zestig).

Maar eerst kregen we een veiligheidspraatje, en dat nam maar liefst drie kwartier in beslag. Daarna heb ik een behoorlijke tijd in de fitnessruimte doorgebracht, en dat gaat toch wel goed hier want ik sport nu geen drie keer in de week maar maar om de dag (goed bezig, dacht ik). Vanavond bleek dat we er wat het eten betreft ook beslist niet op achteruit zijn gegaan. Alleen de WiFi is duidelijk minder dan in het KAZ kamp, dat bleek tijdens mijn dagelijkse gesprekje met Riet want een fatsoenlijk gesprek was door de slechte verbinding nauwelijks te voeren.

Het wordt hier wel elke avond vroeg naar bed want de bus naar het KAZ kamp vertrekt ’s morgens al om kwart over vijf…

Paspoort terug

Vanmorgen kwam ik bij het ontbijt Sachin tegen en we besloten om samen naar het kantoor te lopen in plaats van de shuttlebus te nemen. Dat is qua afstand prima te doen want het is maar een kwartiertje lopen, maar het is tussen zeven uur in de ochtend en vijf uur in de middag vanwege de hitte niet meer te doen. Zelfs Chobie, die afkomstig is uit Maleisie en toch wel wat gewend zou moeten zijn, gaf het bij een poging na honderd meter al op…

Maar in de vroege ochtend als het nog niet op zijn heetst is is het een mooie wandeling waarbij je langs de eigenlijke fabriek komt zoals je op de foto kunt zien:

Het eerste wat ik vandaag deed was regelen dat ik een tijdelijke laptop kreeg zodat ik eindelijk eens wat werk kon gaan doen. Dat lukte op zich wel, maar de eerste laptop bleek al snel raar te gaan doen dus werd er een andere voor me opgetuigd. Die begaf het al tijdens het optuigen dus laptop nummer drie kwam tevoorschijn. Dat was op zich een flinke verbetering want niet alleen was dit een nieuwer (en dus sneller) model maar deze deed het ook.

Het enige probleem wat ik nog had dat ik nog niet bij mijn gegevens kon. Omdat ik verhuisd ben van Europa naar het Midden-Oosten moeten mijn gegevens ook worden meeverhuisd, en dat was nog niet helemaal afgerond. Ik zal moeten wachten tot morgen want dan is volgens de afdeling die daarover gaat alles pas klaar.

Veel werk heb ik dus ook vandaag weer niet kunnen doen maar omdat dit de eerste dag was dat mijn Irakese collega’s weer op kantoor waren na hun weekend heb ik met een heleboel mensen kennis gemaakt. Mijn Irakese baas pootte me meteen in een stoel bij zijn bureau en begon een heel gesprek, wat af en toe wat moeizaam verliep vanwege zijn gebrekkige Engels. Af en toe was er een andere Irakese collega nodig om een en ander te vertalen en zo kwamen we toch tot een leuk gesprek. In de loop van de ochtend sleepte hij me ook mee het gebouw rond, overigens samen met mijn collega Sachin want die is ook nog betrekkelijk nieuw hier en kende ook nog niet iedereen. 

Verder was het wachten op het bericht dat onze paspoorten terug zouden zijn met ons uiteindelijk visum en het stempel wat aangeeft dat het bloedonderzoek geen enge ziektes heeft aangetoond.

Dat bericht kwam in de loop van de middag en aan het eind van de middag konden we onze paspoorten afhalen op het administratiekantoor. Het papierwerk gaat dus weliswaar niet allemaal even vlot maar vergeleken met de Filipijnen is het absoluut een verademing!

Dat we nu ons paspoort terug hebben betekent dat ik samen met een paar andere collega’s morgen ga verkassen naar een ander kamp waar ik de rest van de week zal verblijven, en dus heb ik vanavond mijn koffer weer gepakt. Ik ben klaar voor verhuizing nummer drie, na Dubai en het KAZ kamp nu naar het AMBP kamp.

Op de foto nog gauw even een kijkje in de gang van de barak waar mijn appartementje is, de eerste deur rechts.

Uitreisvisum

De tweede werkdag en hoewel het zaterdag is hier ook de tweede dag van het weekend. Zoals gewoonlijk zat ik rond kwart over zes aan het ontbijt in het restaurant en nam ik de shuttlebus van zeven uur naar het kantoor. Op de bovenstaande foto zie je de bushalte vanuit het naastgelegen rokershok annex zithoek.

