2014 China

Route

11 mei – Voorbereidingen

We hadden al een paar jaar plannen om naar China te gaan met vakantie, maar er kwam telkens iets tussen waardoor het niet doorging. Maar dit jaar is het er dan toch eindelijk van gekomen. We boekten weer bij ons vertrouwde reisbureau FOX wat een ruime keus had in China reizen, en uit hun aanbod kozen we voor de “21-daagse rondreis Jasmijn en Bloesem”.

Omdat wij nu eenmaal in Manila wonen en daarom niet vanuit Nederland met de rest van de groep mee konden reizen regelden we onze vluchten zelf, heen van Manila naar Shanghai en terug vanuit Beijing naar Manila. Ook een visum moesten we zelf regelen en dat ging eigenlijk verrassend vlot. We zijn niet gewend dat er iets op de Filippijnen vlot gaat, maar nadat FOX ons een lijst van de hotels had opgestuurd en we de vliegtickets via Philippine Airlines hadden geregeld kostte het Riet niet meer dan twee ritjes naar de Chinese Ambassade om de visa te regelen.

Alles is dus rond. Op het pakken van de koffers na dan…

13 mei – Poncho’s

Erg veel hebben we nog niet aan onze voorbereidingen voor onze vakantie gedaan, we hebben zelfs nog niet eens onze koffers uit de kast gehaald. Maar wat ons wel al bezig houdt is de mogelijkheid van regen.

Het schijnt dat het in China ook best veel regent en als we aan regen denken dan komt nog steeds het schrikbeeld van onze vakantie van 2009 in gedachten. We hebben toen in Costa Rica, Nicaragua en Panama de eerste twee weken alleen maar regen gehad en we waren daar eigenlijk helemaal niet op voorbereid.

Regenkleding dus, en vanavond zijn we dus op pad geweest om te kijken of we een paar niet al te gammele plastic poncho’s konden kopen die makkelijk mee te nemen zijn en die ons gedurende die drie weken als het nodig is droog houden. We vonden ze al in het tweede warenhuis waar we zochten, en die hadden zelfs een flinke voorraad. Dat hadden we eigenlijk wel verwacht want die dingen zijn hier heel erg populair in het regenseizoen omdat je ze ook makkelijk op de brommer kunt dragen.

Het als altijd vriendelijke en behulpzame personeel liet ons eerst een helblauwe zien, maatje S. Toen Riet hem aan had bleek die ter grootte van een redelijke bungalowtent, ik had er zonder problemen bij gekund. Grappig werd het pas toen de groene XL die ze aan mij gaven een heel stuk kleiner bleek te zijn. Riet heeft echter een hekel aan groen dus ze vroeg of er nog andere kleuren waren. “Sorry, Ma’am, we only have green and blue”, was het antwoord, terwijl ik in de bak ook oranje, rode, grijze en zelfs exemplaren met camouflage opdruk zag in de maten S en XL..

We vonden nog een blauwe S die na het uitpakken precies even groot bleek te zijn als de XL. We besloten de twee blauwe poncho’s te nemen. Voor Riet zal die wat aan de grote kant zijn maar dan blijft ze des te droger zullen we maar zeggen.

14 mei – Koffers pakken

Suitcase_Packed_for_China

We zijn vandaag eindelijk begonnen met het inpakken van onze koffers en de grote vraag daarbij was wat voor weer we konden verwachten in China. Bij navraag en wat speuren op het internet bleek dat de temperaturen er overdag boven de twintig graden liggen maar ’s nachts zakken tot een graad of zestien. ’s Avonds een stuk frisser dus dan we gewend zijn en dat betekent een vest mee en een trui met lange mouwen. Die zullen we dan even moeten opgraven want dat zijn kledingstukken die we hier wel hebben maar nooit dragen.

Een ander punt is wat voor stekkers ze hebben in China, en dat blijken drie verschillende modellen te zijn. De grote Engelse stekkers komen voor, de Amerikaanse (die we ook hier op de Filipijnen hebben) en een aparte met schuine contacten. Gelukkig hebben we genoeg converters en ik heb voor onze iPhone- en iPad-opladers ooit een reissetje gekocht waar verloopstukken in zitten voor alle soorten stopcontacten. Dat soort dingen komt met al dat gereis naar vreemde landen regelmatig goed van pas.

Verder kost het nooit zoveel tijd om onze koffers te pakken want je krijgt er een zekere handigheid in. Nadeel van dat routineuze inpakken is weer dat je niet meer zo nauwkeurig te werk gaat en daardoor regelmatig tot de ontdekking komt dat je bepaalde dingen die eigenlijk heel erg voor de hand liggen bent vergeten. Dingen als zonnebrand, reserveaccu’s voor je iPad, scheerzeep, noem maar op. Geen ernstige dingen meestal maar wel vervelend als je die mist.

Zo’n blog als dit is dan weer handig want ik word er nu dus door mezelf aan herinnerd dat ik de reserveaccu’s voor de iPads nog moet opladen en inpakken…

15 mei – Aankomst in Shanghai

China_2014_05_15_005

Onze vakantie in China begon vandaag met de reis van Manila naar Shanghai waar we ons morgenochtendvroeg bij de rest van de FOX groep zullen aansluiten.

We vertrokken vanmiddag om half twaalf met vlucht PR336 van Philippine Airlines naar Shanghai waar we om half drie landden op de luchthaven Pu Dong. We kregen tijdens de landing een eerste indruk van China en we zagen een polderachtig landschap verdeeld in keurige rechthoekige stukken en overal windmolens, en onze eerste indruk was dan ook, “Allemachtig, we vliegen boven de Flevopolder!”.

Eenmaal geland verliepen alle verplichte zaken zoals de paspoortcontrole zo soepel en efficient dat we met een half uurtje al buiten stonden. Daar was het even zoeken naar de shuttlebus naar het vlakbij gelegen Ramada Hotel en het bleek (het zal niet) dat die net weg was. Na een half uurtje wachten kwam dan toch de shuttlebus voorrijden en werden we naar het hotel gebracht.

Het hotel ligt vlak bij de luchthaven maar er is hier verder niks dan brede wegen en veel gebouwen, dus we hebben nog weinig meer van China gezien dan de uiterst moderne en heel erg grote luchthaven Pu Dong en het Westers uitziende hotel.

Maar morgen gaat het echt beginnen!

16 mei – Eerste dag in Shanghai

image4

Overweldigend! Een ander woord kan ik niet bedenken voor de eerste indrukken van de wereldstad Shanghai.

Vanochtend om zeven uur namen we de shuttlebus van het hotel naar de luchthaven voor de aankomst van de rest van ons reisgezelschap. Toen wij aankwamen was het toestel al geland maar gelukkig vonden we de reisleider van FOX al snel dankzij het bekende blauwe bordje wat hij bij zich had als herkenningspunt.

De groep kwam niet lang daarna druppelsgewijs naar buiten en het duurde dan ook niet lang of ons gezelschap van veertien personen was compleet. Onze Nederlandse reisleider Paul gaf ons eerst allemaal de gelegenheid om op ons gemak geld te pinnen en eventueel een bakkie koffie te halen want er was een Starbucks vlakbij.

Er was ook gelijk goed nieuws en dat was dat het hotel al had doorgebeld dat de kamers gereed voor ons waren. Voor Riet en mij niet zo heel relevant maar wel voor de rest van het gezelschap wat een lange vliegreis achter de rug had uiteraard wel, dat weten we uit ervaring.

Voordat we naar het hotel gingen kregen we eerst nog de gelegenheid om rond te wandelen in het centrum van Shanghai op de Bund. De Bund is in feite een wandelboulevard langs de oever van de dwars door Shanghai stromende rivier de Huang Pu en is een van de mooiste plekken in Shanghai. Vanaf de Bund heb je een schitterend uitzicht over de enorme wolkenkrabbers van het financiële district en de oude koloniale gebouwen langs de rivier.

Het uitzicht was inderdaad adembenemend en nadat we na de wandeling in het hotel waren ingecheckt namen Riet en ik dan ook gebruik van de vrije middag om van het hotel weer naar de Bund te wandelen voor nog een bezoek.

We verblijven de komende paar dagen in het Greenland Jiulong Hotel waar we een kamer hebben op de 23e verdieping met een prachtig uitzicht over het zuidwestelijke deel van de stad. Het enige probleem met dit hotel is het ontbreken van WiFi Internet, maar we waren al gewaarschuwd dat de Chinese overheid het gebruik van Internet overal aan banden heeft gelegd en dat WiFi lang niet overal beschikbaar is.

Nee, dan roken, daar zijn ze een stuk makkelijker mee. Het lijkt erop of iedere Chinees rookt en hoewel er rookverboden zijn gaan ze daar een stuk flexibeler mee om dan in Europa. Onze kamer ligt op een niet-roken verdieping en dat vond Riet maar niks. Er was bij navraag geen rokerskamer beschikbaar maar dat was geen probleem, er werd een asbak gebracht en Riet mag nu gewoon op de kamer roken…

Zoals gewoonlijk bij FOX reizen hadden we vanavond een welkomstdiner waarbij de groep met elkaar kon kennismaken. We gingen daarvoor naar een speciaal restaurant in een wijk waar hoofdzakelijk Dai wonen, een Chinese minderheid met een iets afwijkende cultuur. Lekker eten maar wel een beetje vet door overdadig gebruik van olie.

Na het diner stond er nog een optionele excursie op het programma, een rondvaart over de rivier de Huang Pu met als hoogtepunt de verlichte gebouwen. Het was inderdaad een schitterend gezicht, jammer was wel dat het bovendek van de Spido-achtige rondvaartboot stampvol was met mensen. Een geluk daarbij voor ons Nederlanders is dan wel weer dat vrijwel alle Chinezen minstens een kop kleiner zijn dan wij…

We sloten onze eerste vakantiedag af in stijl in de bar van het hotel waar we een afzakkertje namen met een door de jetlag steeds kleiner wordend gezelschap…

17 mei – Tweede dag in Shanghai

image7

Deze reis staat in de brochure van FOX als een relaxte reis, en dat bleek vanmorgen al want we werden pas om half acht gewekt. Heel anders dan onze reis naar Indonesië van vorig jaar toen vrijwel iedere dag al voor zessen onze wake-up call kregen. Het eerste onderdeel begon dan ook pas om negen uur, een rondrit door Shanghai.

