Vergadering in de avond

We hadden vandaag een vergadering voor het hele kamp, geleid door onze Managing Director. Dit wordt een keer in de drie maanden wordt georganiseerd maar dit was de eerste voor mij want de vorige twee keren was ik net vrij. Deze keer zou het ook een bijzondere vergadering moeten worden want hij zou gehouden worden in het nieuwe recreatie-centrum in het kamp want meteen ook feestelijk geopend zou worden.

Vandaag kregen we allemaal een mailtje dat de vergadering verplaatst moest worden want het nieuwe recreatie-centrum is nog niet klaar. Of eigenlijk is het wel klaar maar alle elektriciteit in het gebouw is afgekeurd en moet helemaal opnieuw worden aangelegd. De vergadering werd daarom verplaatst naar de sportzaal, die vanaf vier uur ’s middags dan ook gesloten was omdat alle apparatuur aan de kant geschoven moest worden om plaats te maken voor een paar rijen stoelen.

Nu was vanavond eigenlijk mijn vrije avond, aangezien ik een schema probeer aan te houden van twee avonden sporten en de derde avond vrij. Maar hoewel ik de afgelopen twee dagen al had gesport had ik eigenlijk besloten om vanavond nog wat krachttraining te gaan doen voor mijn benen, maar dat ging dus nu niet door. En dan was de vergadering ook nog eens van zeven tot acht dus we moesten tegen onze gewoonte in vroeg aan de avond-dis.

De vergadering zelf was informatief maar ging over het reilen en zeilen van het bedrijf, daar zal ik jullie verder maar niet mee vermoeien. Daarom maar een foto die ik vanmorgen maakte tijdens de wandeling naar kantoor:

Koud!

Nou denken jullie natuurlijk allemaal dat ik een geintje zit te maken maar dat is echt niet zo, het is hier op het moment met name ’s morgens en ’s avonds als de zon onder is behoorlijk koud. Volgens de Weer-App zakt te temperatuur ’s nachts tot een graad of tien maar ik denk dat de tamelijk harde wind het een stuk kouder doet lijken. En volgens mijn Iraakse maat Haider wordt het de komende weken nog kouder.

Gek genoeg valt het in de ochtend nog mee want dan staat er relatief weinig wind. Tussen de middag liepen we zoals gewoonlijk in overhemd (met al wel een T-shirt eronder) naar het kamp voor de lunch en dat viel knap tegen. We hadden de straffe noordenwind pal tegen en dat was goed te merken. En toen we vanavond terugliepen na het werk was het zelfs met mijn regenjack aan nog erg koud. Het deed me in ieder geval besluiten om morgen mijn das om te doen, en als dat niet genoeg blijkt ga ik mijn vest dragen onder mijn regenjack.

Het betekent ook dat ik mijn jack of mijn vest aan moet als ik naar de sportzaal loop, want zeker flink bezweet teruglopend is dat echt wel nodig. Ik was vandaag trouwens behoorlijk tevreden over mezelf want ik heb een hele soepele vijf kilometer hardgelopen op de band. Ik had zelfs even het idee om er nog een kilometer bij te doen, het is dat ik had afgesproken met mijn makkers om elkaar om zeven uur te treffen in  het restaurant…

Basrah

Het is de laatste tijd redelijk rustig in Basrah na de periode van hevige onlusten een paar weken geleden. Ik las van de week een artikel over de huidige situatie in de stad en daar wordt een mens niet vrolijk van. 

Veertig jaar geleden was Basrah een prachtige stad, welvarend door de handel en het toerisme. De stad had schitterende huizen uit de Ottomaanse tijd en vele kanalen waardoor het het Venetië van het Midden-Oosten werd genoemd. Het is allemaal misgegaan door oorlogen, verwaarlozing en corruptie. Behalve de twee Golf-oorlogen heeft Basrah heel erg geleden onder de acht-jarige oorlog met Iran, nog voor de eerste Golf-oorlog. De grens met Iran is hier hemelsbreed maar enkele tientallen kilometers vandaan en Basrah lag dus in de vuurlinie.

De mensen in Basrah hebben volledig het vertrouwen in de overheid en de politiek verloren, en dat is gebaseerd op wat er gedaan is sinds 2003 om de stad weer op te bouwen. Er is behalve een winkelcentrum en een paar vijf-sterren hotels en restaurants helemaal niets herbouwd. De havenfaciliteiten en het vliegveld zijn hersteld en verbeterd, maar in de stad zelf is er voor de bewoners nog vrijwel niets gedaan. En dat, zegt men, terwijl deze streek door zijn enorme olie-voorraden schatrijk zou moeten zijn maar vrijwel al het geld verdwijnt naar de hoofdstad Bagdad.

Basrah is een van de weinige steden in het Midden-Oosten zonder een effectief waterzuiveringssysteem en het ooit geavanceerde rioleringssysteem functioneert niet meer waardoor de mooie kanalen verworden zijn tot stinkende poelen. Maar er schijnt hoop te zijn aan de horizon want de centrale overheid heeft een lening weten los te peuteren bij Japan om de riolering te gaan verbeteren en met geld van Koeweit wordt er op dit moment een ziekenhuis gebouwd. De Wereldbank komt ook financieel te hulp om de ernstige luchtverontreiniging in de stad tegen te gaan die veroorzaakt wordt door het verbranden (flaren) van het gas van de nabijgelegen olievelden.

En met name voor dat laatste spelen wij als Basrah Gas Company weer een belangrijke rol, maar dat heb ik gisteren al verteld…

Netwerkproblemen

Toen ik vanmorgen bij het IT-gebouw aankwam zat er voor de deur een kat op zijn gemak te pissen. Ze maakte zich totaal niet druk om mij toen ik langs liep, ze bleef gewoon zitten en toen ze klaar was ging ze nog steeds op haar gemak het plasje begraven. Daarna wandelde ze weg zonder me verder een blik waardig te keuren.

Of dit een voorbode was voor de rest van de dag weet ik niet maar het leek er wel op. Toen ik namelijk mijn laptop had opgestart bleek dat er nauwelijks te werken viel want het netwerk functioneerde niet zoals het zou moeten. En dat is lastig als je via dat netwerk verbinding moet maken met je bestanden die allemaal zijn opgeslagen op servers die in data centers staan in een ander werelddeel. Alles verliep moeizaam, inclusief de mail, dus het eerste uur heb ik weinig meer kunnen doen dan naar het scherm staren.

Al snel kwam er een bericht van onze netwerkafdeling. Het was niet een probleem waar ze zelf iets aan konden doen want er was ergens in het land een voor ons cruciale kabel doorgeknipt, waarschijnlijk bij graafwerkzaamheden. We zijn hier net als overal afhankelijk van wat er aan kabels in de grond ligt, maar daar wordt hier iets anders mee opgesprongen dan in bijvoorbeeld Nederland waar zoiets ook wel eens gebeurt maar zeker niet zo vaak als hier. 

Het was dus een moeizame werkdag want het probleem was pas aan het eind van de middag verholpen. Na het avondeten besloot ik wat te ontspannen met een Netflix-filmpje, maar wat denk je, deed de Wifi in het kamp het weer nauwelijks. Ik dacht nog, het zal toch niet? Maar jawel, al snel hoorden we dat er weer ergens een kabel was doorgeknipt…

Basrah Gas 5 Jaar

Vlak voordat ik uit Irak vertrok aan het eind van mijn vorige shift had ik al verteld dat er een grote feesttent op het fabrieksterrein werd opgebouwd voor de viering van het vijf-jarig bestaan van de Basrah Gas Company, of kortweg BGC. Dat feest heb ik gemist omdat ik in Nederland was, maar ik wil er toch even bij stil staan.

BGC verwerkt gas wat in feite een restproduct is van de oliewinning en heeft in die afgelopen vijf jaar de productie meer dan verdriedubbeld. Daarmee speelt het bedrijf een cruciale rol in het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen in Irak. Er is in totaal een hoeveelheid van 57 miljoen ton C02-gas verwerkt wat anders in de atmosfeer terecht gekomen zou zijn, een hoeveelheid die overeenkomt met de uitstoot van veertien kolencentrales in een jaar. In 2016 veranderde Irak dankzij BGC van een land wat LPG moest importeren in een land wat LPG exporteert, alleen dit jaar al meer dan vijfenzeventig scheepsladingen en dat betekent nieuwe inkomsten voor het land.

Er staan nogal wat projecten op stapel waar ik en mijn directe collega’s uiteraard ook bij betrokken zijn want projecten leveren informatie en die door moet ons verwerkt moet worden. Daarnaast hebben we onze handen vol aan de training van onze Iraakse collega’s. Het bedrijf heeft een ambitieus plan opgesteld om die mensen, die 93% van het personeelsbestand vormen, allemaal op te leiden.

In essentie kunnen we stellen dat de boodschap was dat de zaken goed gaan op dit moment en dat we de komende tijd niet om werk verlegen zullen zitten…

Sporten

Ik ben meteen na aankomst in het KAZ kamp weer begonnen met mijn gebruikelijke fitness routine, ik ga twee avonden sporten en dan neem ik een avondje “vrijaf”. De twee sport-avonden verdeel ik tussen krachttraining en hardlopen.

Voor de krachttraining ben ik nog steeds afhankelijk van een paar apparaten, het merendeel van de nieuwe sportzaal is nog steeds ingericht voor de echte powerlifters, met heel veel gewichten en halters. Dat is niks voor mij dus ik moet het doen met de apparaten die er staan, wat op zich wel jammer is want ik had een hoopje dat er met de uitbreiding van de sportzaal ook meer apparaten zouden komen en dat is niet gebeurd.

Voor het hardlopen hebben we splinternieuwe hardloopmachines en die zijn op zich prima, zij het dat ze zodanig geplaatst zijn dat je tijdens het hardlopen tegen de blinde muur aankijkt. Er is wel een tv opgehangen maar die hangt recht voor de meest rechts machine, dus als je niet op die band loopt dan moet je scheef opzij kijken om te kunnen kijken en iedereen die wel eens op zo’n band heeft gelopen weet dat dat geen goed idee is.