De meeste tijd ging weer op aan het vertrouwd raken met de manier van werken hier bij Basrah Gas, wat een beetje lastig was omdat ik nog steeds geen eigen laptop heb. De reden daarvoor is dat het hier weekend is, dan is de IT afdeling gesloten. Wat in ieder geval duidelijk is is dat er genoeg werk ligt om ons een aardig tijdje bezig te houden. 

Er was een onverwachte onderbreking om bij elven, toen ik van een van mijn collega’s die gelijk met mij was aangekomen een berichtje kreeg dat we niet zoals afgesproken om één uur maar al om elf uur onze paspoorten moesten inleveren bij de administratie. Dat leek me een probleem gezien het feit dat ik op kantoor zat op het fabrieksterrein en het administratiegebouw in het KAZ kamp is. Om daar tenminste nog een beetje op tijd te komen moest ik dus snel de bus van elf uur terug naar het kamp zien te halen.

Ik ging dus zo snel mogelijk naar de bushalte die gelukkig vlak bij het kantoorgebouw is, maar al wat er kwam om elf uur, geen bus. Het was ondertussen een aardige 43 graden geworden en daarbij stond ik toch al peentjes te zweten omdat ik te laat zou aankomen, dus je kunt wel nagaan hoe warm ik het had. De bus kwam om tien voor half twaalf aan en gelukkig zaten mijn collega’s er ook in, wat betekende dat er om elf uur hoogstwaarschijnlijk helemaal geen bus was geweest. Hier zie je overigens het uitzicht vanaf de bushalte bij het kantoor waar ik vandaag zat, dat is het witte gebouw rechts:

Aangekomen bij het administratiekantoor bleek alle haast ook nog een voor niks want ze dachten daar alleen maar dat we onze afspraak vergeten waren en daarom hadden ze maar een berichtje gestuurd. Met een andere tijd dan oorspronkelijk afgesproken, en vandaar de verwarring. Ik dacht in deze eerste paar dagen dat alles hier in ieder geval aan de kant van het bedrijf beter georganiseerd zou zijn dan op de Filipijnen, en hoewel het daar echt op leek begin ik er nu toch langzamerhand een beetje aan te twijfelen…

Vanmiddag na het werk ben ik weer naar de fitnesszaal geweest en daarna heb ik voor het eerst gebruik gemaakt van het zwembad. Dat is een buitenbad wat weliswaar aan de smalle kant is maar wel vijfentwintig meter lang en dus prima geschikt om baantjes te zwemmen. Geen kleedhokken, alleen een kast met schone handdoeken, maar er staan ook wel weer ligbedden. Kun je met de oventemperaturen hier lekker gaan liggen bakken.

Vanavond was er de finale van de Champions League en die heb ik gekeken in het recreatiegebouw op een groot scherm. Dat wil zeggen, alleen de eerste helft, want het aanvangstijdstip van de wedstrijd was vanwege het tijdsverschil aan de late kant. De tweede helft heb ik dus voor gezien gehouden want morgen loopt om kwart voor zes de wekker weer af.

Eerste echte werkdag

Gistermiddag is Sachin, mijn back-to-back aangekomen in het KAZ camp na zijn vier weken verlof. Voor degenen die niet weten wat dat is, een back-to-back is de persoon die hetzelfde werk doet als jij in de vier weken dat jij er niet bent. In feite vervul je dus samen een volledige baan van driehonderdvijfenzestig dagen per jaar en het merkwaardigste daarvan is dat je elkaar vrijwel nooit ziet want op de dag dat de een komt vertrekt de ander.

Ik had hem gistermiddag al een mailtje gestuurd om te vragen of en waar we elkaar konden ontmoeten en vanmorgen vroeg kreeg ik als antwoord dat hij op kantoor zou zitten “in het witte gebouw”. Nou zei me dat niks maar aangezien ik al met een paar collega’s had afgesproken had om hoe dan ook naar kantoor te gaan was het geen probleem om het te vinden dacht ik.

Er rijden shuttlebussen tussen het kamp en de fabriek (wij gebruiken de Engelse term “plant”) waar de kantoren zijn. Deze shuttlebussen zijn van exact hetzelfde type als de bus waarmee we van het vliegveld werden opgehaald maar dan de normale versie, dus niet gepantserd.