Die begon met een bezoek aan de Jaden Buddha Tempel, een Boeddhistische tempel met een groot beeld van Boeddha wat uit een enkel stuk jade is gemaakt. Het was er druk met toeristen maar we liepen gewoon tussen de mensen die er overal aan het bidden waren en die zich niets van de toeristen leken aan te trekken.

Na de tempel reden we naar de oude stad waar een wijkje is opgebouwd in oude stijl. Prachtige gebouwen maar wel vreselijk toeristisch met allemaal souvenierswinkeltjes en het was er uiteraard ontzettend druk. Mooie gebouwen om te zien, dat wel, maar dus niet authentiek en dat is dan wel weer jammer.

De laatste stop was een Chinese lunch, net als het diner van gisteren weer aan zo’n typische Chinese ronde tafel waar je met acht tot tien personen aan zit met een grote glazen draaischijf in het midden. Al het eten wordt op de draaischijf gezet en als je wat wilt opscheppen draai je de schijf tot de juiste schaal voor je staat. Samenwerking en coordinatie is daarbij vereist…

De middag was in principe vrij te besteden en dat wilden we met nog een paar in het Shanghai museum gaan doen. Toen de bus daar aankwam zagen we zulke immense rijen staan dat we het bezoek maar voor gezien hielden. We hoorden later van de paar mensen die toch waren gegaan dat ze een uur buiten hadden moeten wachten.

Riet en ik wilden wat rond gaan wandelen maar daar zagen we vanaf toen het begon te regenen. Erg jammer wel van onze middag maar gelukkig stond het volgende programmapunt, het diner gevolgd door een acrobatenshow al voor vijf uur gepland.

De bus vertrok dus om vijf uur eerst naar een restaurant voor het diner (Chinezen eten altijd vroeg) en daarna reden we naar een prachtig modern theatergebouw voor een voorstelling van acrobaten genaamd “Era”. Onze gids Paul was daar lyrisch over en hij had niks teveel gezegd. Shanghai is beroemd om zijn acrobaten en de show was dan ook geweldig. Filmen en fotograferen mocht helaas niet, indrukwekkend was het wel.

Met name het laatste onderdeel was niet minder dan spectaculair, een enorme stalen bol waarin motorrijders rond reden. En als ik zeg “motorrijders” dan bedoel ik niet een voor een! Er begon er een maar er kwam er telkens een bij totdat er op het laatst acht motorrijders door elkaar reden in die bol, met een snelheid waar je het zweet van in je handen kreeg, wachtend tot het mis zou gaan. Dat gebeurde natuurlijk niet, want net als de rest van de show was alles tot in de perfectie gecoördineerd. Heel erg de moeite waard dus!

We hebben overigens nog steeds geen WiFi Internet en dat is eigenlijk onbegrijpelijk als je ziet dat ook hier vrijwel iedereen met de meest moderne Smartphones rondloopt. Ook opvallend is dat vrijwel niemand Engels spreekt en als ze het al spreken, zoals het personeel in het hotel, dan is het veelal erg gebrekkig en nauwelijks te verstaan.

Naast onze Nederlandse gids Paul hebben we ook een Chinese gids, John (uiteraard niet zijn Chinese naam), en hoewel die wat beter Engels spreekt is hij toch af en toe lastig te verstaan. Tijdens de lunch bijvoorbeeld werd er een schaaltje met vlees op tafel gezet en hij vertelde dat dat “frog” (kikker) was. Er begonnen al mensen moeilijk te kijken maar het bleek dat hij “pork” (varkensvlees) zei, maar het klonk dus als “frog”. Hij kon er zelf ook om lachen…

Een merkwaardig voorval van een heel andere aard vond plaats vanmiddag toen Riet en ik voor het raam van de lounge van ons hotel zaten. Voor het raam is een klein plantsoentje met vier grote sokkels met elk een vlaggenmast. Er komt een jong stel aanlopen met een klein kind wat blijkbaar nodig moest. Voor een van de sokkels wordt het kind op de rand gezet, de broek gaat naar beneden en ze laten het kind in het strookje gras kakken. Niemand keek op of om…

We snappen nu waarom veel kleine kinderen hier rondlopen in broeken zonder kont en zonder luier of onderbroekje…

18 mei – Van Shanghai naar Wuzhen

China_2014_05_18_033

De dag begon ronduit miserabel, er hing een dikke deken van mist over Shanghai en het was regenachtig. En dat konden we nu net vandaag niet gebruiken want er stond voor vanmorgen een bezoek aan de radiotoren van Shanghai op de planning, de Oriental Pearl TV Tower. We zouden naar het observatiedek gaan op 260 meter hoogte maar met die mist was dat natuurlijk onbegonnen werk, en na overleg om negen uur werd mede vanwege het feit dat de vooruitzichten niet gunstig waren besloten om de trip af te lasten.

Omdat we vanmiddag rond half een uit Shanghai zouden vertrekken hadden we dus de ochtend nu vrij te besteden en dat deden Riet en ik door met een taxi naar de drukke winkelstraat Nanjing Street te gaan. Het zag er met winkels van onder andere Gap, Cartier, Omega en een gigantische Apple Store nou niet bepaald communistisch uit, en daarbij werd ons wandelplezier vergald door de gestaag vallende motregen.

Het zoeken naar een koffietent viel ook al niet mee, we moesten nog flink zoeken voordat we een Costa vonden waar we een beetje konden opwarmen met een lekker bakkie want fris was het ook nog. En bovendien was er daar ook nog eens WiFi dus we konden eindelijk de krant weer eens lezen op onze iPads. We namen daarna maar weer een taxi terug naar het hotel om te gaan pakken want de eerste etappe van de reis zat er al weer op.

Om half een vertrokken we dus vanuit het hotel om eerst nog ergens te gaan lunchen voordat we vanuit Shanghai doorreisden naar Wuzhen, een rit van ruim drie uur. Wuzhen is een zogenaamd waterdorp en volgens onze gids Paul een van de mooiste van China.

We kwamen aan bij een enorm houten gebouw waar het zwart zag van de Chinese toeristen, en wij vielen als zo’n beetje de enige Westerlingen zodanig uit de toon dat ons groepje meteen een van de attracties werd. Terwijl onze Chinese gids John ons allemaal ging inschrijven werden er voortdurend al of niet stiekem foto’s van ons genomen.

Het gebouw bleek de receptie en de toegangspoort tot het waterdorp Wuzhen wat in feite een compleet nagebouwd vissersdorp is. Cultureel gezien misschien twijfelachtig omdat het niet authentiek is maar wel heel mooi gedaan. Het schijnt een privé project te zijn van een aantal Chinese miljonairs (ook al weer niet bepaald communistisch) maar wel heel mooi gemaakt en het ziet er tenminste authentiek uit.

Alles is er mooi en verzorgd, en misschien is het wel niet helemaal origineel, het geeft in ieder geval wel die indruk en het dorp geeft tenminste een beetje een beeld van een Chinees vissersdorp. Alleen zijn de vissers nu vervangen door winkeliers en er zijn heel veel restaurantjes, barretjes en winkeltjes.

Ons hotel heet Palace d’Eau (Water Paleis), en daar is niks teveel mee gezegd. Het is nog zo nieuw dat je het nog kan ruiken en alles ziet er mooi en schoon uit. De kamers zijn prachtig met twee hemelbedden en twee schrijfbureautjes, en beter nog, er is prima werkende WiFi! Het enige probleem is alweer dat het personeel totaal geen Engels spreekt, zelfs bij de receptie niet.

Voor vanavond stond er behalve het gebruikelijke diner met de tafel met het ronde draaiplateau een optioneel boottochtje op het programma door de kanaaltjes van Wuzhen wat overigens door de Chinezen al trots het Venetië van het Oosten wordt genoemd.

We voeren in kleine groepjes van vijf in een soort sampam door de kanaaltjes, een prachtig tochtje waarbij het alleen door de schaarse verlichting moeilijk fotograferen was. Wel zagen we onderweg heel wat leuke terrasjes waar we eventueel later nog naar toe konden en dat deden we ook, maar niet nadat onze gids ons eerst de weg naar het hotel had gewezen. Het dorp is namelijk een doolhof van kleine straatjes en bruggetjes en omdat ons hotel nog zo nieuw is staat het nog op geen enkele kaart.

We eindigden met nog twee van onze reisgenoten, waarvan de ene een Katwijker is (jaja, echt waar, geboren in de Tijmstraat) op een terras langs het water bij een van de gezellige bars. Binnen stond een bandje te spelen en we hoorden onder andere de alweer weinig communistische liederen “Take me home country roads” en “Hotel California” voorbijkomen…

Jammer alleen van het weer vandaag wat zorgde voor een natte en grijze dag. Gelukkig klaarde het in de loop van de avond op en hopelijk zet die trend zich morgen voort.

19 mei – Wuzhen

image11

Het zag er goed uit vanmorgen want bij het opstaan scheen er een waterig zonnetje en de weersvooruitzichten voor vandaag waren niet slecht. Dat kwam goed uit want voor vanmorgen stond er een bezoek aan het oude Wuzhen op het programma. Het oude gedeelte van Wuzhen is vrijwel identiek aan het resort-achtige dorp waar we nu verblijven maar is wel degelijk nog helemaal authentiek, zij het flink gerestaureerd.

Het was bij het oude dorp ook al weer een drukte van jewelste en dat werd er niet beter op in de smalle straatjes. Gelukkig was er genoeg te zien want behalve de huizen waren er ook verscheidene kleine museumpjes en tentoonstellinkjes her en der verspreid over onze wandelroute.

Zo was er te zien hoe indigo wordt gebruikt voor het kleuren van stoffen, er was een distilleerderijtje voor rijstwijn (pittig spul!) en een zijdefabriekje. Verscheidene huizen waren ingericht zoals ze er vroeger uit moeten hebben gezien, dus al met al was het best een leuk bezoek.

Na de ochtend en de lunch was de middag weer vrij te besteden en terug in het waterdorp deden Riet en ik door een wandeling. Het waterdorp heeft een “hoofdstraat” met daarin heel veel kleine winkeltjes die uiteraard souveniers verkopen maar veel daarvan wordt er ook met de hand gemaakt.

Ja, en toen begon het zachtjes te regenen. Omdat we geen parapalu bij ons hadden zat er niks anders op dan naar het hotel terug te lopen. Het werd later in de middag wel weer droog maar het bleef zwaar bewolkt en omdat het er naar uit zag dat het ieder moment weer zou gaan regenen dronken we nog wat op een terrasje maar bleven in de buurt van het hotel.