Al met al zijn de verwachte verbeteringen dus wat minder uitgevallen dan ik had gehoopt maar desondanks ben ik dus weer redelijk fanatiek begonnen. Ik krijg trouwens toch al wel de nodige beweging want ik loop vier keer op een dag de anderhalve kilometer van en naar kantoor.

De foto hieronder laat een mooi stuk van die route zien, met in de verte de rood-witte radio-toren die midden in het kamp staat:

Hoog bezoek

Vandaag arriveerde er een onverwachte bezoeker, mijn baas is over vanuit Dubai. Nou was het natuurlijk niet zo dat hij opeens op de stoep stond, maar toch was zijn bezoek op zijn minst verrassend. Mijn baas, die ik een aantal keren in Dubai heb ontmoet, is namelijk al meer dan anderhalf jaar niet meer in Irak geweest. Hij is gestationeerd in Dubai en zou in feite minstens één week in de maand in Irak moeten zijn, maar hij heeft zich weleens laten ontvallen dat hij er een hekel aan heeft om hier te komen. Nu is hij dus hier en hij heeft beloofd om vanaf nu één week in de maand in Irak te zijn.

Voor vandaag heb ik weer een paar foto’s die ik heb gemaakt onderweg van het kamp naar het IT gebouw aan de andere kant van het fabrieksterrein waar ik werk.

De eerste foto is vanmorgen gemaakt en laat zien dat de zon net opkomt. De rook van de drie enorme flares gaat vrijwel recht omhoog wat aangeeft dat er vrijwel geen wind was.

De tweede foto is gemaakt op weg naar kantoor na de lunch tussen de middag. Het was een prachtige dag al was er toch wat toenemende bewolking. We hadden zelfs nog wel wat regen of een onweersbui verwacht, maar het bleef toch de hele dag en ook in de avond droog.

Vliegen…

Op het eerste gezicht was er weinig veranderd in het kamp, fabrieksterrein en op kantoor ten opzichte van vier weken geleden, maar dat is op zich wel vreemd want er was toch hier en daar wel wat werk in uitvoering.

Een van de dingen waaraan gewerkt werd was een voetpad langs de achterkant van het fabrieksterrein, zodat wandelaars geen gebruik meer hoeven te maken van de rijweg, maar er lijkt in een maand tijd nauwelijks vooruitgang in te zitten. Ik kijk dan natuurlijk wel nog steeds door een Nederlandse bril waar zo’n karwei in uiterlijk twee weken kant en klaar opgeleverd zou zijn.

Ons kantoorgebouw is op zich niet veranderd maar er was wel rondom een rood-wit lint gespannen als afzetting. Het schijnt dat er na de hevige regenval van een paar weken geleden spontaan stukken pleisterwerk van de dakrand begonnen af te brokkelen en dat levert natuurlijk gevaar op. Er is alleen geen enkele activiteit te zien om dat probleem structureel op te lossen. Overigens dacht ik dat dit mankement veroorzaakt werd door de ouderdom van het gebouw, want als je me had gevraagd hoe oud het was had ik gezegd een jaar of dertig. Wat blijkt nu, het is nog geen zes jaar oud…

Iets wat ook niet is veranderd is de aanwezigheid van vliegen. Twee rotaties geleden schreef ik al dat je in het restaurant een vrije hand nodig had om continue de vliegen bij je bord weg te houden, dat is gelukkig nu niet meer zo want in het kamp zitten weinig vliegen meer. Maar ze zitten wel nog steeds rond het fabrieksterrein en in de kantoren. In de praktijk betekent het dat je de hele dag vliegen zit weg te slaan die op je gaan zitten als je aan het werk bent, en tijdens het eerste gedeelte van de wandeling tussen de middag naar het restaurant en terug wordt je voortdurend besprongen door die lastige krengen.

Eigenlijk zijn het er niet eens zo veel meer maar ze zijn heel erg hardnekkig, ze zitten voortdurend op je lijf. Sommige collega’s hebben dan ook al van die elektrische vliegenmeppers over laten komen, en ik denk dat ik dat ook maar eens ga doen. Alleen heb ik daar deze shift natuurlijk niks aan…

Winter

Het is op dit moment als ik de deur uitga ’s morgens om te gaan ontbijten nog helemaal donker. En fris is het ook! Want iedereen denkt wel dat het hier in Irak altijd maar heet is maar dat is dus niet het geval. Het is hier op dit moment winter en dat betekent dat de temperaturen vergeleken met mijn vorige shift (twee maanden geleden) flink lager liggen.

Niet dat het nu meteen onaangenaam is, dat niet echt want overdag is het nog steeds net onder of boven de twintig graden. Maar als de zon onder is gegaan zakt de temperatuur in de loop van de avond en nacht soms tot ruim onder de tien graden en dat is met name ’s morgens te merken. Ik heb dan ook een regenjack meegenomen uit Nederland deze keer, voor de frisse ochtendwandeling naar kantoor maar ook omdat het deze tijd van het jaar flink kan regenen. Mijn collega’s vertelden dat anderhalve week geleden het water nog met bakken uit de lucht kwam, en ook voor gisteren en vandaag was er regen en onweer voorspeld maar dat is uitgebleven. Gisteren was het zelfs een stralend mooie dag met een wolkeloze hemel, en hoewel het er met name rond lunchtijd een beetje dreigend uitzag met toenemende bewolking is het toch helemaal droog gebleven.

Nou ja, als het gaat regenen dan ben ik er met mijn regenjack op voorbereid, en anders is er ook nog de bus. En wat de temperaturen betreft, die schijnen met name ’s nachts nog wat meer omlaag te gaan de komende weken.

Blunder…

Vandaag was mijn eerste dag op kantoor maar in feite was dit al mijn tweede werkdag van deze shift want de dag van aankomst in Irak is de eigenlijke eerste werkdag. En deze dag begon niet goed want ik maakte al meteen een flinke blunder.

Na een redelijk goede nachtrust en zonder dat de wekker hoefde af te lopen stond ik vanmorgen op maar zoals altijd op de eerste werkdag was het weer even zoeken naar het vaste ritme. Ik had al een beetje geprobeerd daarop vooruit te lopen door gisteravond mijn tas al in te pakken maar desondanks vergat ik toen ik de deur uitliep om te gaan ontbijten het allerbelangrijkste: mijn BGC pas.

We hebben allemaal al op onze eerste dag dit belangrijke attribuut gekregen en dat is ook noodzakelijk, want niet alleen moet deze pas te allen tijde overal en altijd op het terrein zichtbaar gedragen worden zodat je herkenbaar bent als werknemer, de pas is ook nodig om vrijwel alle deuren open te maken. En ik kwam er pas achter dat mijn pas nog op mijn kamer lag toen ik de deur van het gebouw uitstapte. En terug naar binnen kon niet, want inderdaad, die deur is beveiligd en heb je dus je pas nodig om binnen te komen…

Nu kun je twee dingen doen in zo’n geval, hopen dat er net een collega in of uit gaat die de deur voor je open kan doen, of je loopt naar de receptie en vraagt hulp. Ik deed het laatste want er was niemand in zicht en ik had geen zin te gaan staan wachten. Bij de receptie kreeg ik van de receptionist zijn pas te leen en drie minuten later kon ik die al weer terug geven met mijn eigen pas weer om mijn nek.

De rest van de dag verliep gelukkig zonder problemen en het was goed om al mijn collega’s weer te zien. Dat wil zeggen, alle expat-collega’s want de Irakese collega’s waren er uiteraard niet. De vrijdag is hier namelijk de eerste dag van het weekend…

Terug in het KAZ kamp

Vanmorgen vroeg landde de Airbus A380 een half uur voor de geplande aankomsttijd op de luchthaven van Dubai. Die gewonnen tijd ging meteen weer verloren want er deed zich een fenomeen voor waarmee Riet en ik ook na terugkeer van Bonaire op Schiphol werden geconfronteerd, het toestel moest wachten want de gate was nog bezet door een ander toestel.

Desondanks liep ik om half negen al in vertrekhal A tussen de winkels waar ik wilde rondkijken voor het een en ander. Een stekker voor Engelse stopcontacten met twee USB poorten om gelijktijdig mijn iPad en mijn iPhone te kunnen opladen was snel gevonden, het andere item waar ik naar op zoek was ook (een Beats draadloze koptelefoon) maar deze bleek in Dubai duurder dan in Nederland. En zo Nederlands ben ik toch nog wel dat ik de aanschaf dan liever een paar weken uitstel dan dat ik teveel betaal…

Het was een lange zit in de lounge want de vlucht naar Basrah vertrok pas om kwart voor twee. Gelukkig kon ik in de comfortabele stoelen in de rokerslounge van de Emirates Business Lounge nog een dutje doen  van een uur want tijdens de zes uur durende vlucht naar Dubai had ik maar twee uurtjes kunnen slapen. Kijk, ik rook weliswaar niet maar in het rokersgedeelte staan gewoon de lekkerste stoelen…

Op weg naar de gate kwam ik mijn jonge Nederlandse collega Jeroen tegen dus tijdens het wachten voor het boarden konden we mooi even bijpraten over onze verlofperiode. De vlucht naar Basrah vertrok ook al keurig op tijd en na aankomst verliepen alle gebruikelijke rituelen zo vlot dat ik me na een klein half uurtje al in de aankomsthal kon melden bij het gebruikelijke ontvangstcomité.

Het duurde echter nog dik vijf kwartier voordat we de taxi’s mochten die ons naar ons konvooi net buiten de luchthaven brachten want Jeroen moest in de rij voor een nieuw visum. We hadden bij aankomst al gezien dat er deze keer meerdere vliegtuigen stonden, wat niet echt gebruikelijk is op de luchthaven van Basrah. De visumhal zat inderdaad vol met wachtenden en we waren er al bang voor dat het wel eens lang zou kunnen gaan duren en dat bleek inderdaad het geval.