Toen de bus het kamp verliet was er bij de hoofdingang een merkwaardige ceremonie. Iedereen had bij het instappen zijn badge in een plastic bak naast de chauffeur gegooid, en aangekomen voor de eerste slagboom deed de chauffeur het raampje open en haalde niet alleen zijn eigen badge maar ook alle badges uit de bak langs de scanner naast de slagboom. Vervolgens werd de bak naar achteren doorgegeven en pakte iedereen zijn eigen badge weer terug. Het waarom van dit tafereel is eigenlijk heel simpel: iedereen is verplicht uit te scannen als je het kamp verlaat, en als de chauffeur het doet voor iedereen gaat dat veel sneller dan wanneer iedereen de bus uit gaat om langs die scanner te lopen…

Bij het “witte gebouw” stapte ik met nog een paar collega’s uit en we gingen samen naar binnen. Maar waar mijn collega’s al snel hun plek vonden kon niemand mij vertellen waar Sachin uithing. Sterker nog, de meesten kenden die naam niet. Bleek dat er achter het witte gebouw nog een wit gebouw staat, en jawel, daar moest ik zijn. Gelukkig vond ik Sachin meteen en kon ik ook kennis maken met collega Ali die ik al kende van regelmatig email contact maar die ik nog nooit persoonlijk had ontmoet.

De lange werkdag werd doorgebracht met het doorspitten van het werk wat er de komende maanden allemaal gedaan moet worden en ik kreeg al gelijk een aantal aardige problemen in mijn schoot geworpen om de komende tijd op te lossen. De enige onderbreking was de lunch waarvoor we met de shuttlebus heen en weer reden naar het restaurant in het KAZ kamp. Met uiteraard bij de hoofdingang op zowel de heenweg als de terugweg het ritueel met de badges. Het was overigens bijzonder rustig op kantoor want voor alle Irakese collega’s is het vandaag en morgen weekend.

En laat werd het vandaag ook niet want er zijn aangepaste werktijden vanwege de Ramadan en daarom vertrok de laatste bus niet om kwart voor zeven maar al om tien voor vijf…

Introductiedag

Vandaag was een dag met verscheidene introductiesessies en de eerste daarvan was de HEAT training. HEAT is een afkorting en staat voor “Hostile Environment Assessment Training”, wat een training is waarbij je leert hoe je moet omgaan met werken en leven in een “vijandige” omgeving. En allemachtig, wat we daar allemaal te horen kregen is niet bepaald misselijk, er is in dit land veel meer aan de hand dan wij in Nederland in de kranten lezen!

Het komt er in het kort op neer dat er over de hele wereld bij bedrijven een standaard wordt gehanteerd voor de situatie, aangeduid met kleuren. Groen betekent veilig, oranje is zorgwekkend, rood is ernstig en bij zwart wordt alles en iedereen meteen het land uit geëvacueerd. Voor Irak wordt hetzelfde kleurenschema gehanteerd maar wat overal elders diepzwart zou zijn, daar begint hier het groen pas. Ik bedoel maar. Gelukkig hoeven wij als werknemers hier niet wakker van te liggen, er werd zelfs verteld dat we ook aan onze families thuis moesten doorgeven dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Bij deze dus.

Gelukkig ging de training ook in op de culturele aspecten van de Iraakse samenleving, en dat was ook heel interessant. Het is weer een totaal andere samenleving met hele sterke familiebanden maar ook met stammen en soms voor ons merkwaardige gewoontes. Zo moet je bijvoorbeeld nooit tegen een Iraqi zeggen dat je zijn horloge mooi vindt want dan biedt hij het je gelijk aan, en sterker nog hij is beledigd als je het dan niet aanpakt. Helaas werkt dit systeem twee kanten op en ons werd dus aangeraden om onze Rolexen, IWC’s en Tag Heuers vooral thuis te laten…

De tweede sessie vandaag ging over ons werkvisum. Dat hebben we gisteren op het vliegveld gekregen dacht ik, maar dat blijkt maar de helft van het verhaal. Op basis van het resultaat van het bloedonderzoek wat we in Dubai moesten laten doen moet ons visum namelijk nog worden uitgebreid met een uitreisvisum, wat erg handig is als je land uit wilt. Er komt ook een bloedtest-stempel in je paspoort te staan en dat is weer nodig om van het Ministerie wat daar over gaat een toegangspas te krijgen om de olievelden te mogen bezoeken. En die pas is ook erg nodig aangezien onze locatie midden in zo’n olieveld staat. Nu hebben we nog een tijdelijke vergunning maar die verloopt na 21 dagen, en dat betekent dat er dit weekend nog wat administratieve rompslomp staat te gebeuren.

De laatste sessie was er ook weer een waar je wakker van zou kunnen liggen als je daar gevoelig voor bent, die ging namelijk over explosieven die overal in dit land verspreid liggen en die niet ontploft zijn. Het stikt hier van die troep en er zijn nog steeds complete mijnenvelden die nog niet opgeruimd zijn. We hebben zelfs een speciale afdeling die zich met dit soort zaken bezig houdt. En weer ter geruststelling, waar wij werken en wonen is alles allang opgeruimd, het is meer dat je leert dat je hier niks moet oprapen als je toevallig ergens buiten het kamp bent.