Het diner ‘s avonds was wat ons betreft het minste tot nu toe maar dat kwam doordat er deze keer gewoon minder van onze gading op tafel stond. Sommigen gingen enthousiast aan de slag met de ongepelde garnalen, ikzelf had geen zin om de hele avond met naar garnaal stinkende handen rond te lopen. Maar het voordeel van die “ronde tafel diners” is dat er altijd wel wat op tafel staat wat je lekker vindt dus zo erg was het ook weer niet.

We sloten de dag af in een kroegje waar twee jonge Chinezen liedjes zongen waarbij ze zichzelf begeleiden op een akoestische gitaar. We verstonden er wel geen woord van maar het klonk lang niet slecht. En wat mij opviel was dat de mannen beschikten over spullen waar je zowat jaloers op zou worden, zoals een Martin gitaar. Weer zoiets wat je toch eigenlijk in zo’n gehucht in China niet verwacht.

Het was in de loop van de avond wel weer gaan stortregenen en dat betekende terug naar het hotel onder de paraplu. Iedereen is het huidige weer nu eigenlijk wel zo’n beetje zat want dit is dus al de derde dag dat het regent en we zijn net vier dagen onderweg. Morgen wordt het hier zonnig en warm volgens de verwachting maar ja, we vertrekken morgenvroeg al weer vanuit Wuzhen.

Tot nu toe was het gezellig maar iedereen wil nu eigenlijk wel eens wat meer van het echte China zien. Die modeldorpen  die we tot nu toe hebben bezocht zijn wel leuk maar naar onze zin veel te toeristisch. De vraag die we onszelf al een paar keer hebben gesteld is of we te zien krijgen wat we willen zien of dat de Chinese overheid ons alleen die dingen laat zien die we mogen zien…

20 mei – Van Wuzhen naar Hangzhou

image9

Het weer was opgeklaard vanmorgen zoals de weersverwachting had voorspeld, en  we vertrokken na het ontbijt om negen uur vanuit het waterdorp Wuzhen naar de stad Hangzhou. Het was geen lange rit, een uurtje of twee, naar de vroegere hoofdstad van China die nu een provinciale hoofdstad is met acht miljoen inwoners.

Bij aankomst bezochten we voor de lunch een toeristenmarkt, leuk en met bijzondere souvenirs en snuisterijen van Chinese makelij. Belangrijker voor mij was de Costa Coffee want dat betekende een lekkere cappuccino. Het schijnt trouwens dat de Costa’s die we nu regelmatig zien een redelijk nieuw verschijnsel zijn in China, volgens onze reisleider tenminste.

Na de lunch bezochten we de op een heuvel gelegen Bhoeddistische Lingyin tempel die oorspronkelijk gesticht schijnt te zijn in de zevende eeuw, dik dertienhonderd jaar oud dus. Het complex was groot en imposant met talloze Bhoedda beelden en typisch Chinese Tao invloeden.

Na de tempel bezochten we een thee plantage waar een bijzonder soort groene thee wordt verbouwd. De thee smaakte naar spinazie, wat overigens normaal schijnt te zijn, en we kregen een verkoopverhaal te horen over oxidanten en “cleansing of the body”. Nuchtere Hollanders die we zijn geloofden we er weinig van en vrijwel niemand kocht dan ook iets van de tamelijk dure producten.

Eenmaal in het Lily Hotel hadden we weinig tijd om ons op te frissen voor het diner want vanavond was er de mogelijkheid om na het eten de “West Lake Impression Show” bij te wonen. Deze theatershow speelt zich af op het vlakbij gelegen meer en wordt geregisseerd door dezelfde regisseurs als van de show voor de opening van de Olympische Spelen in China.

De show was weergaloos mooi, een verhaal over een ontvoerde prinses, waarbij gebruik gemaakt werd van schitterende lichteffecten in combinatie met de vier natuurelementen, en er zat zelfs een complete veldslag in verwerkt. Het is bijna niet na te vertellen maar hopelijk zijn mijn foto’s een beetje gelukt. Absoluut fantastisch!

We wilden met ons zo langzamerhand vaste stapkoppeltje nog wat drinken en we vonden een bar die weliswaar gezellig was maar hoofdzakelijk bevolkt werd door een tamelijk jong publiek. We voelden ons er niet helemaal thuis en besloten verderop te gaan. We vonden een Lounge Bar die beter aan onze eisen voldeed en besloten deze geweldige dag daar met een afzakkertje.

Toch gaf ook deze dag weer een onverwacht beeld van China. Alles wat we zagen zag er heel modern en ik zou bijna zeggen on-communistisch uit, een totaal ander beeld dan we voor ogen hadden voordat we hier naar toe kwamen. Met name de jongeren zijn net zo modieus gekleed als in het Westen (al zijn de combinaties volgens Riet af en toe bizar) en ze zijn net zo of nog meer geobsedeerd door hun mobiele telefoons en het maken van “selfies”.

Niet bepaald wat we hadden verwacht in China…

21 mei – Hangzhou

image10

De stad Hangzhou geldt als een van de mooiste steden in China omdat er heel veel groen is en het is gelegen aan een prachtig meer. Ons hotel is gelegen vlakbij dat meer en vandaag was er een optionele excursie die bestond uit een boottochtje over het meer, een fietstochtje rond een deel van het meer en een bezoek aan een familietuin gelegen aan het meer.

We begonnen dus met het boottochtje wat op zich leuk was maar verder niet echt bijzonder. Het was zonnig en erg warm, zelfs op het water, maar door de hoge luchtvochtigheid was het zicht op de heuvels en de stad vanaf het meer niet zo geweldig.

Het had heel wat voeten in aarde voordat we voor het fietstochtje konden vertrekken. De fietsen, of liever fietsjes, waren voor met name de mannen gewoon veel te klein en dat veroorzaakte nogal wat hilariteit, ook al omdat de meest voorkomende kleur van de fietsjes knalroze was. Nadat de problemen met te lage zadels en zachte banden waren opgelost konden we eindelijk op pad.

Het ritje zelf was nogal chaotisch want vanwege de enorme drukte waren we meer bezig met het ontwijken van mensen en voertuigen dan met sightseeing, maar het was toch wel leuk. Onderweg raakten we ook nog eens onze reisleider kwijt die weer eens zat te kletsen in plaats van op te letten en met een aantal mensen rechtdoor reed terwijl onze Chinese gids had aangegeven dat we linksaf moesten. Het kwam allemaal goed en we eindigden de fietstocht waar we begonnen waren en met de hele groep compleet.

De familietuin die we daarna bezochten was oorspronkelijk aangelegd door een rijke Chinese familie maar het complex was in 1949 geconfisqueerd door de communistische regering. Zelf zie ik dat niet zo goed maar Riet zag duidelijke tekenen van slecht onderhoud aan de planten en ze was dan ook niet onder de indruk.

Na de gezamenlijke lunch was de rest van de middag vrij en we gebruikten die gelegenheid voor een massage in het hotel.

Aan het begin van de avond gingen we op zoek naar WiFi intermet en we dachten dat gevonden te hebben bij een vlakbij gelegen Starbucks maar dat bleek maar gedeeltelijk juist. Er was wel gratis WiFi maar daar had je een code voor nodig en die kon je alleen aanvragen met een Chinese mobiele telefoon.

We belandden dus uiteindelijk net als gisteravond weer in de “Old Captain Lounge Bar” waar ze wel WiFi bleken te hebben. Wat later kregen we daar ook nog gezelschap van twee andere reisgenoten dus werd het weer gezellig, zoals we inmiddels al gewend zijn.

Het was vandaag ook weer gelukt om te pinnen dankzij een pinautomaat bij ons hotel, maar dat blijkt in China lang niet altijd even makkelijk. Pinautomaten zijn hier lang niet zo talrijk aanwezig als we inmiddels overal gewend zijn en we moeten er dus voortdurend op letten dat we genoeg contant geld hebben.

En China is ook een verbijsterend duur land! Wij dachten net als waarschijnlijk veel andere mensen dat het hier goedkoop zou zijn maar het tegendeel is waar.  Alles is duur, de hotels, het eten, de drankjes, en in ons geval ook onze excursies.

Een rijk land is het zeker ook, met name in de steden is dat duidelijk te zien aan alles. Hier in Hangzhou hebben we bijvoorbeeld dealers gezien van Rolls Royce, Lambourghini, Ferrari en Aston Martin, en het aantal Mercedessen, Audi’s en BMW’s is ongelofelijk. Ik heb alleen al in Hangzhou meer Porsche Panamera’s gezien dan in de rest van mijn leven bij elkaar…

22 mei – Van Hangzhou naar Suzhou

image12

De Chinezen hebben een gezegde, “in de hemel is het paradijs, op aarde heb je Hangzhou en Suzhou”.  Wij bezoeken allebei deze plaatsen want gisteren waren we in Hangzhou en vandaag reisden we naar Suzhou.

Na een ritje van iets meer dan twee uur kwamen we rond half twaalf aan in Suzhou wat in een andere provincie ligt dan Hangzhou. Suzhou is een stad met rond de tien miljoen inwoners en is vooral bekend door zijn prachtige tuinen waarvan er negen op de Unesco lijst van historisch erfgoed staan.

De eerste stop was dan ook een bezoek aan een van die tuinen, de “Tuin van de Nederige Administrateur”, zo’n honderdtachtig jaar geleden aangelegd door een hoge ambtenaar. Net als de tuin die we bezochten in Hangzhou zijn alle tuinen in Suzhou nu ook in bezit van de regering en toegankelijk voor iedereen (die betaald uiteraard).

De tuin was prachtig, met onder andere een schitterende verzameling Bonsai bomen. Het geheel kon Riet’s goedkeuring wegdragen maar ze had wel graag gezien dat “al die mensen effe zouden oprotten”, zodat ze er alleen rond zou kunnen wandelen.

Na de tuin was er weer een voortreffelijke ronde-tafel lunch waarna we doorreden naar een zijdefabriek. China staat natuurlijk bekend om zijn prachtige zijde en in het fabriekje zagen we het hele proces, van de zijderupsen die bladeren van de Moerbijboom aten tot aan het verkrijgen van de zijdedraden uit de cocon van de rups.