Omdat iedereen nu eenmaal met hetzelfde konvooi mee moet zit er niks anders op dan te wachten, maar je raakt in gesprek met je andere collega’s die ook staan te wachten en dan verstrijkt de tijd zonder dat je er erg in hebt. De mannen van het konvooi zaten overigens op hete kolen toen we daar door de taxi’s werden afgezet want het was inmiddels al ver over vieren. Het zou dus niet meer lukken om ons voor donker in het kamp te krijgen aangezien de zon om tien voor vier onder zou gaan en de rit ruim een uur zou duren, en dat is iets wat ze liever proberen te voorkomen.

Het was inderdaad al bijna donker toen we bij het KAZ kamp aankwamen na een vlotte en probleemloze maar nogal hobbelige rit want we hadden duidelijk sneller gereden dan normaal. Rond kwart over vijf stapte ik mijn kamer in het kamp binnen, mijn volgende werkperiode is nu echt begonnen.

Vertrek op Sinterklaasavond

Het is vanmorgen op de valreep nog gelukt om een regenjack aan te schaffen. Nadat ik in Katwijk mijn moeder gedag had gezegd (het was gezellig want mijn oudste broer was er toevallig ook net) ben ik in het centrum nog even langs een zaak met sportkleding gegaan en zowaar, die hadden precies wat ik zocht.

Nadat ik vanmiddag nog even stroopwafels en een stuk jong belegen Goudse kaas (voor mijn Irakese baas) had ingeslagen had ik wat mij betreft alles klaar voor vertrek. Mijn rolkoffer had ik gisteren al grotendeels gepakt, al was er niet zoveel te pakken deze keer. 

Vanmiddag kreeg ik weer het inmiddels vertrouwde telefoontje van de taxi-service van luchtvaartmaatschappij Emirates om te bevestigen dat ik om zeven uur vanavond zou worden opgehaald. Dat was ruim op tijd want mijn vlucht naar Dubai vertrekt pas om tien uur vanavond, en eerlijk gezegd verwachtte ik niet dat het erg druk zou zijn op de weg en op Schiphol want het was tenslotte Sinterklaasavond.

Mijn verwachting kwam uit, het was erg rustig (voor zover je op Schiphol van rustig kan spreken tenminste) en ik zat dan ook al ruim voor acht uur in de Business Lounge met een bakkie cappuccino. Ik zorg er altijd wel voor dat ik ruim op tijd voor het boarden bij de gate ben, maar deze keer hoefde ik niet lang te wachten voordat we aan boord mochten gaan. We vertrokken dan ook precies op tijd en zullen als alles volgens plan verloopt morgenochtend vroeg aankomen in Dubai.

Voorbereidingen voor vertrek

Dit is alweer de laatste week van deze verlofperiode dus ik ben langzaamaan alvast weer begonnen met de voorbereidingen voor mijn vertrek naar Basrah en de volgende werkperiode van vier weken.

Deze keer moet ik er rekening mee houden dat het ook in Irak winter is en dat betekent kans op regen en lagere temperaturen. Op zich is het overdag nog steeds lekker met temperaturen van boven de twintig graden maar als de zon onder is kan het knap koud worden, tot ver onder de tien graden. Dat wordt voor mij met name merkbaar in de vroege ochtend als ik naar kantoor loop en aan het eind van de middag als ik terug naar het kamp loop want de zon gaat op dit moment al voor vijven onder.

Tegen de kou neem ik eenvoudig meer shirtjes mee om onder een overhemd te dragen en de overhemden met korte mouwen vervang ik tijdelijk door overhemden met lange mouwen. Het toeval wil dat ik de meeste overhemden met korte mouwen in Rijnsburg heb, die had ik mee terug genomen voor onze vakantie naar Curaçao en Bonaire. Om die reden had ik deze keer ook mijn rolkoffer bij me en die kon nu dus mooi mee terug met wat warmere kleren dan ik gewend ben mee te nemen.

Wat de mogelijkheid van regen betreft, omdat ik eigenlijk helemaal geen regenjack meer heb moet ik dat maar eens gaan aanschaffen. Zo’n jack is ook handig als het te koud is om helemaal zonder jas te gaan lopen, en uiteraard zal het in Nederland ook heel goed van pas komen.

Afgelopen vrijdagmiddag zijn Riet en ik al naar Haarlem geweest voor dit soort inkopen maar het is er niet van gekomen. Het aanbod was niet geweldig en eerlijk gezegd stond ons hoofd er ook niet naar want we hadden net Paula weggebracht naar de dierenarts. Een online aanschaf lijkt het meest logisch maar wat dat betreft pas ik kleren toch liever eerst voordat ik ze aanschaf. De  tijd gaat wel dringen want morgenavond vertrek ik al weer…

Paula is er niet meer…

Onze Paultje is er niet meer. Vanmiddag hebben we haar naar de dierenarts gebracht en haar daar laten inslapen, haar negen levens waren nu echt op. De foto hierboven is de laatste foto die ik van haar heb gemaakt, vlak voordat we haar weg brachten.

We wisten vanmorgen al dat we het moesten opgeven. Riet had de hele nacht bij haar op de bank geslapen maar kon alleen maar constateren dat er geen zichtbare verbetering optrad in Paula’s toestand, ze at nog steeds niet en lopen ging steeds moeilijker. Ze plaste wel veel en daaruit konden we alleen maar opmaken dat het vocht wat was ingespoten weliswaar was opgenomen maar dat het er gelijk weer uit kwam. Haar nieren werkten blijkbaar niet of nauwelijks meer.

In de loop van de ochtend zagen we dat ze nu niet eens meer aan het eten snuffelde maar gelijk haar kopje weg draaide. Ook drinken ging niet meer, hoewel ze wel haar snuit in het water deed leek het wel alsof haar tong dienst weigerde want echt drinken deed ze niet. Tot ons grote verdriet moesten we toegeven dat verdere behandeling geen zin meer zou hebben en toen we naar de dierenarts gingen voor onze afspraak wisten we al dat we haar deze keer niet meer mee terug naar huis zouden nemen.

Het was ontzettend moeilijk, met tranen in onze ogen namen we bij de dierenarts voor het laatst afscheid. Na de narcose-spuit kregen we van de dierenarts nog een paar minuten om bij haar te zijn terwijl ze insliep, waarna ze de definitieve spuit kreeg die haar hartje stopte.

Paula was op 27 maart 2004 bij ons gekomen als cadeau voor mijn verjaardag. Nadat we onze kat Sproetje drie jaar eerder hadden moeten laten inslapen wilde Riet geen huisdieren meer maar ik was verknocht geraakt aan het gezelschap van een kat, en als Riet de jaren daarna vroeg wat ik voor mijn verjaardag wilde zei ik steevast, “Een kat”.

Uiteindelijk ging Riet zonder dat ik het wist overstag en ging de dag voor mijn verjaardag naar een dierenasiel. Ik wist nergens van want officieel ging ze “naar Noordwijk want daar was het koopavond en Martin moest nodig een jas”. Ze kwam met niks thuis en zei dat ze de volgende dag (mijn verjaardag) naar een andere winkel moest want in Noordwijk hadden ze niks zei ze. De volgende dag ging ze weer op pad met Martin en nichtje Nicole, en toen ik aan de koffie zat kwam ze opeens binnen met een kooi met daarom een grote roze strik en daarin Paula.

Hoe oud Paula was toen ze bij ons kwam weten we niet precies, maar de schatting van het asiel was dat ze ongeveer een jaar oud was. Die schatting was echter gebaseerd op hoe groot ze toen was, maar Paula is nooit echt veel groter geworden. Vorig jaar toen ze ook zo ziek en mager was zei de dierenarts dat ze wel eens ouder zou kunnen zijn dan we dachten, gebaseerd op bepaalde kenmerken.

In eerste instantie was Paula niet eens zo’n gezellige kat. Ze wilde van Riet helemaal niks weten, mij leek ze meer te dulden dan dat ze me aardig vond, en alleen onze zoons Robin en Martin konden alles met haar doen. En het grappige was dat Riet haar nog wel had uitgezocht omdat ze in het asiel zo spontaan en aanhankelijk over was gekomen…

Paula was vanaf het begin erg schrikachtig, wat naar wij dachten was veroorzaakt door het feit dat ze op straat had geleefd volgens het asiel. Dat schrikachtige is nooit helemaal weg gegaan, maar haar eenkennige gedrag naarmate ze ouder werd wel. Met name toen we terug kwamen van de Filipijnen in 2015 bleek ze veel socialer, ze lag iedere avond bij me op schoot en was zowaar veranderd in een gezellige kat.

De laatste jaren met haar waren dus eigenlijk de mooiste, maar nu is onze Paultje er niet meer. Het huis voelt nu al leeg zonder haar…

Het gaat niet goed met Paula

Voordat we op vakantie gingen hadden we al gemerkt dat het niet helemaal goed ging met Paula. Ze at haar gewone voer maar half of helemaal niet op terwijl ze de week daarvoor hetzelfde voer nog gretig had opgegeten. We hadden onze oppas Joelle dus al gevraagd om het een beetje in de gaten te houden en haar alles te voeren wat ze maar wilde eten. Dat deden we eigenlijk toch al een tijdje als ze haar gewone voer niet wilde eten, en speciaal daarvoor hadden we altijd pakjes met plakken kipfilet en ham in huis waar ze wel gek op was.

Thuis gekomen van vakantie schrokken we ervan hoe mager Paula was geworden in twee weken tijd en Joelle vertelde dat ze ondanks al haar pogingen met name de laatste week helemaal niets meer had gegeten. Riet belde meteen naar de dierenarts om een afspraak te maken en die was vanmorgen.