Er was nog tijd vanmiddag om naar de sportzaal te gaan, en dat werd tijd ook want ik ben sinds vorige week woensdag niet meer wezen sporten. Het bleek een kleine zaal te zijn met niet heel erg moderne spullen, maar ik ga het er wel mee redden. Het zwembad is wel erg mooi heb ik gehoord dus daar ga ik ook vandaag of morgen gebruik van maken.

Om af te sluiten vandaag maar even twee foto’s van het kamp. Op de eerste foto zie je de recreatieruimte met daarin de sportzaal. Erachter liggen het zwembad en een tennisbaan annex basketbalveld. De twee gebouwen helemaal achteraan zijn de nieuwste appartementen:

Op de foto hieronder zie je ons restaurant. Nou ja, eetzaal dan, maar het eten is echt geweldig! In die containers rechts ervan woont beveiligingspersoneel:

En had ik al gezegd dat de WiFi hier prima is? Beter zelfs dan in Dubai! Er kan dus ge-netflixt worden…

 

Aankomst in Irak

Vandaag was het dan eindelijk zover, onze groep van tien nieuwelingen die zich in Dubai had verzameld ging vertrekken naar Irak. Om elf uur vanmorgen verzamelden we in de hal van het Ibis One Central hotel en vertrokken vandaar in groepjes met taxi’s naar de luchthaven. Chobie, Munzir en ik waren de afgelopen dagen al meest met elkaar opgetrokken en vandaag deelden wij drieën dan ook een taxi.

We waren als eersten op de luchthaven waar het opvallend rustig was. Chobie had overbagage en moest dus apart inchecken, Munzir en ik hadden al online ingecheckt en wij hoefden dus alleen nog maar onze koffers af te geven. Even dacht ik nog dat het daar misging want de jongedame achter de balie vroeg na het bekijken van mijn paspoort om mijn visum. En ja, dat had ik nog niet, ik had alleen nog een brief die moest garanderen dat ik meteen bij aankomst in Irak een visum zou krijgen. De jongedame was niet overtuigd, zeker niet meer toen ik zei dat de brief niet het origineel was maar een geprinte kopie. Ze ging navragen bij collega’s en die verzekerden haar dat het in orde was.

Ons toestel vertrok om tien voor twee Dubai tijd en was half leeg dus we hadden allemaal, ondanks dat we dit stuk Economy reisden, ruimte zat. Er zaten trouwens vrijwel geen Arabieren in het toestel, zo te zien waren het vrijwel allemaal werknemers van de Basrah Gas Company of een ander Irakees olie- of gasproject. Bij aankomst om even over half drie (het is in Irak een uur eerder dan in Dubai) was er een aangename verrassing want het vliegveld zag er een stuk beter uit dan we hadden verwacht. Er waren gewoon slurven voor het in- en uitstappen en het was weliswaar niet groot maar redelijk netjes. 

Onze eerste stop was een visumloket waar we op vertoon van ons paspoort en de visumbrief een formulier kregen om in te vullen. Nadat dat was gedaan leverden we alles weer in bij hetzelfde loket en begaven ons naar het tegenover gelegen visumkantoor, een soort grote wachtruimte met loketten. we moesten daar wachten totdat onze namen (of iets wat daarop leek) werden omgeroepen en dan konden we tegen betaling van tweehonderd en twee dollar ons paspoort ophalen met daarin het visum. Dat ging eigenlijk veel vlotter dan we hadden verwacht want na iets meer dan een uur had iedereen zijn paspoort met visum (er was gesproken over mogelijke wachttijden tot drie uur). Mijn naam werd overigens afgeroepen als “Van Den”…

Helemaal goed bleek het overigens nog niet want toen ons ontvangstcomité in de hal onze visa bekeek bleken er nogal wat (ook die van mij) te zijn waarin de naam van Shell niet werd genoemd als sponsor, terwijl dat wel moest. Gelukkig werd dat snel opgelost, een van onze begeleiders ging terug naar het visumkantoor waar het er gewoon even bij werd geschreven.

Het was inmiddels bijna kwart voor vijf toen we klaar voor vertrek waren en wat er vanaf dat moment gebeurde was ronduit bizar, maar ik zal proberen een verslag te doen van onze rit naar het kamp.