Uiteraard was er aan het eind van de rondleiding een enorme winkel met zijde-produkten, variërend  van zijden dekbedden tot aan sjaals en overhemden. Allemaal prachtige dingen, en bijna hadden we nog een schitterend geborduurd doek gekocht voor aan de muur. We konden het alleen niet over de prijs eens worden en uiteindelijk vonden we het toch te duur.

Het hotel bleek een verrassing want het was niet het hotel wat in onze lijst stond maar volgens onze reisleider een veel beter hotel en meer centraal gelegen. We hebben wat in de nabije omgeving van het hotel rondgekeken voordat we naar het diner gingen en daarna hebben we met nog een paar mensen in het hotel een afzakkertje genomen.

Inmiddels hebben we al gemerkt dat het verkeer in China weinig verschilt van andere landen in deze regio. Ook hier worden de regels massaal aan de laars gelapt en het beeld is eigenlijk hetzelfde als wat we van Maleisië en de Filipijnen gewend zijn. Het enige verschil is wel dat ze hier beslist niet stoppen voor voetgangers en we hebben al voor heel wat auto’s en brommers opzij moeten springen…

23 mei – Suzhou

image13

Het was vandaag een fantastisch mooie dag en ook nog eens een dag die we vrij konden besteden. Onze reisleider en onze gids, die trouwens uit Suzhou komt, hadden ons een aantal leuke tips gegeven en gisteravond hadden we al met een ander stel plannen gemaakt.

Eigenlijk stond er een optionele excursie op het programma maar die ging door gebrek aan belangstelling niet door. Een van de onderdelen van die excursie was een tochtje met een riksja geweest en we besloten dat dan maar zelf te regelen.

Na het ontbijt gingen we met Marien en Ellie op zoek naar riksja’s en die vonden we vlak bij het hotel. Na wat onderhandelen werden we het met twee riksja bestuurders eens over de prijs en lieten we ons naar een plaatselijke markt brengen. Het was een leuk ritje maar zoals gewoonlijk voelden Riet en ik ons bezwaard omdat we ons als twee relatief zware westerlingen voort lieten trappen door een schriel Chineesje. Hij kreeg dan ook een dikke fooi.

Op de plaats waar het marktje zou moeten zijn was niets te zien, dus of we zaten fout of het was nog te vroeg. We gingen maar uit van het laatste en staken de weg over naar Pingjiang Road waar volgens onze gids allemaal winkeltjes zouden moeten zijn. Hij had gelijk, het straatje liep langs een smal kanaaltje en er waren inderdaad allemaal leuke winkeltjes en restaurantjes.

We besteedden de hele ochtend aan het op en neer lopen van het straatje, en toen we dat gedaan hadden was het tijd voor de lunch op een gezellig terrasje. Taal misverstanden over de grootte van de porties en het al of niet meeleveren van rijst leidden ertoe dat we uiteindelijk veel te veel bestelden maar lekker was het wel!

Na de lunch gingen we terug naar de plaats waar het marktje zou moeten zijn. We vonden het dankzij de tip van twee reisgenoten die we onderweg tegen waren gekomen, het bleek een straat verderop dan waar wij door de riksja’s waren afgezet.

We wandelen door een gezellig winkelstraatje en door de eigenlijke markt die in een soort hal was. Vreemde groente, merkwaardige kruiden en levende vis, kortom, duidelijk anders dan in Europa en typisch Aziatisch.

In eerste instantie wilden we daarna een taxi terug naar het hotel nemen maar uiteindelijk deden we het toch wandelend, hopend wat van de calorieën van de lunch eraf te lopen.

Wandelend op ons gemak deden we er ruim drie kwartier over en onderweg konden we constateren dat Suzhou toch wat meer Chinees was dan Hangzhou en zeker Shanghai. We zagen simpelweg nauwelijks westerse winkels onderweg; geen McDonaldsen, geen Starbucksen en vlak bij het hotel pas een KFC.

We hadden voor vanavond met nog twee stellen afgesproken om te gaan eten bij het tegenover het hotel liggende Japanse Teppanyaki restaurant. Nou, dat werd een feest! Zoals we inmiddels gewend zijn sprak het personeel nauwelijks Engels en bij Teppanyaki moet je een menu kiezen met heel veel opties.

Daar kwam nog bij dat een van de stellen beslist aparte rekeningen wilde dus het duurde ruim een half uur voordat de bestelling rond was, een eenheidsmenu voor een vaste prijs. En dat werd vervolgens in hoog tempo klaargemaakt en geserveerd, en uiteraard was het veel te veel na die lunch van vanmiddag.

Na afloop rekenden we af en lieten een fooi achter. Maar net als in de meeste restaurants kwamen ze ons de fooi nabrengen want die wilden ze niet accepteren. Het schijnt namelijk verboden te zijn om fooien te accepteren en we hebben dus al een paar keer gehad dat een fooi vriendelijk maar dringend werd afgewezen…

24 mei – Van Suzhou naar Zhengzou

image14

Vandaag was de eerste echte vroeg op dag want we moesten de trein halen die om acht uur zou vertrekken. We zouden met de hogesnelheidstrein reizen naar Zhengzhou, de hoofdstad van de provincie Hunan. De reis was ongeveer negenhonderd kilometer lang en zou ruim zes uur duren, wat betekende dat we ‘s middags rond half drie aan zouden komen.

Over de reis kunnen we eigenlijk kort zijn, die was lang en saai. Het was nogal een toestand bij het instappen want het bleek dat de trein maar twee minuten stopte in Suzhou en dat is erg kort om vijftien mensen met koffers in te laten stappen. In de consternatie bleef de tas van onze reisleider op het perron achter en het kostte hem heel wat telefoontjes om die na te laten bezorgen.

Het landschap was vlak en saai, we passeerden geen dorpjes maar alleen maar grote sombere industriesteden en om het geheel een nog wat depressievere aanblik te geven was het ook nog eens zwaar bewolkt met af en toe regen. Voeg daarbij de luidruchtige Chinese medereizigers en dan weet je dat we blij waren toen we in Zhengzhou arriveerden.

Een aardig voorval was er nog wel op een station halverwege waar de tein van rijrichting ging veranderen. Er ontstond nogal wat commotie in de coupé en wat bleek, iedereen moest even gaan staan waarna de rijtjes met stoelen door de conductrice werden omgedraaid zodat we bij vertrek weer met onze neuzen in de rijrichting zaten.

Toen we aankwamen in Zhengzhou was het er zonnig en heet, en we werden opgewacht door onze nieuwe Chinese gids June. Het duurde nogal lang voordat we buiten stonden want het station is gigantisch groot. Eenmaal buiten was er nog een nare verrassing want de bus mocht niet tot voor het station rijden dus we moesten, slepend met onze koffers, nog een aardig eindje lopen voordat we bij de bus waren.

Voordat we naar het Xinhao Jianguo Hotel gingen maakten we eerst nog een stadswandeling waarbij duidelijk werd dat Zhengzhou de meest Chinese stad was die we tot nu toe hadden gezien. Shanghai is de meest westerse stad, Hangzhou en Suzhou zijn prachtig maar toch wel erg toeristisch, maar Zhengshou is het echte China. We zagen ook vrijwel geen andere westerse toeristen maar wel veel kleine winkeltjes en eetkraampjes langs de straat. Goed, er was ook een modern centrum met een Starbucks maar dat is ook in China vrijwel onvermijdelijk.

Na het inchecken in het hotel en het diner maakten Riet en ik nog een avondwandelingetje in de buurt van het hotel, langs een hypermodern winkelcentrum maar ook door straatjes met markten en eetkraampjes.

Vreemd genoeg voor de zaterdag waren de beide bars in het hotel gesloten, maar gelukkig was er buiten een terras waar we een biertje konden drinken. Eerst kregen we een ter plekke gebrouwen brouwsel wat leek op een modderig biertje maar niet echt lekker was. Gelukkig had een van ons door onze vorige gids op een briefje “koud bier” in het Chinees laten schrijven en dat werkte een stuk beter.

Er schoven in de loop van de avond steeds meer reisgenoten aan die binnen kwamen druppelen van hun avondwandeling dus het werd een gezellige zaterdagavond.

25 mei – Van Zhengzou naar Luoyang

image15

Weer een dag met vroeg opstaan want vandaag vertrokken we om half acht alweer met de bus uit Zhengzhou. De eindbestemming was de stad Luoyang, een stad met zeven miljoen inwoners en een oude hoofdstad van China, maar daar kwamen we pas aan het eind van de middag aan want onderweg waren er een paar tussenstops.

De eerste stop was een bezoek aan de beroemde Shaolin tempel, de bakermat van de Kung Fu. Rond de tempel ligt nu een stadje waarin twaalf scholen zijn waar ze Kung Fu onderwijzen en bij een van de scholen kregen we een Kung Fu demonstratie. Een aardige voorstelling waarbij Marco, een van onze reisgenoten, als vrijwilliger het podium op ging om mee te doen, tot groot enthousiasme overigens van het Chinese publiek.

Na de Kung Fu voorstelling bezochten we het uitgebreide tempelcomplex waar het ontzettend druk was want omdat het zondag was waren er ook heel veel Chinese bezoekers. We kregen gelukkig ruim de tijd om op ons gemak op eigen houtje rond te wandelen en met wat geduld konden we alles toch redelijk goed bekijken.

De tweede tussenstop was de lunch en het zag er op dat moment naar uit dat het zou gaan regenen. Terwijl wij zaten te eten vielen er ook wat druppels maar daar bleef het bij.

Na de lunch reden we in een ruk door naar Luoyang waar we als laatste stop voordat we naar het hotel werden gebracht eerst nog een wandeling maakten in een straatje wat vrijwel helemaal in de stijl is van de 16e eeuwse Ming dynastie en grotendeels zelfs nog authentiek. Aan het begin van het straatje stond de monumentale stadspoort.

We overnachten in het Luoyang Grand Hotel. Omdat we vrij laat in de middag waren aangekomen aten we in het hotel, en meteen daarna hadden Riet en ik een massage geregeld. Deze werd op de kamer gegeven door twee dames die ons hardhandig maar wel deskundig onder handen  namen.

Het afzakkertje van de avond namen we in de “Beer Garden” een soort van buitenbar vlak voor het hotel. Het bier in China is trouwens goed te drinken al hebben we het idee dat sommige bieren wel erg licht zijn. De bekende merken hier zijn Tsing Tao, Harbin en Snow, waarvan met name de laatste wel een soort van “evenementenbier” lijkt, van dat bier waar weinig alcohol zit. Voorlopig is Tsing Tao onze favoriet, ondanks dat er vele soorten buitenlands bier (Heineken, Budweiser, Carlsberg) te krijgen zijn.