De dierenarts constateerde eigenlijk dezelfde verschijnselen als anderhalf jaar geleden toen Paula exact hetzelfde gedrag vertoonde, niet meer willen eten en ze bleek helemaal uitgedroogd. Maar verder constateerde de dierenarts geen pijn en hij stelde dan ook voor om Paula dezelfde behandeling te geven als anderhalf jaar geleden, alleen kreeg ze deze keer geen twee maar zelfs drie onderhuidse spuiten met gedistilleerd water. Dat zou de uitdroging moeten verhelpen en samen met een versterkende injectie zou ze dan weer moeten gaan eten.

Thuis gekomen merkten we er nog weinig van, al lukte het wel om haar een paar stukjes gerookte makreel te laten eten. Verder zagen we hoe zwak ze inmiddels was want ze kon nauwelijks meer op de bank of bij mij op schoot springen. Wel ging ze nog regelmatig naar buiten om uit de plantenbakken te drinken, al liep ze wel erg stram.

Hopelijk slaat de behandeling alsnog aan, we hebben in ieder geval al een afspraak voor morgen middag bij de dierenarts voor nog een paar van die waterinjecties en verder kunnen we alleen maar hopen.

Aankomst met hindernissen

De vlucht terug van Bonaire was een stuk aangenamer dan die van de heenreis naar Curacao, wat hoofdzakelijk kwam doordat we stoelen hadden geboekt met net wat meer comfort dan de standaard stoelen. We zaten net effe ruimer en de rugleuning kon net effe verder naar achteren waardoor het wat makkelijker was om te slapen en af en toe te gaan verzitten.

Na de voorspoedige vlucht, die ook nog eens ruim een half uur voor de geplande aankomsttijd landde op Schiphol, hadden we toch nog de nodige problemen. Het begon na de landing toen het toestel tijdens het taxiën naar de gate opeens stopte. We kregen te horen dat de gate nog bezet was door een ander toestel en dat we tien tot vijftien minuten moesten wachten. Na tien minuten werd er omgeroepen dat het toestel wat de gate bezet hield een defect had en dat er een andere gate moest worden gezocht, wat een minuut of veertig zou kunnen gaan duren.

Toen we na dik een half uur eindelijk verder konden op weg naar een andere gate stopte het toestel vlak voor de nieuwe gate opnieuw. Weer moesten we tien minuten wachten want nu was de gate nog niet klaar. Meteen bij het uitkomen van het vliegtuig was er al een paspoortcontrole aan het einde van de slurf, pas daarna konden we door naar de gewone paspoortcontrole en de bagagebanden.

Het duurde even voordat onze koffers kwamen en jawel, bij de douane werden we eruit gepikt voor controle. Dat was tijdrovend omdat alle bagage helemaal werd doorgespit maar bovendien had Riet veel te veel sigaretten bij zich. Behalve de twee sloffen die we op Bonaire voor vertrek hadden gekocht bleek ze verspreid over een koffer en twee tassen nog negen losse pakjes te hebben die ze even was vergeten. Gelukkig was de douanebeambte erg coulant en mocht ze zonder boete toch door.

Onze taxi had ons al gebeld waar we bleven toen we nog in het vliegtuig zaten, maar omdat we op dat moment nog niet wisten hoe lang het oponthoud zou gaan duren spraken we af dat wij terug zouden bellen op het moment dat we buiten zouden staan. Dat deden we, maar na veertig minuten was er nog steeds geen taxi. Na nog een keer bellen hoorden we dat hij nog steeds onderweg was en het duurde nog bijna een kwartier voordat de taxi uiteindelijk voor kwam rijden.

Om drie uur ’s middags stapten we eindelijk ons huis weer binnen… 

Washington Slagbaai Natuurpark

Hoewel vandaag onze vertrekdag was hadden we de hele dag nog te besteden want onze vlucht naar Nederland vertrok pas om negen uur vanavond en we zouden om kwart voor zeven bij ons appartement worden opgehaald. We hadden daarom voor vandaag nog een excursie geboekt naar het Washington Slagbaai Natuurpark, het oudste natuurpark van Nederland wat het grootste gedeelte van het noorden van Bonaire in beslag neemt.

Om kwart voor acht vanmorgen werden we opgehaald door onze gids Ger, een voormalig politieagent uit Den Haag, met een Jeep Discovery. Onderweg naar het natuurpark pikten we nog twee mensen op die logeerden in een resort vlak bij het vliegveld en met zijn vijven reden we naar het Washington Slagbaai Natuurpark, langs dezelfde weg als die wij gisteren met onze huurauto hadden gereden.

Vooraf hadden we een soort penning gekocht in de shop bij ons appartement. Die penning vertegenwoordigd een soort verplichte bijdrage aan het behoud van de natuur op Bonaire en moet eenmalig voor vrijwel alle excursies en duikactiviteiten worden aangeschaft. Bij de ingang van het natuurpark was er een korte stop om ons in te laten schrijven en om een klein museum te bezoeken, waarna we met drie jeeps het park inreden.

De natuur in het park was schitterend met de vele cactussen en de rotsen van koraal (die laatste met name aan de oostkust), en onderweg vermaakte Ger ons met boeiende en grappige verhalen. Er waren verscheidene stops, onder andere bij een zogenaamd blowhole (waar de golven uit een uitgesleten grot fonteinen spoten), de vuurtoren en een plek waar we gelegenheid hadden om te snorkelen. De lunch werd gebruikt op een locatie waar vroeger een plantage was geweest (op de foto hieronder) en daarna reden we terug naar de ingang van het park.

De onverharde weg door het park was voor het grootste gedeelte uitstekend te berijden, tot groot genoegen van Ger. Dat kwam omdat prinses Beatrix morgen op bezoek komt in het park en speciaal daarvoor was de weg grotendeels geëgaliseerd. Pas vanaf Slagbaai werd de staat van de weg minder, maar volgens Ger was de hele route tot voor kort zo geweest. Al met al was deze excursie, die met 75 dollar per persoon niet echt goedkoop te noemen was, toch ruimschoots de moeite waard.

We waren om een uur of drie weer terug bij ons appartement, ruim op tijd dus om ons gemak de koffers te pakken, nog wat te relaxen op het terras en een laatste douche te nemen. Om kwart voor zeven stonden we voor de ingang te wachten, maar al wat er kwam, geen taxi. Ik was al een beetje bang geweest dat er iets mis zou gaan want de beloofde bevestiging van de taxi via een text-bericht hadden we ’s middags ook niet gehad. Omdat de receptie van ons resort om zes uur gesloten was kon ik daar geen hulp gaan vragen dus rende ik snel naar El Elcanto aan de overkant om te vragen of die misschien een taxi voor ons konden bellen.

Het personeel van El Elcanto was erg behulpzaam en konden zelfs regelen dat de eigenaar ons met haar auto naar het vliegveld zouden rijden, maar net op het moment dat die voor kwam rijden kwam aan de overkant ook de taxibus net aan. De chauffeur verontschuldigde zich, zijn collega die ons had moeten oppikken niet was komen opdagen omdat hij het Belmar resort niet kon vinden. Een raar verhaal, maar we waren in ieder geval op weg.

Aangekomen op het vliegveld ging alles verder vlot. Ik had alleen vooraf niet kunnen inchecken want we hadden gisteren een raar bericht gehad van KLM over het toekennen van onze stoelen wat blijkbaar ook onmogelijk maakte  om online vooraf te checken. Ik had bijbetaald voor stoelen met meer beenruimte en een rugleuning die wat verder naar achteren kon en ik was al bang dat dat achteraf door KLM geannuleerd zou zijn, maar gelukkig kregen we wel die stoelen maar alleen andere dan de twee die ik vooraf had geselecteerd. 

De vlucht vertrok op tijd en we zijn dus nu onderweg naar huis, morgenochtend komen we als alles goed gaat aan op Schiphol.

Nog een dagje toeren

We hebben de huurauto in principe twee volle dagen tot onze beschikking, maar omdat we voor morgen al vroeg op pad moeten voor een excursie die we hebben geboekt hebben we morgenochtend geen tijd om de auto voor tien uur in te leveren en deden we dat vandaag dus aan het eind van de middag.

We hadden voor vandaag een rondrit gepland over de noordelijke helft van het eiland, via Kralendijk richting de oude hoofdstad Rincon en dan langs het Washington Slagbaai Natuurpark (waar je alleen met een goeie four-wheel drive kunt rijden en waar we morgen met een excursie naartoe gaan) richting de kust en dan langs de kustweg terug naar Kralendijk.

Het was effe zoeken in de buitenwijken naar de weg naar Rincon wat bemoeilijkt werd door een gebrek aan richtingsborden maar uiteindelijk kwamen we op de weg dankzij een kaart van de stad en het aflezen van de straatnamen om te zien waar we precies waren. De weg ging eerst richting de oostkust waar we de ruwe zee op de rotsen zagen beuken, om vlak voor het natuurpark landinwaarts te buigen richting Rincon.

Rincon bleek nauwelijks meer dan een dorp, met de inmiddels bekende kleurige huizen en als bijzonderheid loslopende ezels en in menige voortuin een begroeid autowrak. Na Rincon namen we de weg door de heuvels naar de kust die eerst steil opliep en ook weer stijl naar beneden naar de kustweg. Daar aangekomen wilden we de weg volgen naar Kralendijk maar al na een paar honderd meter werden we gedwongen om te keren want de weg bleek eenrichtingsverkeer te zijn vanuit de andere richting. Dat stond vooraf en ook op de kaart nergens aangegeven, maar er zat niets anders op dan om te keren.

Terug bij het punt waar we de kustweg hadden bereikt vanaf de weg vanuit Rincon zagen we dat we de weg ook konden volgen richting de olieterminals van BOPEC en dan richting het Goto meer. We volgden de smalle weg waarbij we halverwege een stopplaats tegenkwamen van waaraf we een prachtig uitzicht hadden over het meer. We zagen de nodige groepen roze Flamingo’s, die we van dichterbij konden bekijken toen de weg omlaag liep naar de oever van het meer. Daarna ging het weer omhoog totdat we weer uitkwamen in Rincon en vandaar dezelfde weg terug richting Kralendijk volgden als die we gekomen waren.