Buiten werden we overvallen door de hitte, het was zinderend heet met zo’n tweeënveertig graden. Er stond een rij taxi’s voor ons klaar en we stapten in groepjes van drie allemaal in een Toyota Prado. We reden weg van het stationsgebouw over een kale weg met langszij dorstig ogende palmbomen tot aan de grens van het vliegveld waar onze chauffeurs tussen betonnen versperringen moesten laveren. Even verderop draaiden de taxi’s echter weer om en volgden een hobbelige weg naar een kale vlakte net buiten de grens van het vliegveld waar een paar auto’s en een paar minibusjes klaar stonden.

Op deze plek, de “Dust Bowl” genaamd, stapten we uit de taxi’s, onze namen werden gecheckt en vervolgens kregen we een minibus toegewezen om in te stappen. Deze minibusjes waren van precies hetzelfde model als de busjes waarmee we toentertijd op Sakhalin werden vervoerd maar ze zagen er van binnen heel anders uit. Wat van buiten door het donkere glas niet te zien was waren de hele kleine raampjes, die meer op vierkante patrijspoorten leken. De rest van de wanden was afgeschermd met een kogelvrij materiaal wat (zo hoorden we) bestand zou moeten zijn tegen de 51mm kogels van sluipschutters. En op de stoelen lagen tamelijk zware kogelvrije vesten die we moesten aandoen.

We kregen allemaal een fles heerlijk koud water en we werden gerustgesteld, alles was uit voorzorg en er was eigenlijk nog nooit wat gebeurd. Desondanks kregen we een aantal waarschuwingen zoals wat te doen in geval van een lekke band (uitstappen wanneer dat wordt aangegeven en dan snel de andere bus in). Nadat de zware ijzeren deur was gesloten vertrok ons kleine konvooi van twee minibusjes met voorop een gepantserde Toyota Landcruiser, richting het KAZ Camp.

KAZ staat voor Khor Al Zubair en dat is de plek waar ons kamp zich bevindt. Er zijn nog meer kampen waar personeel verblijft maar KAZ is het dichtst bij de fabriek, vijf minuutjes per bus of een kwartier lopen, maar dat laatste werd ons met de huidige temperaturen ernstig afgeraden.

Onderweg naar het kamp keken we door de kleine en tamelijk vuile raampjes naar het landschap wat aan ons voorbijrende, en ik moet zeggen dat ik nog nooit zoiets heb gezien. Het land is helemaal vlak en het is vrijwel allemaal zand met hier en daar een verdwaalde struik of boom. Huizen waren er maar sporadisch, militair ogende kampen met hoge betonnen muren en stompe, eveneens betonnen wachttorens des te meer. We passeerden verscheidene checkpoints zonder overigens te hoeven stoppen.

Verder zagen we onderweg aan de horizon eigenlijk alleen maar olieraffinaderijen, allemaal herkenbaar door de torens met de branden vlam. Deze torens, die het restgas van de oliewinning verbranden (dat heet op z’n Engels “flaren”) zorgden ervoor dat er overal dikke wolken zwarte rook te zien waren. Af en toe zagen we bij huizen kuddes geiten lopen op veldjes met spaarzaam gelig gras, en we zagen zelfs een paar keer mannen lopen waarbij we ons afvroegen waar ze vandaan kwamen en vooral waar ze naar toe gingen. Want zoals gezegd, behalve heel veel zand was er vrijwel niks.

Gelukkig werden de wegen, die vanaf de “Dustbowl” verschrikkelijk slecht waren (mijn kronen rammelden zowat uit mijn mond), gaandeweg beter maar het was nog steeds een tamelijk lawaaiige rit doordat de bepantsering behoorlijk rammelde. De rit duurde iets meer dan een uur en toen kwamen we aan bij de fabriek en het KAZ Camp. Weer veel slagbomen, barricades en hoge muren, maar eenmaal binnen zag het er gelukkig allemaal wat gemoedelijker uit. Het kamp is niet groot en omvat hoofdzakelijk blokken die eruit zien als barakken en hier en daar containers.

We werden naar het administratiekantoortje gebracht waar we allemaal een sleutel kregen van een appartement in een van de barakken. Onderweg kwam ik zowaar mijn ouwe collega Jet tegen die ik ken van onze tijd op de Filipijnen, wat een hartelijk weerzien was na bijna drie jaar. Meteen nadat we onze sleutels hadden gekregen werden we naar een wat groter gebouw gebracht waar we in een vergaderzaal met hele fraaie stoelen onze eerste briefings kregen, hoofdzakelijk over onze appartementen en de inrichting van het kamp. Onze foto’s werden genomen voor een toegangspas waarna nog een korte wandeling over het kamp volgde, en daarna waren we vrij.