 

Nog even twee merkwaardige voorvalletjes die aangeven hoeveel de Chinese samenleving verschilt van die van ons. De eerste vond plaats op het station van Zhengzhou toen we aankwamen, een jonge vrouw liet haar dochtertje plassen midden op het perron terwijl wij allemaal langs liepen. Het tweede was ‘s avonds tijdens onze avondwandeling, een vader had zijn zoontje onder zijn arm want het ventje voelde zich blijkbaar niet lekker; na wat kloppen op zijn rug liet pa zijn zoontje kotsen midden tussen het wandelend publiek en verscheidene mensen waaronder Riet kregen zowat de kots over hun voeten…

26 mei – Van Luoyang naar Xi’an

image16

We hadden vandaag een tamelijk druk programma want we vertrokken alweer uit Luoyang, in de middag reisden we met de hogesnelheidstrein naar de stad Xi’an.

Maar voor het zover was gingen we eerst nog met de bus naar de net buiten Luoyang gelegen “Longmen Caves”, grotten die in een heuvel zijn uitgegraven en waar in de muren en nissen die ontstonden duizenden Bhoedda beelden waren uitgehakt. Deze beelden zijn meer dan veertienhonderd jaar oud, het kleinste beeldje is maar twee centimeter groot, de grootste ruim veertien meter hoog.

Het was nogal wat klimwerk via houten trappen want sommige beelden zitten hoog in de rotsen, maar het was beslist de moeite waard. Wat er nog van over was tenminste, want behalve aardbevingen hebben met name de Engelsen en de Amerikanen onherstelbare schade aangericht. Die malloten waren er in de dertiger jaren en wilden souvenirs mee naar huis nemen. Heel veel nissen zijn nu dus leeg omdat de beeldjes gestolen zijn en als het beeld te groot was om mee te nemen hakten ze de kop eraf om alleen die mee te nemen.

We brachten de hele ochtend door bij de grotten waarna het weer tijd was voor de lunch en en die was in een buitenwijk in Luoyang. Deze keer was de locatie een voormalige arbeiderscommune waarvan de huisjes omgetoverd zijn tot eethuisjes. De sfeer van het communisme hing nog overal en het was verbijsterend om te horen dat in de kamer waar wij aten vroeger twee complete gezinnen leefden.

Na de lunch reden we naar een fabriek waar jade verwerkt wordt. Veel zin hadden we er niet in want dit was weer een van die commerciele excursies en de bedoeling was om alleen even het kleine museum te bezoeken. Dat was leuk, met een enorm schip gemaakt van jade, maar we konden niet voorkomen dat we toch nog even de onvermijdelijke winkel werden ingesleept waar overigens alweer niemand wat kocht.

Om even over half drie werden we afgezet bij het station van de hogesnelheidstrein in Luoyang waar de trein om tien over half vier zou vertrekken. We voorzagen weer instapmoeilijkheden omdat de trein maar twee minuten zou stoppen en we moesten er met koffer en al in. Het werd inderdaad een enorme puinhoop. De wagon waarin wij moesten plaatsnemen stopte niet op de juiste plek waardoor een deel van de groep, waaronder wij, een wagon verder moesten  instappen. De trein was stampvol, want we waren niet bepaald de enigen die instapten en het duurde ruim een kwartier voordat we ons met die zware koffers door de smalle gangpaden van twee overvolle wagons hadden heen gewurmd.

Uiteindelijk zaten we dan toch, en met de nodige moeite hadden we plek gevonden voor onze koffers, hoofdzakelijk in de bagagerekken. De reis zelf verliep verder zonder problemen en we kwamen rond half zeven aan in Xi’an. Daar kregen we weer een nieuwe Chinese gids, na June die ons in Zhengzhou en Yuolang had begeleid hebben we de komende dagen Harry. Hun Engels klinkende namen zijn natuurlijk niet hun echte namen maar omdat ze er vanuit gaan dat hun Chinese namen niet uit te spreken zijn voor westerlingen krijgen ze van hun leraar Engels allemaal een Engelse naam. En die naam is maar net wat die leraar ervan maakt.

Xi’an, een stad met tien miljoen inwoners, heeft ook al weer enorme wijken met torenhoge flats, maar in de oude binnenstad is nog heel wat overgebleven van de oude Chinese cultuur. Ons hotel, het Grand Metropark Xi’an, staat in die oude binnenstad, binnen de bewaard gebleven oude stadsmuur.

We hebben de afgelopen dagen heel wat bezienswaardigheden bezocht maar we zijn er inmiddels aan gewend dat we zelf ook bezienswaardigheden zijn. Tot nu toe hebben we nog niet veel andere westerse toeristen gezien en de Chinezen bekijken ons dan ook nieuwsgierig. Er worden om de haverklap stiekem foto’s van ons gemaakt en we hebben al heel wat moeten poseren om met Chinezen op de foto te gaan…

27 mei – Het Terracotta Leger

image17

Een van de hoogtepunten van onze reis zou het bezoek aan het Terracotta leger vlak buiten Xi’an moeten zijn, en dat was vandaag. We gingen per bus op pad maar voordat we naar het Terracotta leger zouden gaan werd er eerst nog een bezoekje gebracht aan een terracotta-fabriekje waar we konden zien hoe de terracotta figuren worden gemaakt.

Eigenlijk hadden we daar niet veel zin in omdat er ook weer een onvermijdelijk bezoek zou worden gebracht aan een winkel, maar dat werd leuker dan we dachten. Behalve dat we konden zien hoe de terracotta figuren worden gemaakt uit dikke klei bleek het fabriekje namelijk ook een meubelmakerij te bevatten. En de enorme winkel was dus niet alleen gevuld met terracotta voorwerpen maar ook met prachtige meubels.

Ik verwachtte het al vanaf het moment dat we de winkel binnenliepen: Riet zag een kastje waar ze helemaal weg van was. We spraken met een verkoopster en die maakte duidelijk dat de prijs inclusief de verscheping naar waar dan ook was en dat levering dus geen enkel probleem vormde. Tijdens het gesprek zag Riet een kastje wat ze nog mooier vond en een half uurtje later was de koop geregeld: er komt een Chinees lak-kastje ingelegd met jade naar Manila.

En toen kwam dan het hoogtepunt van de dag en misschien wel van deze reis, het bezoek aan het museum waar het Terracotta leger wordt tentoongesteld. Het museum is gebouwd op de vindplaats zelf en de kleisoldaten staan dan ook in dezelfde lange rijen als ze zijn gevonden. De vindplaats ligt op anderhalve kilometer afstand van de grafheuvel waar keizer Qin, die het leger heeft laten maken, ligt begraven.

Het is een bijzonder indrukwekkend schouwspel als je de eerste hal in loopt en dan ineens oog in oog staat met een leger van zesduizend levensgrote kleisoldaten. De hal heeft langs de zijkanten een omloop waarover je langs het leger kunt lopen en alles goed kunt bekijken. Er zijn nogal wat kleisoldaten beschadig en er is dus nog volop reparatiewerk aan de gang om ze te repareren, maar het merendeel is al volledig hersteld.

Behalve deze hal zijn er nog twee hallen met vindplaatsen, een grote waar de weinige figuren die te zien zijn hoofdzakelijk uit brokstukken bestaan, en een kleine waar nog een paar prachtige figuren staan waaronder enkele schitterende paarden. Daarnaast is er ook nog een museum met gevonden voorwerpen en als hoogtepunt twee complete bronzen paard-en-wagens.

We besteedden de hele ochtend in het museum. Het was meer dan indrukwekkend en ik kan weer een van de dingen op mijn lijstje “Nog te zien” doorstrepen. Na de lunch reden we terug naar Xi’an waar we de Islamitische wijk bezochten. Daar zijn heel veel rommelige winkeltjes en een “souk”, een overdekte markt, vol met etenswaren en snuisterijen. We hadden nu niet veel tijd om uitgebreid te kijken maar we hebben een vervolgbezoek op de agenda gezet voor morgen als we een vrije dag hebben.

Vanavond maakten we een stadswandeling over een lange boulevard die opgebouwd is naar het voorbeeld van gebouwen uit de Tang dynasty. Het was allemaal weliswaar niet authentiek maar het was desondanks een mooie wandeling die afgesloten werd bij de Grote Ganzen Pagode waar een fonteinenshow werd opgevoerd op klassieke muziek. Onderweg terug naar het hotel maakten we nog een laatste tussenstop bij de oude stadsmuur om er wat foto’s te maken van de prachtig verlichte torens.

Met nog een paar medereizigers gingen we tenslotte nog even naar een vlak naast het hotel gelegen Beer Garden, en dat bezoek duurde uiteindelijk veel langer dan gepland. Het zat er vol met jongelui, en net toen we terug naar het hotel wilden gaan kwam een jongeman van een naast gelegen tafeltje naar ons toe. In eerste instantie dachten we dat hij alleen met ons op de foto wilde maar hij liet ook meteen bier aanrukken. Nadat zijn vriendin ook bijgeschoven was begon hij een heel gesprek waar wij uiteraard niks van begrepen. Ze kenden allebei geen Engels ( al denk ik dat de vriendin het wel begreep maar ze was erg verlegen) en we moesten dus communiceren met handen en voeten.

En met iPhones, want nadat Riet op het lumineuze idee gekomen was om een vertaalprogramma te gebruiken werd duidelijk dat ze wilden weten waar we vandaan kwamen. En ze vonden het gewoon erg leuk om met buitenlanders te praten.

Heel erg leuk maar Riet en ik haakten op een gegeven moment af want er bleef maar bier aangerukt worden en vol is vol zeg ik altijd maar…

28 mei – Xi’an

image19

Vandaag hadden we verscheidene optionele excursies in Xi’an maar er was er niet een van onze gading bij. Cursussen kalligraferen zijn geen dingen voor in onze vakantie (en zeker niet als de gids aangeeft dat het zowat op universitair niveau is), museums waar je een uur voor moet rijden vinden wij ook niks en fietstochten over de stadsmuur die veel duurder zijn dan wanneer je gewoon gaat lopen zijn aan ons ook niet besteed.