De afstanden die we aflegden waren niet echt groot dus we waren al vroeg in de middag weer terug in Kralendijk waar we een ijsje aten bij Gio en lunchten in een restaurant aan de boulevard. Er lag een gigantisch cruiseschip aangemeerd waar we even een kijke hadden genomen, en we verbaasden ons erover dat met zoveel toeristen veel restaurants nog steeds gesloten waren. Later hoorden we dat die cruises vrijwel allemaal all-inclusive zijn en dat de cruise-gasten dus alleen maar aan land komen om rond te kijken en souvenirs te kopen en nauwelijks gebruik maken van de horeca-gelegenheden. Zelfs de drukte in Kralendijk viel erg mee als je in aanmerking neemt dat er toch duizenden mensen aan boord van zo’n cruise-gigant zijn.

Het was halverwege de middag toen we terugreden naar ons appartement, waar we al snel besloten dat het geen zin had om de auto op het laatste moment terug te brengen omdat we toch geen plannen meer hadden om nog ergens naartoe te gaan. We reden dus terug naar het verhuurbedrijf waar we de auto inleverden en door een medewerkster met dezelfde auto werden teruggebracht naar ons appartement.

We aten ’s avonds bij wijze van avondeten alles op wat we nog in de koelkast hadden (brood met kaas en yoghurt met banaan) waarna we nog even naar El Elcanto gingen aan de overkant voor een afzakkertje. Tenslotte zijn we alvast begonnen met het pakken van onze koffers want morgenavond vertrekken we alweer terug naar Nederland…

Huurauto

Het apartement waar we zitten in het Belmar Oceanfront is prachtig, het is groot en van alle gemakken voorzien, maar zoals gezegd heeft het Belmar behalve een receptie en een winkeltje met alleen watersportartikelen geen enkele andere voorziening, zoals een bar of een restaurant. Er is ook geen strand maar het terras met zwembad heeft een steiger in zee dus er kan wel in zee worden gezwommen. We missen overigens een strand niet echt want ons apartement heeft een heel groot terras aan de zeekant, met ligbedden en een zithoek.

Vanmorgen zouden we om tien uur worden opgehaald door het autoverhuurbedrijf waar de mevrouw van Tui gisteren een huurauto voor ons had geboekt. We werden naar het terrein van het verhuurbedrijf gebracht wat net buiten de stad ligt aan een brede straat met veel supermarkten. Nadat de formaliteiten waren afgehandeld kregen we de sleutels van een witte pickup van een voor mij onbekend merk, en het eerste wat we deden was rijden naar de tweehonderd meter verderop gelegen Albert Heijn.

Het zag er van buiten niet helemaal uit als een Albert Heijn, het heette ook anders (Van den Tweel) maar het was wel degelijk een Albert Heijn filiaal. Binnengekomen zag het er precies zo uit als een Albert Heijn en het rook er zelfs hetzelfde! We hadden niet veel boodschappen nodig maar het was gewoon leuk om rond te neuzen en te kijken naar de verschillen en overeenkomsten met onze eigen AH in Rijnsburg.

Nadat we de boodschappen hadden afgeleverd in ons apartement gingen we op pad voor onze eerste autorit. Het was de bedoeling om de weg te volgen die rondom de zuidelijke helft van het eiland liep. Onderweg stopten we overal waar het leuk was om rond te kijken en om foto’s te maken, bijvoorbeeld bij twee locaties waar we de beroemde slavenhuisjes bekeken en de vuurtoren. Ook zagen we onderweg nog de binnenmeren waar zoutwinning plaatsvindt, een meer met roze Flamingo’s en een mangrovebos.

Bonaire is niet groot en dat bleek ook wel want ondanks onze vele stops onderweg duurde de hele rit, waarbij we dus het hele zuidelijke eiland zijn rondgereden, net aan twee uur…

Aan het eind van de middag reden we naar Kralendijk om daar weer wat rond te kijken, maar het bleek er een ontzettende dooie boel. Omdat het zondag was waren alle winkels dicht en de meeste restauarants ook, dus meer dan rondwandelen viel er niet te doen. Mazzel was wel dat het enige wat wel open was de ijswinkel Gio was zodat we in ieder geval weer een heerlijk ijsje konden eten.

Na vijven kwam er toch wat in beweging bij sommige restaurants en vlak bij de douanekantoor aan de haven streken we neer op het terras van het restaurant Cuba Compagnie. Dat klinkt heel Cubaans maar het menu bevatte vrijwel alleen maar de gebruikelijke toeristische gerechten zoals saté met patat. Riet en ik gingen voor zo’n beetje het meest exotische wat er op het menu stond, en dat was chicken teriyaki. Het moet gezegd, het eten was prima, vooral de coconut-curry soep die ik vooraf had genomen.

In de avond hadden we geen zin meer om nog even over te steken naar El Elcanto voor een biertje aan de bar, en dat had alles te maken met het feit dat we er eergisteravond opgevreten werden door de muggen. Dat is hier vrijwel net zo erg als op Curaçao, ook vanavond was het weer regelmatig raak en dat begint knap vervelend te worden…

Een dag met misverstanden

Het restauarant El Elcanto waar we gisteravond nog wat hadden kunnen eten loste ook het probleem op dat het Belmar geen restaurant en dus geen ontbijt had. Het een klein maar goed ontbijtbuffetje en de cheffin, een goedlachse en praatgrage Antilliaanse, maakte ons attent op de Caribbiaanse maaltijd die zij dinsdagavond zou verzorgen. We hebben meteen gereserveerd, maar dat was achteraf een beetje voorbarig want we waren effe vergeten dat we dinsdagavond vertrekken en moeten dit dus helaas afzeggen.

De balie bij het Belmar was nu wel open dus konden we ons officieel aanmelden. We hadden ook nog een aantal vragen, met name over winkels en vervoer. Het blijkt dat Bonaire geen enkele vorm van openbaar vervoer heeft en heel weinig taxi’s. Het hotel bleek wel een eigen taxi te hebben en de bedrijfsleidster bood ons spontaan een gratis rit aan heen en terug naar de Albert Heijn of naar Kralendijk, de grootste en dichtstbijzijnde plaats. We kozen voor het laatste.

We arriveerden rond half elf in Klarendijk, wandelden wat rond, kochten een verschrikkelijk lekker ijsje bij een tentje genaamd Gio, dronken wat op een terrasje op een kleine pier aan de boulevard en lunchten in restauarant El Mundo, vlak bij de plek waar de taxi ons om één uur weer oppikte.

Om twee uur hadden we een afspraak met een mevrouw van Tui die ons net als op Curaçao wegwijs zou maken op Bonaire. We zaten met smart op deze afspraak te wachten want behalve een of meer excursies wilden we ook een huurauto regelen, maar al wie er kwam, geen mevrouw van Tui. De receptioniste van het Belmar belde om te vragen hoe dat zat, en het bleek dat de mevrouw niet was gekomen omdat ze dacht dat er niemand in het Belmar zat via Tui. Gelukkig was ze bereid om alsnog te komen en ze was er dus in plaats van om twee uur om kwart voor drie.

We regelden bij haar een snorkeltocht met een luxe zeiljacht, een jeepsafari door het Washington Natuurpark en een huurauto voor twee dagen. Toen ze weg was spraken we met de bedrijfsleidster over hoe laat we op onze vertrekdag van onze kamer af moesten, en toen kwamen we tot de ontdekking dat de Tui mevrouw ons op de 28e had geboekt voor de snorkeltocht, en dat kan helemaal niet want we vertrekken de 27e! Dit was er tijdens ons gesprek ongemerkt ingeslopen omdat we in eerste instantie een huurauto voor een dag wilden boeken, maar omdat we vanwege het tijdstip van inleveren toch voor twee dagen moesten betalen besloten we de auto de twee volle dagen te gebruiken. Daardoor kwamen we ongemerkt een dag te kort, wat op zich jammer was want de snorkeltocht gaat nu uiteraard niet door.

De rest van de middag besteedden we op het riante terras van ons apartement, met uitzicht op de baai van Bonaire, met zicht op het andere eiland Klein Bonaire.

Laatste dagje op Curaçao

Ons laatste dagje op Curaçao hebben we ‘s morgens doorgebracht aan het strand. Omdat we al om élf uur uit onze cabin moesten uitchecken hadden we gevraagd of we konden verlengen tot onze vertrektijd (we zouden om kwart voor vijf worden opgehaald) maar dat bleek niet mogelijk. Wel konden we verlengen tot één uur, met de mogelijkheid om van vier tot half vijf gebruik te maken van de mogelijkheid om te douchen in speciaal daarvoor beschikbare badkamers.

We kregen voor de rest van de middag een bon die ons nog toegang gaf tot het strand waar we uitgebreid hebben gelunchd met een paar drankjes erbij om de tijd door te komen. Onze koffers konden we gelukkig laten opslaan zodat we daar in ieder geval geen omkijken naar hadden. Het douchen gaf ons de gelegenheid om op te frissen en ook om te verkleden voor de reis naar Bonaire, en we hoefden daarna niet lang te wachten want de bus kwam precies op tijd.

Aan het formaat van de bus (die ook nog eens een aanhangwagen had voor alle bagage) zagen we al dat we waarschijnlijk niet de enigen zouden zijn die werden opgepikt, en dat klopte. De rit naar de luchthaven duurde ruim vijf kwartier omdat er bij verschillende resorts en hotels, ook in de stad, mensen moesten worden opgepikt, en uiteindelijk arriveerden we dus pas rond zes uur bij de luchthaven HATO.

Daar stond een enorme wachtrij voor de twee vluchten naar Amsterdam (KLM en Tui) die gelijktijdig zouden vertrekken maar daar hadden wij geen last van, bij de balie voor onze vlucht met WinAir naar Bonaire stond geen mens. Het wachten op ons vertrek duurde wel een stuk langer dan verwacht want toen ons toestel eigenlijk al had moeten vertrekken (om kwart voor acht) was het nog niet eens op de luchthaven aangekomen. De vertraging was uiteindelijk maar iets van een half uur maar door een totaal gebrek aan informatie wisten we dat pas toen we uiteindelijk om kwart over acht het sein kregen om te gaan boarden.