Het was inmiddels al bijna zes uur en dus de hoogste tijd om te gaan eten. We waren erg nieuwsgierig want we hadden goeie verhalen gehoord over het eten in het kamp, en er was geen woord teveel gezegd. En niet alleen het eten was meer dan prima, er staat ook een softijs-machine!

Na het eten regelde Jet voor mij en mijn twee Maleise collega’s een wachtwoord voor de Internetverbinding, waarna ik ook zoek ging naar mijn appartement. Morgen wordt het vroeg op want het ontbijt is tot zeven uur…

Dubai

Weer een vrije dag vandaag, want hoewel we eigenlijk moeten wachten op het document met de uitslagen van onze bloedtesten hebben we een collega die toch naar kantoor zou gaan bereid gevonden om alle documenten voor ons op te halen.

Dat gaf ons de gelegenheid om nog een dagje rond te neuzen in Dubai. We wilden eigenlijk naar het oude gedeelte van de stad maar dat werd ons afgeraden om verschillende redenen. Allereerst is het een flinke wandeling er naar toe vanaf het dichtstbijzijnde metrostation en dat is midden op de dag met de huidige temperaturen niet aan te raden, en verder is vrijwel zeker alles dicht vanwege de Ramadan. We besloten over te gaan naar Plan B en dat was een bezoek aan het Aquarium in de Dubai Mall en daarna een kijkje te nemen bij het strand bij de jachthaven, gelegen vlakbij het beroemde Palm Eiland. We begonnen in de Dubai Mall met een bezoek aan het Aquarium.

We waren met zijn vieren, mijn Maleise collega’s Chobie en Munzir met wie ik gisteren ook op stap ben geweest, en onze Egyptische collega Akram die een prima gids bleek want hij heeft vijf jaar in Dubai gewoond. We hebben een uurtje of twee doorgebracht op het strand om daarna per taxi naar Madinat Jumeira te gaan, een soort van souk (een Arabische kruising tussen een markt en een winkelcentrum) waar volgens Akram een restaurant was gevestigd met de beste steaks van Dubai.

We vonden het restaurant genaamd Meat Company waar we plaats namen op het terras met uitzicht op het ook al beroemde zeven-sterren hotel Burj Al Arab. De steaks bleken inderdaad subliem, dit was de lekkerste rib-eye die ik heb gegeten sinds Australië vorig jaar november…

We reden met de metro terug naar het World Trade Center aan de andere kant van de stad waar ons hotel is gevestigd. Terug in het hotel haalden we onze documenten op met de uitslag van onze bloedtest, de door de ambassade van Irak gecertificeerde verklaringen dat we geen infectieziekten onder de leden hebben.

Dit was de laatste dag van ons onverwacht aangename verblijf in Dubai, morgen begint het pas echt want dan vertrekken we naar Irak!

Ramadan

Woensdag vertrekken we naar Basrah maar tot dan hebben we geen verplichtingen, wacht betekent dat we twee dagen kunnen doorbrengen zoals we dat zelf willen. Dat klinkt misschien raar maar het punt is dat we hier eigenlijk alleen maar moeten verblijven om de verplichte door de Iraakse Ambassade goedgekeurde bloedtest te ondergaan en te wachten op de uitslag daarvan. Die bloedtest hebben we dus gisteren gedaan en de schriftelijke uitslag komt pas morgen, dus mogen we twee dagen “naar eigen inzicht besteden”.

Vrijwel niemand heeft meer een laptop, de nieuwe krijgen we pas in Basrah, en een tijdelijke laptop heeft ook niet veel zin omdat van iedereen op dit moment alle gegevens worden overgezet van oude baan naar nieuwe baan en tijdens dat proces (wat twee tot drie dagen duurt, als je geluk hebt) kun je niet inloggen en dus niet werken.

Goed, twee min of meer vrije dagen dus, en de eerste begon met uitslapen wat wel nodig was na de zeer korte vorige nacht. Het eerste wat ik deed na het ontbijt was kijken of het probleem met mijn niet werkende bankpas was opgelost en dat bleek het geval, ik heb weer contant geld. De rest van de ochtend heb ik een beetje in en rond het hotel rondgehangen, me bezig houdend met mijn laptop terwijl ik luisterde naar muziek.

Mijn enige verplichting vandaag was een tweede gesprek met mijn baas en dat was vroeg in de middag. Dat liep wat uit dus vanuit kantoor ging ik rechtstreeks naar de Dubai Mall, achter mijn twee Maleise collega’s aan die alvast vooruit waren gegaan. We vonden elkaar daar vlot dankzij WhatsApp, waarna we een tijd rondwandelden door het gigantische winkelcentrum.