Kortom, wij hadden een dag vrij naar eigen inzicht te besteden en dat deden we dan ook. Allereerst sliepen we uit, al werd dat wreed onderbroken door een niet geplande wake-up call om half acht (ik was trouwens zoals gewoonlijk al om half zeven wakker).  Op zich kwam die call goed uit want de koffers moesten om negen uur klaar staan (daarover later meer) en we wilden toch wel even ontbijten.

Om een uur of elf wandelden we met zijn tweeën naar de stadspoort die het dichtst bij het hotel was en kochten daar een kaartje voor de stadsmuur. De oude binnenstad van Xi’an wordt nog steeds omsloten door een compleet intacte stadsmuur van vijftien kilometer lang. Wij wandelden van de oostpoort naar de noordpoort en dat is precies een kwart van de totale afstand.

Het was een hete klus want het zonnetje brandde ongenadig maar het was beslist de moeite waard. Op de stadsmuur staan op regelmatige afstanden torens die of nog volledig intact zijn of gerestaureerd, en alles ziet er dus nog net zo uit als pakweg duizend jaar geleden. Alleen de omgeving is wel wat veranderd, met name buiten de muren waar overal de enorme flatgebouwen zijn verrezen of in aanbouw zijn.

Bij de noordpoort verlieten we de stadsmuur en wandelden we naar het centrum van de oude binnenstad waar op een groot plein de Bell Tower staat. Riet had er geen zin in dus ik bezocht alleen deze prachtige toren die er overigens meer uitziet als een tempel. Rond de Bell Tower is een verhoogde omloop vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de omliggende boulevards, maar vanaf de hogere omloop rond de toren zelf is het uitzicht nog beter. Ik nog zwaaien naar Riet aan de overkant van het plein maar ze zag me niet (ze was haar bril vergeten)…

Een leuke verrassing in de Bell Tower was dat ik precies op tijd was voor een mini concert van een groepje muzikanten wat speelde op van die typische Chinese instrumenten waar ik geen kaas van kan maken, en die daarbij gebruik maakten van een hele wand vol met klokken. De muzikanten waren overigens gekleed in prachtige kostuums uit de Tang dynastie.

Terug op het plein vonden Riet en ik eindelijk een Starbucks waar we even onze zo langzamerhand vermoeide voeten konden laten rusten op het terras ( ja, we zijn ook de jongsten niet meer). Daarna wandelden we zoals we gisteren al hadden besloten naar de vlakbij gelegen Drum Tower waar de Islamitische wijk begint. We deden weer een rondje over de souk waar Riet een sjaal van kashmir kocht, voor weinig maar gezien het lachende gezicht van de koopman nog steeds teveel. Bij een tweede tentje kreeg ze zowat ruzie met een verkoopster die niet de prijs wou geven die Riet bedong op basis van de eerste onderhandelingen. Gelukkig verstaan we geen Chinees maar erg fraai zal het niet geweest zijn.

Het was ondertussen aan het eind van de middag dus liepen we terug naar het hotel waar we inmiddels al hadden uitgecheckt. We vertrekken vanavond namelijk tegen middernacht met de nachttrein naar de stad Ping Jao waar we morgenvroeg aan zullen komen. Gelukkig hoeven we deze keer niet zelf onze bagage te sjouwen, die is vanmorgen al opgehaald en is dus al onderweg. Vandaar dus dat om negen uur onze koffers al klaar moesten staan, voor de treinreis hebben we alleen het hoognodige bij ons.

Maar we moesten vanavond dus nog wel wat uurtjes besteden en dat deden we in eerste instantie met een lekker koud biertje in de Beer Garden. Daarna verkastten we naar de lounge van het hotel in afwachting van het vertrek om half tien vanavond. We hadden eventueel nog mee kunnen gaan met een optionele excursie in de avond naar een dinervoorstelling met traditionele dansen maar die Joop-van-der-Ende-achtige toestanden kennen we nu wel (op zich meestal niet onaardig maar steevast ontzettend druk en met bar slecht eten).

We moeten overigens in de nachttrein een slaapcoupé  delen met een ander stel, benieuwd hoe dat gaat worden…

29 mei – Pingyao

Pingyao_Slaaptrein

Gisteravond vertrokken we rond elf uur met de nachttrein uit Xi’an, die prachtige stad waar we best wat langer hadden willen blijven, tenminste ik wel. Voor de reis van vijfhonderdveertig kilometer naar Pingyao waren er voor ons slaapcoupés gereserveerd maar we moesten wel allemaal de coupé delen met een ander stel. Wij deelden de coupé met Adrie en Nila, een stel waar we gedurende de afgelopen twee weken goed mee op konden schieten.

De vier bedden werden verdeeld en aan ons kantje betekende dat Riet bovenin en ik onderin. We waren allemaal redelijk bekaf van de drukke dag dus het was al gauw lichten uit. Om me heen hoorde ik iedereen in slaap vallen maar ik heb een behoorlijk lange tijd wakker gelegen voordat ik zelf ook in slaap viel. 

Om te beginnen was het bed niet bepaald comfortabel voor mij, een harde matras en erg smal. Verder schudt je bed voortdurend heen en weer als in een zware storm en dreunt het geluid van de wielen als een heimachine. En tenslotte hadden we een dekbed gekregen wat voor mij zoals gewoonlijk veel te warm was. Uiteindelijk heb ik dan toch maar het dekbed uit de hoes geschud en ben onder de hoes gaan liggen. Blijkbaar was dat de truc want ik ben vlak daarna ook eindelijk in slaap gevallen. Lekker slapen deed ik overigens niet want ik werd voortdurend wakker, en om zes uur vond ik het welletjes. Dat kwam niet eens zo slecht uit want de wake-up call kwam om kwart over zes.

Om even over zevenen stopte de trein in het kleine stadje Pingyao, dat wil zeggen klein vergeleken met de steden waar we tot nu toe zijn geweest, maar het heeft nog steeds vijfhonderdduizend inwoners. En een historisch centrum wat op de UNESCO lijst van werelderfgoed staat. Ons hotel, het Hongshanyi Hotel, staat daar ook en we konden daar gelukkig meteen bij aankomst al terecht voor een ontbijt en om ons op te frissen op onze kamers.

Het hotel ziet er werkelijk schitterend uit want het is gevestigd in een gebouw in originele stijl. Hoewel de kamers misschien wat klein en sober zijn vergeleken met de andere hotels van deze reis nemen we dat graag voor lief deze keer!

Om half elf deden we een stadstoer door het oude centrum met alweer een nieuwe Chinese gids, deze heet Maggie. We wandelden over de fraaie stadsmuur rond het oude centrum, misschien niet zo imposant als die van Xi’an maar toch ook heel erg mooi. Het zicht op het oude centrum vanaf de muur was wel wat minder want lang niet alle gebouwen zijn even fraai, er staat het nodige aan bouwvallige gebouwtjes die nog moeten worden opgeknapt.

Na de stadsmuur was er een heerlijke lunch (en dat wil wat zeggen want we eten iedere dag eigenlijk superlekker) waarna we de oudste bank van China bezochten. Pingyao was ooit het financiële centrum van China, lang voordat Shanghai dat werd. Dat bezoek was voor de meesten van ons eigenlijk een beetje teveel van het goede want meer mensen hadden niet echt lekker geslapen in de nachttrein en al die uitleg werd op den duur slaapverwekkend. Gelukkig kregen we om drie uur vanmiddag vrij en we namen meteen de gelegenheid om even bij te komen met een lekker koud biertje. Het is tenslotte vakantie, nietwaar.

Vanavond deden we het lekker rustig aan. We zochten bewust een restaurant op waarop stond aangegeven dat ze westers eten hadden en bestelden patatjes voor Riet en een bord spaghetti voor mij. Wel met een Tsing Tao biertje erbij, dat wel natuurlijk…

30 mei – Vrije dag in Pingyao

image20

Officieel hadden we vandaag een “vrije dag”, oftewel een dag waarvan we helemaal zelf mochten weten hoe we die zouden besteden. Gisteravond toen we terug in het hotel kwamen vonden we een notitie van onze reisleider dat we eventueel een fietstocht konden doen vanochtend. Riet had er geen in in maar mij leek het wel leuk dus ik gaf me op.

Samen met twaalf andere reisgenoten stond ik dus vanmorgen om negen uur klaar in de receptie van het hotel. We wandelden naar de fietsenverhuurder waarbij we onderweg nog even stopten om foto’s te maken van een Chinese begrafenis. Dat was een bijzonder kleurrijk geheel met grote kransen die rond de plaats stonden opgesteld waar de overledene lag opgebaard.

Bij de fietsenverhuurder aangekomen begon de puinhoop die zou duren tot het eind van de tocht. Allereerst waren er te weinig fietsen klaargezet en de fietsen die er stonden waren van een droevige kwaliteit. Er moest heel wat gesleuteld worden aan zadels en stuurpennen en er moesten heel wat banden worden opgepompt voordat we eindelijk konden vertrekken.

Ik had een redelijke fiets gekregen die net was ingeleverd toen we stonden te wachten, maar met een veel te laag zadel en een slag in het achterwiel. Maar ik mocht niet mopperen want tijdens de tocht brak er van een andere fiets een zadelpen af, van weer een andere fiets zat ineens het stuur los, en een derde fiets had aanlopende remmen. De remmen waren trouwens sowieso niet het beste onderdeel van vrijwel alle fietsen.

We slaagden er toch in de tocht van ruim een uur langs de stadsmuur te voltooien, op de reisleider na want de fiets met de kapotte zadelpen kon halverwege echt niet meer verder. Leuk was het overigens wel want er viel natuurlijk onderweg wel heel wat te lachen door al die materiaalpech. Na de tocht mochten we de fiets nog twee uur gebruiken maar ik had het wel gezien, ik was allang blij dat het achterwiel van mijn exemplaar het de hele tocht had gehouden. Ik ging dus terug naar het hotel waar Riet met haar iPad lekker buiten op het binnenplaatsje voor onze hotelkamer zat.

De middag brachten we door in het gezellige centrum van Pingyao met wandelen en we lieten ons nog eens lekker masseren in een van de kleine massage boetiekjes. Ook de avond brachten we door in de gezellige straatjes waar we wat aten en dronken in een bar waar ze eerst westerse tachtiger jaren disco draaiden (“YMCA, it was at the…) en vervolgens Chinese Karaoke deden.