Op het platform bleek dat het toestel niet van WinAir was maar een ATR-42 van de Franse maatschappij Air Antilles. Hoe dan ook, de vlucht naar Bonaire was beslist de kortste vlucht die we ooit hebben gemaakt, we zijn minder dan een kwartier in de lucht geweest gerekend vanaf het moment van opstijgen tot het moment dat de wielen de grond raakten op Flamingo International Airport. Daar moesten we door een heuse paspoortcontrole wat nog idioot lang duurde ook (we zijn toch verdikkeme nog steeds in ons eigen Koninkrijk!), en we kregen nog een stempel in ons paspoort ook…

De koffers kwamen vlot en buiten stond onze chauffeur ook al klaar. Met een veel te grote bus voor alleen ons tweeën bracht hij ons met tien minuten naar de Belmar Oceanfront Apartments. Het was ondertussen al over half tien en de balie bleek al gesloten, een nachtportier bracht ons naar ons appartement. En toen was er nog een ander probleem want het Belmar heeft geen bar of restaurant, en volgens de nachtportier was het dichtstbijzijnde restaurant in de stad…

Gelukkig schoot hem nog net te binnen dat er vijftig meter verderop aan de overkant nog een restaurantje zat. El Elcanto bleek onze redding, want weliswaar was de keuken al dicht, ze wilden toch nog wel een bord patat met een frikandel voor ons regelen. Daarnaast was de bar heel gezellig en raakten we al snel aan de praat met een paar andere Nederlanders die ook aan de bar zaten. Zo werd het toch nog een stuk later dan we hadden verwacht op onze eerste avond op Bonaire, maar we zijn gearriveerd!

Koopavond in Willemstad

Riet en ik hadden na het ontbijt een verschillende tijdsbesteding. Riet besloot op het terras bij onze cabin te blijven om haar boek uit te lezen terwijl ik naar het strand ging.

Rond een uur of half vier gingen we naar Willemstad omdat ons was verteld dat de donderdagavond koopavond was en dat het dan heel erg gezellig in de stad zou zijn met overal live muziek en een groot vuurwerk.Op weg naar de bushalte net buiten het resort stopte er al meteen een minibus, de chauffeuse had ons gezien en aangenomen dat we naar de stad gingen dus dat was snel geregeld.

Aangekomen in de stad wandelden we naar de pontonbrug, beter bekent als de Koningin Emma brug, die we overstaken naar de wijk Otrabanda wat letterlijk betekent “de andere kant”. Daar wilde Riet wat winkelen want ze had daar een Mango gezien, en inderdaad wist ze daar (eindelijk!) een witte blouse te scoren.

Daarna wandelden we ook weer via de pontonbrug terug naar het centrum waar we ons installeerden op het terras van Cafe de Buren om wat te drinken en te eten. Het was druk en gezellig in het centrum met inderdaad veel live muziek maar het meeste niet om erg vrolijk van de worden, behalve dan de Caribische band op de hoek van de Handelskade.

Voor het vuurwerk, wat we verwachtten aan de overkant van de Handelskade, zochten en vonden we een tafeltje aan de waterkant bij Cafe Iguana. Het vuurwerk begon niet zoals Riet verwachtte om half acht, en ook niet om acht uur zoals ik dacht gehoord of gelezen te hebben. We zagen wel de pontonbrug open zien gaan voor het binnenvaren van een groot containerschip wat dus vlak voor onze neus Willemstad binnen kwam varen. Maar tegen half negen hadden we geen zin meer om nog te wachten op het vuurwerk en wandelden we naar de bushalte terug.

Lekker relaxed dagje

Na drie dagen excursies was het tijd voor een lekker relaxed dagje aan het strand. Dat is hier heel erg makkelijk omdat ons resort aan het strand ligt en we als hotelgasten gebruik mogen maken van de strandstoelen op het Cabana Beach.

We installeerden ons al om half negen want het was om die tijd al gewoon dertig graden. Het was overigens niet echt heet aan het strand want er stond een verfrissend windje en de zon ging regelmatig schuil achter passerende wolken. Al met al dus een lekker rustig dagje, en daarvoor zijn we tenslotte op vakantie, nietwaar.

Hoogtepunt van de dag was overigens vanmiddag het doodmeppen van de mug die hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk was voor het terroriseren van onze kamer. We hebben tenminste daarna geen last meer gehad van muggenbeten binnen…

Bustocht over het eiland

Voor deze excursie werden we vanmorgen pas om kwart voor negen opgehaald dus vandaag hadden we zowaar tijd voor een uitgebreid ontbijt. En we hadden achteraf tijd zat want zoals de gewoonte schijnt te zijn hier kwam de bus dik een kwartier te laat. Er moesten nog een flink aantal mensen worden opgehaald bij verderop gelegen resorts en hotels dus uiteindelijk gingen we pas om half tien op weg voor de eigenlijke bustocht. We waren ‘s middags rond vijf uur weer terug in het hotel na een tocht die toch wat was tegengevallen.

Allereerst was de minibus stampvol en zaten we behoorlijk krap de hele dag. De eerste stop onderweg was bij een likeur-fabriekje waar ze onder andere Blue Curaçao maken, en dat leek leuk maar behalve onze bus werden er tegelijk nog een groot aantal busladingen met toeristen gedropt en was het dus hartstikke vol met door elkaar schreeuwende gidsen. Daarna volgde een rit door Punda, waar we gisteren ook al waren geweest, en daar schoven we aan in een lange rij bussen met toeristen die door de smalle straatjes schuifelden.

Een lange rit volgde naar de westpunt van het eiland waar we stopten bij de rotsachtige kust om te kijken naar de golven die op de rotsen sloegen. Een mooi gezicht maar niet iets om lang naar te kijken en we gingen dus al snel door naar de volgende stop, een landhuis waar nu een museum over de slavernij was gevestigd. Dit was interessant maar het museum was erg klein met veel gebruiksartikelen die onze eigen grootouders ook hadden dus afgezien van de verhalen over de slavernij matig interessant.

Verder weer naar wat een hoogtepunt moest worden, een prachtig strand aan een azuurblauwe baai waar we heerlijk zouden kunnen zwemmen en zonnen op ligbedden. Aangekomen bleek het een gigantisch druk strand te zijn met uiteraard om deze tijd (het was nu twee uur in de middag) alle ligbedden bezet. Alleen de toegang bleek betaald dus de lunch en drankjes waren voor eigen kosten (Riet had patat met twee kroketten…) en toen we eindlijk twee ligbedden hadden bemachtigd moesten we voor het uurtje dat we ze zouden gebruiken toch het volle dagtarief betalen. Nou ja, we maakten er het beste maar van met een beetje zwemmen en nog een lekker uurtje liggen in de zon.

Laatste hoogtepunt was ook al weer een tegenvaller want toen we bij het meertje kwamen waar we rose Flamingo’s hoopten te zien bleken die er inderdaad te zijn, maar we mochten de bus niet uit en moesten dus toekijken en fotograferen vanuit onze propvolle bus…

De cocktails (Riet) en de Corona’s (ik) aan de bar van het resort en het eten erna in het restaurant aan het strand maakten gelukkig veel goed.

Stadswandeling door Punda

Het Kontiki Beach resort heeft een vervelende eigenschap en dat is dat je pas vanaf half acht ‘s ochtends kunt ontbijten. Dat is erg lastig aangezien de meeste excursies al vroeg beginnen en dan heb je dus geen gelegenheid om te ontbijten in het resort. Dat was gisteren het geval (al gaf dat toen niks want er was ontbijt bij de excursie inbegrepen) en vandaag weer want we moesten de bus van acht uur hebben om naar de stad te gaan want onze excursie van vandaag, een stadswandeling door de wijk Punda, begon om kwart voor negen.

Gelukkig was de bus op tijd en waren we ruim op tijd aanwezig bij het vertrekpunt van de wandeling. Bovendien waren er aan het plein waar we moesten verzamelen een paar leuke terrasjes dus Riet en ik hebben daar gauw nog even heerlijk zitten ontbijten. We hadden zelfs nog veel meer tijd gehad want de wandeling vertrok dik twintig minuten te laat door een paar laatkomers en twee die helemaal niet op kwamen dagen.

De wandeling was op zich wel leuk maar onze gids, die best wel leuke verhalen had, was niet iemand die smakelijk kon vertellen en humor had ze al helemaal niet waardoor sommige op zich best grappige verhalen helemaal niet als zodanig overkwamen. Het laatste deel van de wandeling was een bezoek aan de plaatselijke synagoge en bijbehorend museum, en de uitgebreide verhalen over de Joodse gemeenschap in Willemstad kwmane over als pure propaganda, te meer daar het wel een heel grote plaats innam in het geheel en er verder nauwelijks over de cultuur van Curacao werd gesproken. Zelf had ik veel liever meer tijd doorgebracht bij de markten en rond de beroemde pontonbrug, maar helaas.

Riet en ik bleven nog even in de stad hangen en belandden uiteindelijk op een terras aan de Handelskade langs de Anna Baai, met schitterend uitzicht op de pontonbrug en de enorme Koningin Juliana brug. Na wat gedronken en gegeten te hebben namen we een minibus terug naar het resort. Dat was enorm leuk omdat die busjes door de lokale bevolking gebruikt worden en hoewel ze een aantal vaste stops aangeven is volgens ons de route flexibel en zetten ze iedereen onderweg af waar ze moeten zijn.