Wat me opviel was dat alle eetgelegenheden, tot aan Starbucks aan toe, allemaal gesloten waren. Natuurlijk, bedacht ik, de Ramadan is vorige week begonnen. Dat leek in eerste instantie geen probleem maar het begon knap irritant te worden toen ik dorst kreeg. Ik was dan ook heel blij toen ik een Starbucks vond die open leek maar die vreugde was van korte duur toen bleek dat ik wel iets kon kopen maar alleen “to go”, oftewel ik mocht het er niet opdrinken! Er mag tijdens de Ramadan namelijk niet in het openbaar worden gegeten en gedronken, dus zelfs als je iets te eten of drinken hebt bemachtigd dan kun je het nog nergens opeten of opdrinken, behalve misschien achter een gesloten deur van het openbare toilet…

Ik heb het nog een tijdje geprobeerd uit te zingen maar toen was ik het zat, ik had geen zin om te wachten tot zonsondergang om zeven uur. Ik heb mijn Maleise makkers gedag gezegd en wilde eigenlijk terug naar het hotel gaan toen ik een zijgang zag met een afzetting, met daarin een doorgang met daarnaast het bericht dat “hierachter gekochte etenswaren ook alleen achter deze afzetting mochten worden genuttigd”.

Ik liep snel naar binnen en kreeg spontaan het gevoel wat Alice moet hebben gehad toen ze Wonderland binnenging. Ik bevond mij in een gigantisch Food Court vol met buitenlanders, van Europeanen tot Filipino’s, met een KFC, ijstentjes, pizza-tentjes en jawel, een McDonalds! Het leek mij volkomen gepast om bij wijze van protest een Big Mac naar binnen te werken met een grote Milkshake, en dat is dan ook precies wat ik heb gedaan…

Kliniek en kantoor

Niet alleen lag ik vannacht erg laat op bed, vanmorgen moest ik er ook nog eens vroeg uit. We moesten met de hele groep nieuwkomers van een man of tien namelijk om acht uur bij een medische kliniek zijn aan de andere kant van Dubai.

Een van die andere nieuwkomers is Chobie, een ouwe collega die ik ken van het project op de Filipijnen en bovendien zaten we daar ook nog korte tijd samen in een band. Met hem had ik al gecommuniceerd en afgesproken om samen een taxi te nemen naar de kliniek. Om half acht vertrokken we, samen met nog een Maleise collega die Chobie weer kende, om bij aankomst in de kliniek te horen dat we pas om negen uur zouden worden geholpen. Aangepaste werktijden in verband met de Ramadan…

Nou ja, niks aan te doen, er stonden prima bankstellen in de hal van de afdeling waar we moesten zijn en bovendien werd het nog gezellig toen de rest ook kwam binnendruppelen. Ik was als eerste aan de beurt en het verbaasde me dat ik in plaats van alleen bloed aftappen weer de hele riedel moest doorlopen van bloeddruk, gewicht, lengte, polsslag, zuurstof in het bloed, controle van mijn medicijnen, enzovoort, enzovoort. Zelfs een kort gesprek met een dokter stond weer op het programma, waarbij ik weer te horen kreeg dat mijn bloeddruk aan de hoge kant was, en bla-bla-bla-bla… ja, dat weet ik nou wel! In ieder geval zeggen alle dokters hetzelfde, en ook van deze aardige dame met hoofddoek kreeg ik hetzelfde verhaal als altijd. Dieet, minder zout, bla-bla-bla…

Uiteindelijk konden we ons dus pas veel later dan verwacht laten afzetten bij ons kantoor, gevestigd in een gebouw vlak om de hoek bij ons hotel. De taxi-chauffeur had ons, zo bleek bij vergelijking met de andere collega’s, een flinke poot uitgedraaid, en dat dacht ik al, maar de baas betaalt dus heb ik er maar geen drukte over gemaakt.

Op kantoor kregen we een introductie-cursus over met name wat ons allemaal procedureel en administratief te wachten staat bij aankomst in Basrah. Dat hele verhaal duurde tot een uur of drie, waarna ik nog een kort kennismakingsgesprek had met Amit, mijn nieuwe baas. Hij was me overigens al even de hand komen schudden toen we net op kantoor aangekomen waren en bij de receptie zaten te wachten totdat de rest van de collega’s uit de kliniek zou arriveren. We spraken af dat we morgenmiddag nog even een diepgaander gesprek zouden hebben.