Deze vakantie wordt in zekere zin een hele merkwaardige want waarschijnlijk wordt dit de enige keer dat we helemaal geen zwemkleding hebben gedragen. Geen enkel hotel wat we hebben gehad had een zwembad, op een na maar dat was buiten gebruik want er was geen badmeester beschikbaar…

Erg jammer wel, met name op dagen zoals deze want met het bloedhete weer van de laatste dagen wil je eigenlijk af en toe wel een frisse duik nemen en lekker naast het zwembad liggen met een koele consumptie. Wij wel tenminste, maar helaas kan dat dus niet.

31 mei – Van Pingyao naar Beijing

image

We vertrokken om acht uur per bus uit Pingyao voor de eerste etappe van onze reis naar Beijing, de hoofdstad van China en de laatste stad die we gaan bezoeken. De busreis ging naar de stad Taiyuan waar we de Ji tempel uit de Song dynasty bezochten.

Het was daar zoals we inmiddels wel gewend zijn alweer ontzettend druk en het was weer volslagen onmogelijk om foto’s te maken zonder hordes Chinezen erop die stonden te poseren voor foto’s gemaakt met smartphones en tablets. Het beeld van omhoog gehouden tablets blijft me waarschijnlijk langer bij dan de aanblik van de tempel zelf die op zich mooi was maar zo langzamerhand gewoon de zoveelste Bhoedda-tempel. Toen we weggingen was er ook weer het onvermijdelijke spitsroeden lopen langs de stalletjes met souvenirverkopers. Om eerlijk te zijn waren Riet en ik blij dat we de bus weer in mochten en we verder reden naar de stad zelf.

In Taiyuan begon onze tweede en laatste etappe naar Beijing met de hogesnelheidstrein.  Dat ging alweer gepaard met de nodige problemen en alweer met de bagage. Onze reisleider had kruiers geregeld, gezien de problemen die we eerder hadden gehad en ook vanwege het feit dat het plein voor het station opgebroken was. Op zich een prima plan, maar de buschauffeur dropte ons midden op een kruispunt voor de ingang van het station, laadde onze koffers uit midden op straat en trok vervolgens aan zijn stutten. De kruiers waren er nog niet dus stonden we daar met onze koffers op een hoop, vrijwel midden op een druk kruispunt, met al gauw een hele kring van nieuwsgierige Chinezen om ons heen.

Na enige tijd verscheen er een kruier die op zijn kop ging staan te krabben. Hij begon te bellen en na nog een paar minuten verscheen er nog een kruier, deze keer met een klein karretje. Daar kon met veel moeite de helft van de koffers op dus moest er nog een karretje komen. Eindelijk, na een minuut of twintig midden op het kruispunt te hebben gestaan konden we dan toch naar het station lopen.

De lunch bij het station was bij McDonalds, zo’n beetje de enige optie daar en voor mij uiteraard geen enkel probleem. De Big Mac was zoals altijd en overal exact hetzelfde als we gewend zijn. Voordat we in de trein konden stappen werden we naar een wachtruimte geloodst. Op zich leuk want nu konden we zitten, totdat Riet ontdekte dat we in een wachtruimte zaten die bedoeld was voor oudere en zieke mensen, en wij namen dus hun plaatsen in. Waarschijnlijk kregen wij als buitenlanders gewoon voorrang, maar we stonden netjes op en stonden onze plaatsen af aan de wachtende oudere Chinezen die buiten stonden, wat duidelijk werd gewaardeerd.

Het instappen in de hogesnelheidstrein ging deze keer vlot omdat de stoptijd van de trein nu eens ruim voldoende was en deze keer hoefden we zelf de koffers niet naar binnen te sjouwen. De reis zelf ging ook vlot, af en toe met een snelheid van net over de tweehonderd kilometer per uur, en om half zeven in de avond arriveerden we op het enorme treinstation van Beijing.

Daar bleek na het uitstappen dat we bij de verkeerde uitgang op Susan, onze Chinese gids voor Beijing, stonden te wachten. Toen ze ons gevonden had moesten we nog een heel eind lopen naar de bus, slepend met onze koffers, wat nog werd bemoeilijkt door enkele trappen die we af moesten. Tel daarbij op dat het ruim zesendertig graden was in Beijing en dan kun je wel nagaan dat we nogal zweterig aankwamen bij de bus. Het diner maakte dat allemaal weer goed, onze reisleider had niks teveel gezegd want het eten was inderdaad fantastisch!

Omdat we vrij laat bij het Chang An Grand Hotel arriveerden gingen we niet meer op stap maar besloten we de rest van de avond in de gezellige lounge van het hotel door te brengen. Een plezierige verrassing was dat het bedienend personeel nu eens niet alleen goed Engels sprak maar ook nog eens erg vlot was, dus we hoefden deze keer niet met handen en voeten te bestellen en te betalen. We konden in de rustige lounge ook even bijkomen want China is, kunnen we rustig stellen, een luidruchtig land. En ik bedoel niet alleen het voortdurende getoeter van auto’s, bussen en scootertjes, maar ook de Chinezen zelf. Ze praten met erg harde stemmen en doordat de taal veel korte klanken kent lijkt het of ze voortdurend tegen elkaar lopen te schreeuwen.

Na bijna drie weken tuiten onze oren er een beetje van…

1 juni – De Verboden Stad

image1

Weer een paar hoogtepunten van onze reis op het programma vandaag, en de eerste was het Tian’anmen Square, het Plein van de Hemelse Vrede. Dat is het grootste plein ter wereld en het ligt op een half uurtje rijden van ons hotel in het centrum van Beijing.

We gingen redelijk vroeg op pad, om acht uur, om de drukte voor te zijn maar dat lukte maar gedeeltelijk. De drukte in het verkeer viel erg mee maar op het plein zelf was het al ontzettend druk. Omdat het zondag was waren er heel veel Chinezen maar er waren ook talloze reisgezelschappen, herkenbaar aan de gidsen met hun vlaggetjes.

Het plein zelf viel eigenlijk een beetje tegen omdat de overweldigende grootte teniet werd gedaan door het enorme mausoleum van Mao Zedong wat op het plein is gebouwd. Het plein was dus niet de grote open vlakte die we hadden verwacht en daardoor leek het veel kleiner dan het eigenlijk is.

Op het plein staan verder het monument voor de helden van de revolutie en dwars eroverheen staan een paar gigantische beeldschermen die indrukwekkend zijn maar er niet op hun plaats lijken. Om het plein heen staan drie enorme gebouwen, het parlementsgebouw, het museum van de revolutie en aan het eind de imposante poort naar de Verboden Stad met daarop prominent een ook alweer gigantisch portret van voorzitter Mao.

Na rondgekeken te hebben op het plein wandelden we naar de toegangspoort van de Verboden Stad, en onderweg zagen we al dat de drukte flink aan het toenemen was. Vanwege de vrije zondag namen veel Chinezen ook de gelegenheid waar om de Verboden Stad te bezoeken. Binnen gekomen was er in eerste instantie een beetje een domper want behalve dat je bijna letterlijk over de hoofden kon lopen stonden er overal busjes op het eerste binnenplein en van de tweede toegangspoort stonden de twee zijvleugels in de steigers. Niet bepaald het beeld wat we voor ogen hadden gehad…

Eenmaal door de tweede poort op het eerste binnenplein van de eigenlijke Verboden Stad werd het beter, zij het dat de drukte nog meer overweldigend was en er kwamen nog steeds grote stromen mensen binnen. Fotograferen was dan ook erg moeilijk, het was vrijwel onmogelijk om iets te fotograferen zonder poserende Chinezen erop. De gebouwen mochten niet van binnen worden bekeken dus wandelden we door de drie delen van de stad en bekeken alles van de buitenkant. Waar je wel naar binnen kon kijken via ramen werd je door voordringende Chinezen voortdurend opzij geduwd of er hing een hele batterij tablets en smartphones voor je neus die je het uitzicht benamen.

Achteraan de stad lagen de verblijven van de concubines van de voormalige keizer en zijn imposante tuin, maar daar was het zo druk dat je zowat schuifelend rond moest kijken. Desondanks besteedden we bijna vier uur in de Verboden Stad, waarbij we onderweg prima uitleg kregen van onze Chinese gids Susan (die grappig genoeg als twee druppels water lijkt op mijn Filipijnse collegaatje Lab).

Na de Verboden Stad was er eerst een lunch waarna we doorreden naar de Tempel van de Hemel, een tempelcomplex waar de Chinese keizers baden en offers brachten om een goede oogst af te smeken. Daarbij werden dan talloze dieren geofferd en er mocht helemaal niemand op straat zijn als de keizer onderweg was van de Verboden Stad naar de tempel. Dat laatste was nu niet bepaald het geval want het park rond de tempel is voor de Chinezen op zondag een soort van hangplek. Leuk was het wel, want er werd gedanst (waarbij iedereen die wilde mocht meedoen) en overal waren ze aan het kaarten of Chinees schaak aan het spelen. Buitenlandse toeschouwers vonden ze geen enkel probleem. De tempel zelf was ook bijzonder mooi, wat geen toeval was want net als grote delen van de Verboden Stad was ook de tempel een paar jaar geleden grondig opgeknapt in verband met de Olympische Spelen in Beijing.

We reden aan het eind van de middag terug naar het hotel voor een korte rustpauze waarna we een bijzonder diner hadden, bestaande uit Peking eend. We gingen daarvoor naar een restaurant met speciaal opgeleide koks die uit een eend zo’n vijftig verschillende gerechten kunnen bereiden. De Chinezen gebruiken echt alles van een eend, ik durf te wedden dat ze van Donald Duck zelfs zijn petje zouden opeten!

Het eten was overigens heerlijk! En veel ook, ze bleven maar schalen aandragen. En net toen we dachten klaar te zijn werden er twee complete gebraden eenden (met kop) binnengereden op een karretje. Het vlees werd in plakjes gesneden en die konden we in een soort loempiaatje doen of op een klein broodje, maar het meeste verdween zo van de schalen op de borden. Het ging ondanks dat we al bommetje-vol zaten schoon op!

Riet en ik gingen daarna met onze reisgenoten Leo en Marco per taxi nog even de stad in want Marco had het adres van een leuke kroeg gevonden in een reisgids. De kroeg was er echter niet of niet meer, maar er waren nog genoeg gezellige gelegenheden daar vlakbij en we kozen er een met Belgisch bier. De Rochefort 8 smaakte ook in Beijing heel best.