Ondanks dat we ons hier prima vermaken is er toch iets wat de pret vergalt en dat zijn de muggen. We worden met name op onze kamer letterlijk opgevreten door de muggen, iedere ochtend worden we wakker met nieuwe jeukende bulten en soms is dat al midden in de nacht. Het resort waar we verblijven bestaat uit houten cabins in een omgeving die ze hebben opgezet om een beetje op een jungle te lijken en het ziet er ook inderdaad prachtig uit met veel groen en schaduw. Een vervelend neveneffect daarvan is het ongedierte en met name de muggen.

We hebben al van alles geprobeerd, DEET en lokaal spul, niks helpt want die krengen vinden telkens weer plekjes waar ze kunnen bijten. Erg vervelend en af en toe worden we gek van de jeuk…

Naar Klein Curaçao

We moesten vanmorgen vroeg op want al om tien voor half zeven zouden we bij de receptie worden opgehaald voor onze eerste excursie, een boottocht naar het eiland Klein Curaçao.

De mini-bus, naar goed Curaçao’s gebruik weten we inmiddels, was dik een kwartier te laat. Hij was al ruim voor de helft gevuld en na ons werden er nog meer passagiers opgepikt zodat we met een overvolle bus arriveerden bij het vertrekpunt. We waren in eerste instantie teleurgesteld want de boot die daar klaarlag was duidelijk niet van de klasse die de folder had beloofd. Gelukkig was het die boot ook niet, de echte arriveerde wat later en we moesten met een andere boot worden overgezet want ons schip kon niet aanmeren bij de aanlegplaats.

De tocht naar Klein Curaçao duurde bijna vijf kwartier en ging (ondanks de verzekering van de schipper dat dit een normale overtocht was) orver ruig water, en verscheidene passagiers werden dan ook flink zeeziek. Aangekomen op het eiland troffen we een soort van kampement aan met ruim voldoende ligbedden met voldoende schaduw, du en we kregen ook gelijk een ontbijt geserveerd dus het leek een mooie dag te gaan worden.

En dat werd het ook. Riet en ik wandelden over het totaal vlakke eiland naar de vuurtoren en het wrak van een tanker aan de andere kant van het eiland, er was een heerlijke lunch en daarna was er een snorkeltocht (. waar Riet overigens niet aan meedeed, die had al gesnorkeld op eigen houtje) waarbij we veel vissen en ook een paar zeeschilpadden zagen.

De terugtocht verliep een stuk soepeler dan de heenreis want we hadden nu de wind en de stroming mee. We werden tegen zes uur weer keurig bij het resort afgeleverd na een lange maar leuke dag. Na het avondeten (Mexicaans) gingen we maar weer vroeg naar bed want morgen moeten we weer vroeg op voor excursie nummer twee, een stadswandeling door het centrum van Willemstad.

Eerste echte vakantiedag

We hebben allebei redelijk goed geslapen vannacht maar we waren vanwege de jetlag wel vroeg wakker. Het ontbijt aan het strand bleek prima, waarna we een verkennend wandelingetje maakten langs het boulevardje van Mambo Beach.

We waren met name op zoek naar een winkel waar we muggenspul met Deet konden kopen want sinds we hier zijn aangekomen worden we letterlijk opgevreten door de muggen. We zitten dan ook allebei onder de bulten, wat bij mij in eerste instantie wel meeviel maar dat werd onder het ontbijt aan mijn voeten en enkels ruimschoots goedgemaakt. Waar we wel aan gedacht hebben is tijgerbalsem en dat doet gelukkig goed werk als je het op de muggenbulten smeert. We vonden een kleine drogist die gelukkig had wat we nodig hadden, en jawel, er is vlak naast het resort een Starbucks! 

Om kwart over twaalf hadden we een ontmoeting met een jongedame van TUI die ons het een en ander kwam vertellen over Curaçao en ze had ook nog wat interessante tips voor dingen die we konden doen. Ze kwam daarna met een aanbod van drie excursies waarbij we de goedkoopste (een stadswandeling) gratis kregen en van dat aanbod hebben we meteen gebruik gemaakt. Dat betekent dat we de komende drie dagen onder de pannen zijn, te beginnen morgen met een boottocht naar een onbewoond eilandje genaamd Klein Curaçao.

Vanmiddag hebben we wat geshopt op de boulevard van Mambo Beach. Het enige wat we eigenlijk niet konden vinden was water, daarvoor moesten we naar een op anderhalve kilometer van het resort gelegen supermarkt. Riet kocht daar ook nog een fles rose om terug in het resort tot de ontdekking te komen dat de fles een kurk had en wij geen kurkentrekker. Gelukkig was er bij de receptie een te leen…

Vanavond was het feest in ons resort, het bestond dit weekend tien jaar. Er was een groot feest georganiseerd met talloze artiesten uit de regio en ook rapper Boef uit Nederland. Wij waren als hotelgasten uitgenodigd maar we besloten de optredens maar te laten schieten.

Wel wilde Riet in het restaurant Cabana Beach van het hotel wat eten want ze had geen zin meer om nog naar de Mambo Boulevard te gaan. Op zich geen probleem, maar er bleek in het restaurant een dj te staan die een keiharde monotone doffe dreun produceerde die ervoor zorgde dat niemand elkaar kon verstaan. We hadden het al gauw gezien en verkasten naar het naastgelegen restaurant Mood, wat veel chiquer en dus een stuk prijziger is. Maar lekker was het allemaal wel, en een stuk rustiger ook…

Aangekomen op Curaçao

De taxi was vijf minuten te laat (waarvoor de chauffeur keurig opbelde) en vanwege de mist vertrok het vliegtuig ruim een half uur te laat. Bij de gate had Riet nog geprobeerd om betere plekken te regelen met wat meer beenruimte maar helaas, zoals verwacht waren die allemaal bezet.

De vlucht van ruim tien uur was een lange zit, vooral omdat er iemand in de buurt zat die vrijwel de gehele vlucht scheten heeft zitten laten. Erg prettig, en we zaten ook nog eens in de “kinderhoek”, waar we overigens veel minder last van hadden tot ruim een uur voor de landing toen verscheidene kinderen het welletjes vonden en gingen zitten janken. Volkomen begrijpelijk, wij waren het al zat laat staan hele kleine kinderen. 

Aangekomen op de luchthaven HATO konden we snel door de paspoortcontrole omdat ik thuis het immigratieformulier al electronisch had ingevuld waardoor we gebruik konden maken van de electronische poortjes. Het leverde ons verder geen tijdwinst op want bij de bagagebanden kwamen onze koffers zo’n beetje als laatste aanrollen en halverwege stond de band ook nog een door vastlopende koffers ruim een kwartier stil. Ook bij de koffercontrole was het druk omdat iedereen door een enkel porrtje moest en alle koffers door een scanner moesten. Nee, de luchthaven van Curaçao is duidelijk nog niet ingericht op grote vliegtuigen met veel passagiers…

In de aankomsthal was een stand van TUI waar een taxi voor ons werd gebeld. Het was ondertussen al donker geworden en we hebben tijdens de rit naar het hotel weinig van de omgeving kunnen zien. Er moest nog iemand anders mee die bij een ander hotel werd afgezet maar uiteindelijk waren we tegen acht uur dan eindelijk in het Kontiki Beach Resort.

Het resort bestaat uit houten cabins en wij hebben uiteraard weer degene in de verste hoek. Gelukkig is alles makkelijk aan te lopen en om half negen zaten we dan eindelijk aan een Caipirina (Riet) en een Corona (ik). We bestelden nog een schotel met allemaal heerlijke vishapjes en een tweede ronde drankjes want dat hadden we wel verdiend vonden we. Laat werd het niet want vanwege het tijdverschil (het is hier vijf uur vroeger) zakten we om tien uur ‘s avonds zachtjes in…

Inchecken voor vakantie

Riet en ik hebben in deze verlofperiode een vakantie geboekt en morgen is het zover want dan vertrekken we naar Curaçao. We verblijven daar acht dagen en dan vliegen we door naar Bonaire om daar nog vijf dagen te verblijven voordat we weer terug vliegen naar Nederland. Het betekent wel weer een lange vliegreis want die duurt bijna tien uur. We vertrekken morgenmiddag om één uur en dan landen we rond zes uur ’s avonds plaatselijke tijd op de luchthaven HATO van Curaçao.

We vliegen deze keer met KLM en dat betekent dat je vanaf dertig uur voor vertrek gelegenheid hebt om thuis in te checken en je boarding passen alvast uit te printen. Vanmorgen vroeg werd ik dan ook om vijf over zeven wakker van een piepje op mijn Apple iWatch, met de boodschap dat er ingecheckt kon worden. Ik maak er altijd een vaste gewoonte van om dat vroegtijdig te doen want als je dan beroerde plaatsen toebedeeld hebt gekregen is er meestal nog wel gelegenheid om dat te veranderen.

Dat was nu ook het geval want onze plaatsen waren ergens achteraan in het midden, op een rij van vier. Wel naast elkaar, dat dan wel weer, maar ik vond verder vooraan een rij van drie waar nog niemand zat en daarvan heb ik twee zitplaatsen naast elkaar geselecteerd. Misschien hebben we mazzel en blijft de derde stoel leeg en dan hebben we drie stoelen voor zijn tweeën. Ja, dat kan toch? We hebben die mazzel wel meer gehad dus wie weet…

Het lukte overigens niet om tegen bijbetaling stoelen te regelen met meer beenruimte want er was nog maar één zo’n plek vrij. Voor de terugweg heb ik dat gelukkig wel kunnen regelen, dat is een nachtvlucht en een beetje meer beenruimte en een stoel die wat verder naar achteren kan is dan hopelijk voldoende voor wat nachtrust onderweg. Het is wel een beetje een kostbare gok maar het is het proberen waard vind ik. Werkt het niet dan is dat een goeie leer voor de volgende keer, nietwaar.

En weer thuis

Ik heb beter geslapen dan de vorige keer in dit hotel maar het hield nog steeds niet over. Ik heb moeite met zo’n pudding-matras waarin je helemaal wegzakt en met die zachte kussens waar je totaal geen steun aan hebt. Ik was dan ook regelmatig wakker en halverwege de nacht heb ik het dekbed nog uit de hoes geschud. Wat bezielt al die hotels in deze regio toch om een dekbed op de bedden te leggen waarmee je ook de nacht in Alaska zou kunnen doorkomen?