Vanavond ben ik met mijn collega’s Chobie en Munzir naar de Dubai Mall geweest om te kijken of we ergens een hapje konden eten. We namen de metro vlak bij het hotel, en het was maar goed dat we de tickets met onze credit cards konden betalen want geld tappen bleek een probleem. Het probleem was waarschijnlijk dat onze bankpassen niet geactiveerd waren voor in ieder geval het Midden-Oosten, wat bij mij achteraf inderdaad het geval bleek.

De Dubai Mall is gelegen recht onder de Burj Khalifa, met 829 het hoogste gebouw ter wereld. Nou ben ik wel wat gewend met het Suria Shopping Centre en het Pavilion in Kuala Lumpur maar dit was helemaal het toppunt van luxe. We vonden een visrestaurant waar we prima hebben gegeten en na nog wat rondgelopen te hebben binnen en buiten gingen we weer met de metro terug naar het hotel.

 

 

 

 

 

 

 

En ik heb zowaar bij de Dubai Fountain een selfie gemaakt met mijn ouwe maat Chobie:

Naar mijn werk…

Vandaag was mijn eerste werkdag voor de Basrah Gas Company en zoals dat altijd gaat met buitenland-postings is de eerste werkdag de dag dat je naar je bestemming vertrekt. En dat was ook dit keer het geval want om half drie vanmiddag vertrok ik vanaf Schiphol naar Dubai waar ik de komende dagen zal doorbrengen. Woensdag vertrek ik vandaar als alles volgens plan verloopt door naar Basrah.

Riet bracht me even na elven naar Schiphol waar ik eerst wat Dirhams heb gewisseld want ik wilde toch wel wat contant geld hebben als ik in Dubai aankwam. Daarna nam ik er mijn gemak van in de business lounge van KLM, want inderdaad, ik vloog deze keer niet met Emirates maar met KLM. Op zich had ik wel met Emirates kunnen vliegen want hoewel ik zelf mijn tickets niet meer mag boeken bood het reisbureau van het bedrijf me twee opties aan, waaronder ook Emirates. Het probleem was echter dat die vlucht pas om middernacht in Dubai zou aankomen en daarom besloot ik toch maar te kiezen voor de KLM-vlucht omdat die een uur eerder zou arriveren en me dus simpelweg wat meer nachtrust zou geven.

In de praktijk viel dat behoorlijk tegen. Met de vlucht zelf was niks mis (KLM heeft zijn toestellen qua inrichting behoorlijk geüpgrade, het cabine-personeel doet tegenwoordig zijn best om sympathiek over te komen en het eten was zonder meer uitstekend) maar het bij KLM bestelde vervoer van de luchthaven naar het hotel was er mooi niet toen ik aankwam. Het was ondertussen al aardig laat omdat ik erg lang op mijn koffer had moeten wachten, en nu moest ik dus ook nog eens aansluiten in de lange rij wachtenden voor een taxi.

Gelukkig bleek de wachttijd mee te vallen maar vervolgens zette de taxi-chauffeur (die overigens onderweg nog een keer stevig zijdelings tegen een stoeprand bonkte) me vervolgens voor het verkeerde Ibis-hotel af waardoor ik met mijn koffer slepend moest lopen naar het Ibis-hotel waar ik wel moest zijn, om de hoek…

Uiteindelijk lag ik pas rond een uur of een in bed…

Laatste werkdag in Rijswijk

Het was best een raar gevoel vanmorgen om voor de laatste keer voor een werkdag naar het kantoor in Rijswijk te rijden. Hoewel ik zaterdag pas vertrek heb ik de komende twee dagen vrij genomen om nog wat laatste dingen te regelen en daarmee was vandaag dus mijn laatste werkdag in mijn huidige job.

Erg veel was er qua werk natuurlijk niet meer te doen, alles is overgedragen of afgerond, maar er moesten nog wel wat formaliteiten worden afgehandeld. Daarna was het natuurlijk afscheid nemen van mijn collega’s, voor zover ik dat gisteren nog niet had gedaan.

En dit werd echt mijn laatste werkdag in Rijswijk, want mocht ik naar het avontuur bij de Basrah Gas Company weer een baan krijgen bij Shell in Nederland dan zal dat zeker niet in Rijswijk zijn. Dit gebouw is namelijk verkocht en wordt voor het eind van dit jaar door Shell verlaten. En hoewel ik verwacht dat ik er de komende maanden nog wel af en toe zal komen zal dat alleen nog voor sociale bezoekjes zijn en niet meer voor werk.

En daarmee wordt er weer een periode definitief afgesloten…