Credit Card, vervolg…

Twee maanden geleden heb ik al gemeld dat er problemen waren met het aanvragen van een credit card. Ik heb in de tussentijd natuurlijk niet stil gezeten maar er is nog steeds geen witte rook uit de schoorsteen van de bank gekomen.

Riet vroeg iedere keer dat ze op de bank kwam, en aangezien we nog steeds alles met contanten moeten afhandelen is dat best vaak, naar de status van mijn credit card maar het antwoord was iedere keer hetzelfde, “Nog niks bekend, maar wij bellen U”. We hebben inmiddels net zoveel telefoontjes van de bank gehad als credit cards dus ga maar na.

Drie weken geleden ben ik zelf maar weer eens gaan vragen en wat denk je, ik moest maar een heel nieuw formulier invullen, want dan gingen ze alles met spoed regelen. Nou betekent het woord “spoed” hier iets heel anders dan in Nederland, dat wisten we allang, en de verwachtingen waren dus niet te hoog gespannen. Oh ja, en “Ik bel U volgende week!” . De week erop verliep zonder enige vorm van contact, dus Riet vroeg er maar weer eens naar toen ze er vorige week was. En wat denk je dat ze zeiden, alle aanvragen moesten door Shell goedgekeurd worden en die hielden alles tegen!

Dat was natuurlijk een voorzet voor open doel, want ik had in een mum van tijd de juiste persoon bij de salarisadministratie te pakken en die vertelde me dat van dat verhaal van de bank dus geen zak klopte. Er is nu in ieder geval namens Shell een klacht naar de bank met niet alleen mijn probleem maar ook nog van een heleboel anderen. Afwachten nu maar weer of dat wat gaat helpen, maar ik ben hier nu inmiddels vijf maanden en ik gok dus van niet…

Birthright Foundation School

Riet is vandaag voor het eerst mee geweest met een aantal vrouwen naar een project van de vrouwenvereniging ALIG en daar heeft ze het volgende stukje over geschreven:

Vandaag heb ik geholpen op de Birthright Foundation School, een school die staat in een sloppenwijk op ruim een half uur rijden van onze wijk Alabang. De bedoeling van het project is dat je helpt met kinderen eten geven, ze wassen en met ze speelt, dat soort dingen.

Nu had ik geen deftige school verwacht maar dit was toch tien keer erger dan ik me ooit voor had kunnen stellen. De “school” bestaat uit één klaslokaal van ongeveer vijf bij vijf meter, met in de hoek een hokje wat door moet gaan voor een wc. De school is gebouwd met geld van de vrouwengroep waar ik bij zit en de lerares wordt ook door die groep betaald. De wijk waar de school staat wordt een dump site genoemd, wat zoveel betekent als wijk op een vuilnisbelt.

Er wonen daar 500 gezinnen die allemaal een stuk of acht, negen kinderen hebben en die “leven” van wat ze tussen het vuil kunnen vinden. Hun huis bestaat uit golfplaten en karton en is niet groter dan de gemiddelde keuken in Nederland. In het hele wijk is geen water, riolering gas of elektriciteit. Je kunt je de lucht misschien voorstellen als al die mensen tussen het vuil ook nog eens overal waar het uitkomt hun behoefte doen. Tussen door lopen dan honden katten en kippen. Over wat er verder nog rondloopt wil ik maar effe niet nadenken…

Op de school krijgen 30 kinderen les (van de ongeveer 4000). Er wordt binnenkort nog een lokaal gebouwd, maar er is nog niet begonnen want er moeten zelfs hier allemaal vergunningen worden geregeld. Wat wij doen is eigenlijk niet meer dan eten geven en de kinderen wassen.

IMG_1275.24601337_stdHet frustrerende is dat je niet voor 4000 kinderen eten mee kan nemen, dus we geven de kinderen die les krijgen en de broertjes en zusjes eten, we wassen ze en geven waar nodig schone kleren. Het lijkt allemaal zo weinig maar je moet ergens beginnen.

Het is effe slikken als je er komt en je zou een hoop meer willen doen. Ik denk dan maar alle klein beetjes helpen.

Vandaag hebben er een stuk of zestig in elk geval een volle buik en zijn ze min of meer schoon. De volgende keer ga ik zeker weer mee.