Terug naar het hotel was even een probleem want we konden in eerste instantie geen taxi vinden die ons mee wilde nemen. Ze reden gewoon door of schudden nee als we ze probeerden aan te houden. Gelukkig wist Riet er uiteindelijk een aan te houden die ons naar ons hotel terugbracht. Merkwaardig, die rare houding van taxi chauffeurs tegenover buitenlanders, want ook vandaag konden we er regelmatig weer niet aan ontkomen om met Chinezen op de foto te gaan. Waarschijnlijk alleen omdat Westerlingen nog steeds een curiositeit in China zijn, want de Chinezen zijn veelal niet erg vriendelijk.

Maar dat kan ook onze perceptie zijn want het is vaak moeilijk hun stemming te interpreteren omdat hun gezichten weinig gelaatsuitdrukking vertonen. Feit is wel dat Marco al een keer in een bar een smartphone onder zijn neus geschoven kreeg waarop ze een zinnetje uit het Chinees in het Engels hadden vertaald. Het zinnetje luidde, “No foreigners please” (geen buitenlanders alstublieft). Of hij dus maar even wilde opzouten…

2 juni – De Grote Muur

image2

De laatste dag van onze vakantie al weer, maar wel een hele bijzondere want vandaag bezochten we een van de zeven wereldwonderen, de Grote Muur. Dit bouwwerk schijnt het enige te zijn op aarde wat te zien is van de maan en hoewel de muur niet meer zo lang is als de oorspronkelijke tienduizend kilometer is op dit moment de totale lengte nog steeds iets van zesduizend kilometer.

We vertrokken om acht uur uit het hotel en reden met de bus naar de plaats waar wij de muur op gingen, op anderhalf uur ten noorden van Beijing. Deze plek is niet alleen een van de mooiste stukken muur, het is er ook redelijk rustig omdat het wat verder van Beijing af ligt. Vanaf de plaats waar de bus parkeerde was de Muur al te zien op de toppen van de heuvels. We moesten dus een eind omhoog, langs een steile weg wandelden we het eerste stuk naar boven tot aan een kabelbaan-station en vandaar gingen we met de stoeltjeslift naar boven.

En daar stonden we dan, op de Chinese Muur! En het was alles wat we ons er van hadden voorgesteld, en misschien nog wel mooier dan we verwachtten omdat het inderdaad redelijk rustig was. Vanaf de plek waar we de Muur op kwamen konden we twee kanten op wandelen, een heel steil pad naar rechts en een minder steil pad naar links. Riet en ik kozen het laatste, hoofdzakelijk omdat we maar twee uur de tijd hadden.

We wandelden over de Muur langs de wachttorens, en hoe ver je ook keek, je zag de Muur in de verte op de volgende heuveltoppen. Jammer wel dat het zonnetje verscholen bleef achter de wolken wat het aan de horizon een beetje heiig maakte, maar het uitzicht was desondanks overweldigend. Wandelen over de Muur betekent overigens heel veel trappen en steile paden, er is nauwelijks een vlak stuk Muur te vinden. De trappen zijn van leisteen en de treden zijn heel ongelijk. Veel treden zijn erg laag wat voor langere mensen zoals wij lastig klimmen en dalen is. Behoorlijk inspannend, en aangezien het ook nog eens erg warm was liep het zweet iedereen al gauw over de rug.

De weg terug naar beneden kon op drie manieren, met de kabelbaan, met een rodelbaan of lopend. Riet en ik hadden besloten terug te lopen, al deden we dat niet gelijktijdig want Riet was iets eerder naar de koffie beneden gegaan. Het pad naar beneden bleek helemaal geen pad te zijn maar allemaal stenen trappen, en het duurde zelfs in vlot tempo dik een kwartier om beneden te komen.

Indrukwekkend is een woord wat beslist van toepassing is op de Grote Muur, en in feite is het niet eens toereikend. We hadden bij de koffie dan ook allemaal het gevoel van “Ik heb op de Grote Muur gestaan!”.

Het was ondertussen al vroeg in de middag en dus tijd voor alweer een heerlijke lunch, en die was deze keer bij een aardewerkfabriekje waar we na de lunch werden rondgeleid. We zagen hoe vazen en andere voorwerpen voorzien werden van dunne koperdraadjes, daarna werden geschilderd en tenslotte geglazuurd en gebakken. Dit soort bezoeken zijn verplicht door de Chinese regering en uiteraard was er aan het eind van de rondleiding weer de onvermijdelijke winkel. Prachtige dingen, dat wel, maar erg prijzig wat overigens niet verwonderlijk is want het is allemaal puur handwerk. Maar ook deze keer konden we het niet laten en kochten een prachtige blauwe vaas.

Aan het eind van de middag kwamen we terug bij het hotel. We konden daar even uitrusten en ons opfrissen want vanavond was het afscheidsdiner. Dat was een dag vervroegd omdat Riet en ik morgenochtend al uit China vertrekken terwijl de rest van de groep dan nog een laatste dag heeft in Beijing. Wij missen morgen wel een paar leuke excursies maar het zij zo, vanwege ons vluchtschema kon dat niet anders.

Na het diner dronken we met Leo en Marco nog wat bij een Chinees straatrestaurantje net naast het hotel, en wat later verkasten we voor een laatste afscheidsneut naar de lounge van het hotel.

Het zit er al weer op voor ons, morgenochtend begint onze terugreis naar Manila. China heeft op ons toch een wat merkwaardige indruk gemaakt omdat het heel anders was dan we ons hadden voorgesteld. Het is aan een kant hypermodern, met name de jeugd die net zo modern gekleed gaat als overal en ook de hele dag met hun smartphone in de hand loopt net als overal, maar soms is het nog steeds ouderwets of zelfs primitief.

Opvallend voor zo’n groot land in opkomst is de gebrekkige kennis van het Engels. Communiceren is erg lastig en gaat veelal met handen en voeten en het resultaat is soms verrassend, vooral met bestellingen…

3 juni – Terug naar huis

NAIA_Sunset_2014-06-03

De vakantie zit erop, we zijn vandaag teruggereisd naar Manila en we zijn inmiddels weer thuis. Drie weken lijkt altijd heel lang maar het is zo voorbij, zeker als je eenmaal over de helft bent. Riet vond het overigens wel welletjes, die vond deze keer drie weken lang zat en was blij dat ze weer naar naar huis kon.

We hoefden vanmorgen niet vroeg op om te vertrekken want onze vlucht naar Manila zou pas om vijf voor een vertrekken, maar desondanks waren we toch bijtijds opgestaan omdat we afscheid wilden nemen van onze groep. We hadden afgesproken elkaar om acht uur in de lobby nog even te zien want dan zou de rest vertrekken voor de excursies op hun laatste dag.

Na het afscheid pakten we onze koffers in en om half tien namen we een taxi naar de luchthaven. We waren gewaarschuwd voor lange files maar ondanks dat we verscheidene keren een file terecht kwamen waren we toch in amper een uur bij de luchthaven. Daar namen de security-procedures heel erg veel tijd in beslag, zo’n uitgebreide controle hebben we nog niet meegemaakt. Gelukkig is alles daar prima georganiseerd dus het leverde geen problemen op, het duurde alleen lang. Daarna was het nog even zoeken naar de business lounge van Philippine Air Lines maar uiteindelijk zaten we dan toch even na elven aan de koffie.

De luchthaven van Beijing is gigantisch groot. Ik heb toch al heel wat luchthavens gezien maar ik denk toch dat die van Beijing wel eens de grootste zou kunnen zijn waar ik ooit ben geweest. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de afstanden en daar kwamen we achter toen we naar de gate liepen vanwaar onze vlucht zou vertrekken. We waren er bijna toen we zagen dat we naar een andere gate moesten en dat betekende een heel stuk terug lopen want die gate was (uiteraard) vlak bij de lounge waar we net vandaan kwamen…

Philippine Air Lines (PAL) deed zijn bijnaam weer eens eer aan (“Plane Always Late”). Niet alleen kwam het vliegtuig veel te laat aan maar we vertrokken daardoor ook nog eens vijf kwartier te laat. Nou moet gezegd dat we dik een half uur voor de startbaan hebben staan te wachten voordat het vliegtuig toestemming kreeg om op te stijgen, en dat terwijl er toch drie startbanen in gebruik waren.

De vlucht zelf duurde iets meer dan vier uur en we arriveerden door de vertraging dus ook dik te laat in Manila. Toen we uit wilden stappen moesten we eerst weer dik een kwartier wachten, de deur mocht niet open omdat er geen douanebeambte in de slurf aanwezig was en dat is verplicht. Buiten gekomen konden we ook in eerste instantie Lito niet vinden dus al met al waren we veel later thuis dan verwacht.

Terugkijkend op onze vakantie hebben we toch een beetje gemengde gevoelens. China is veel moderner dan we hadden verwacht, de steden zijn gigantisch groot en er zijn verschrikkelijk veel Chinezen. Het is overal zonder uitzondering druk en bovendien zijn Chinezen een verschrikkelijk luidruchtig volk. We dachten dat we met de Filippino’s wel wat gewend waren maar de Chinezen winnen het, hoor!

En ook wat het maken van foto’s van zichzelf betreft staan de Chinezen wat mij betreft één met stip. Voor vrijwel alles wat je wilt fotograferen staat een horde grijnzende Chinezen te poseren, het V-teken makend, voor iemand met een smartphone of een tablet die dan ook nog eens een half uur staat te mikken. Op den duur wordt dat vreselijk irritant, zeker bij de toeristische attracties.

Maar wat het meeste tegen viel was dat China ontzettend duur is, en ik bedoel echt schreeuwend duur. We moesten bijvoorbeeld al honderdveertig euro de man dokken aan entreeprijzen voor onze excursies, en daar zaten de optionele excursies nog niet eens bij. Een biertje kost minimaal twee euro in de straattentjes maar in hotels en restaurants betaal je minstens vier euro.

Alleen het eten is goedkoop en ook nog eens ontzettend lekker. Onze gids regelde vrijwel iedere dag de lunch en het diner en we hebben echt iedere dag geweldig lekker gegeten. We gaan voorlopig niet op de weegschaal staan, eerst maar eens een paar weken naar de sportschool…

En dan heb ik nog een klusje voor de komende weken want ik moet mijn gemaakte foto’s gaan organiseren. Ach, het zijn er gelukkig maar iets van drieduizend…

Foto’s

De foto’s van onze vakantie in China kun je zien via albums op een andere website via deze link. Veel kijkplezier!