Hoe dan ook, ik was om vijf uur vanmorgen klaarwakker dus toen ik mijn wake-up call kreeg zat ik al gewassen en aangekleed te wachten. De taxi was er al even voor zevenen en ik werd dus ruim op tijd, samen met een gezelschap luidruchtige Afrikanen naar de luchthaven gebracht. Weer hing alles daar heel vlot want ik hoefde niet meer in te checken en na het kopen van de verplichte slof Marlboro voor Riet ging ik naar de business lounge. Ik had daar ruimschoots de tijd voor een scheerbeurt (het hotel verzag de gasten niet van scheerspullen) en een bak koffie met een muffin.

De vlucht ging vroeg boarden maar eenmaal aan boord was het lang wachten voor het eigenlijke vertrek want hoewel we op tijd werden “afgeduwd” was het lang taxiën naar de startbaan en daar aangekomen moesten we aansluiten in een rij wachtende vliegtuigen voor het opstijgen.

De vlucht zelf verliep probleemloos, ik keek tussen het ontbijt en de lunch twee films (“The Equalizer 2” en “Break in”) en nog wat afleveringen van The Big Bang Theory totdat de landing werd ingezet. Ook op Schiphol was het weer lang taxiën want we landden deze keer op de Polderbaan. Er was doordat ik stevig door had gelopen nog geen lange wachtrij bij de paspoortcontrole en ook mijn koffer kwam heel snel van de band.

Bij de uitgang na de douane stond rechts de lange rij met wachtende taxi-chauffeurs van Emirates al te wachten en lopend langs de rij zag ik het bordje met mijn naam erop. Het was niet druk onderweg dus na de taxirit stapte ik om half twee ons huis aan de Bankijkerweg binnen. Ik ben weer thuis!

Op weg naar huis

Hoewel vandaag dus officieel al mijn eerste vrije dag is ben ik vanmorgen toch maar gewoon naar kantoor gegaan want mijn vlucht vertrekt pas tegen half vijf en het konvooi naar de luchthaven vertrekt pas om een uur uit KAZ. Om nou de hele ochtend op mijn kamer te gaan zitten wachten is ook zo wat, dan kan ik net zo goed nog een paar uur naar kantoor gaan. De tijd schiet tenminste op en je bent nog even nuttig bezig.

Onderweg lopend zag ik dat de grote partytent waarvan gistermiddag het frame nog op de grond lag bij de fabriek nu overeind stond. Deze tent is bedoeld voor een feestje ter ere van het vijf-jarig bestaan van het bedrijf, waar ik dus niet bij kan zijn. Om eerlijk te zijn weet ik niet eens wanneer het feest precies is maar het zal wel binnen een paar dagen gaan plaatsvinden vermoed ik.

Om kwart voor elf vertrok ik van kantoor en wandelde op mijn gemak terug naar het KAZ kamp waar ik op mijn kamer de laatste hand legde aan het inpakken van mijn bagage en het opruimen van de kamer. Er was voor vertrek nog zelfs ruim de tijd voor de lunch en om kwart voor een meldde ik me bij het vertrekpunt van het konvooi waar alle bussen al klaar stonden.

De reis naar de luchthaven was zoals gewoonlijk hobbelig en eentonig, de controles voor en op de luchthaven weer veelvuldig en irritant maar eenmaal aangekomen bij de gate kon ik tot mijn verrassing meteen aanschuiven in de rij voor het boarden. Na de laatste controle moesten we nog een half uur wachten in de wachtruimte voor de gate waar ik in gesprek raakte met een Engelsman die op Cyprus woonde, hij werkte als contractor voor ons bedrijf en zijn taak was het opruimen van landmijnen.

De vlucht zelf naar Dubai verliep zoals verwacht vlot en zonder bijzonderheden. Aangekomen in Dubai was ik rap door alle controles heen doordat ik tegenwoordig gebruik kan maken van de elektronische poorten voor de paspoortcontrole. Mijn koffer ging direct door in het vliegtuig naar Amsterdam dus ik kon gelijk doorlopen naar de balie van Emirates bij de uitgang waar ik mijn hotel bevestigde en een briefje kreeg voor de taxi die me er naar toe zou brengen.

In de rij voor de balie werd ik op mijn schouder getikt door Paul, een Engelsman waar ik een paar vluchten geleden naast had gezeten en een gezellig gesprek mee had gehad. Sinds die keer komen we elkaar bij iedere heen- en terugreis tegen want hij zit op hetzelfde schema als ik. Paul is getrouwd met een Nederlandse en woont in Dronten, en het was leuk hem weer te zien. In het Le Meridien hotel, waar we op kosten van Emirates verblijven omdat we een overstaptijd hebben van meer dan zes uur, kwam ik hem weer tegen en hebben we weer even bijgepraat. Helaas had hij al een afspraak met zijn eigen werkgever om wat te gaan drinken maar we spraken af bij een volgende gelegenheid een biertje te gaan drinken.

Morgenochtend om half zes krijg ik een wake-up call want om zes uur zal een taxi me naar de luchthaven brengen. Ik hoop alleen wel dat ik deze keer beter slaap dan de vorige keer in dit hotel…

Laatste dag met verrassingen

De zevende november vandaag, en dat betekent de verjaardag van Riet. Van harte gefeliciteerd en een dikke kus.

Toen ik vanmorgen om even over half zes naar het restaurant liep voor het ontbijt was het nog donker maar helder. het was wel fris maar niet echt koud. Het was dan ook een verrassing dat toen ik twintig minuten later weer naar buiten kwam dat het helemaal mistig was, en een dichtere mist dan ik tot nu toe hier heb gezien. De mist bleef overigens niet lang hangen want toen het zonnetje wat hoger aan de hemel kwam was het snel opgelost.

De volgende verrassing kwam wat later toen ik tot de ontdekking kwam dat de meeste Irakezen, inclusief mijn beide teamleden, vandaag niet kwamen opdagen. En dat terwijl ze allebei gisteren nog nadrukkelijk “See you tomorrow!” hadden gezegd toen ze naar huis gingen. Nu is het bij alle Irakese werknemers de gewoonte om regelmatig zonder enige vorm van mededeling weg te blijven, maar omdat ze er bijna allemaal niet waren vroeg ik toch maar eens na wat er aan de hand was. Er werd me verteld dat het een religieuze feestdag was, weliswaar geen officiële vrije dag maar vrijwel iedereen gebruikte dit uiteraard als excuus voor een extra vrije dag.

De derde verrassing was toen we naar het restaurant gingen voor de lunch. Het was ons al opgevallen dat er vlak bij de grote watertanks (zie de foto van gisteren) veel bedrijvigheid was met mensen en vrachtwagens, en aangekomen bij het restaurant zagen we waarom. Er stonden in de wasruimte voor het restaurant bij alle wastafels grote pakken gebotteld water om onze handen mee te wassen want er was geen water uit de kraan. Er was een lek in de waterleiding geconstateerd en dat waren ze aan het repareren.

De rest van de dag verliep gewoon, alleen veel te traag voor mijn gevoel maar dat is normaal denk ik. Op de laatste werkdag ben je alleen bezig met het afronden van werkzaamheden en de overdracht naar je back-to-back. Het enige waar je op wacht op je laatste dag is de email met het rooster voor alle transporten voor de volgende dag, want je wilt zeker weten dat je staat ingeroosterd voor transport naar de luchthaven. De mail kwam zoals gewoonlijk om een paar minuten over half vijf en ik stond zoals verwacht vermeld bij het transport wat morgen om een uur van KAZ vertrekt naar de luchthaven.

En daarmee zit het er op, dit was de laatste dag van deze shift, morgen ga ik naar huis!

Afbouwen

Mijn op een na laatste werkdag vandaag en dus heb ik hoofdzakelijk gewerkt aan de overdracht naar mijn back-to-back Sachin. Het was nog een heel werk om alles wat ik de afgelopen vier weken hebt gedaan op papier te zetten, temeer omdat ik ook nog een verslag voor hem moest maken van het bezoek aan de twee bedrijven in Dubai in de eerste week van mijn shift. Het is al met al dus een lijvig werk geworden maar op wat bijschaven hier en daar denk ik niet dat ik er nog veel aan hoef te doen morgen.

Verder heb ik een paar opdrachten uitgewerkt voor onze twee teamleden waar ze de komende weken aan kunnen werken. Ze leken enthousiast genoeg maar ik moet nog zien wat ik over vier weken aantref als ik weer terugkom. Daarnaast heb ik ook even kennis kunnen maken met onze nieuwe grote baas die vandaag eindelijk is gearriveerd. Hij is al ruim twee maanden onze baas maar hij verbleef tot nu toe in Dubai omdat de afhandeling van zijn visum en ander papierwerk meer tijd kostte dan verwacht. Het is overigens een Egyptenaar, en hij is bekend met Irak want hij heeft op het andere, kort geleden verkochte, Shell project gewerkt.

Vandaag en morgen wordt er door mij hier niet meer gesport want ik heb alle was nu schoon in de kast liggen en ik ga zo min mogelijk kleren nog vuil maken. In feite trek ik tot aan mijn vertrek alleen nog kleren aan die ik toch al van plan was om mee naar huis te nemen zodat wat nog vuil wordt meegaat in de koffer. Het lijkt me dat ik de afgelopen wel genoeg heb gesport om mezelf een paar dagjes rust te gunnen.

Vanmiddag heb ik ingecheckt voor mijn vluchten en mijn Boarding Passen zijn uitgeprint. Dat moet hier nog want ze zijn op Basrah Airport nog niet zo geavanceerd dat ze electronische Boarding Passen kunnen verwerken. Ook ben ik alvast begonnen met het apart leggen van dingen die ik mee wil nemen, maar het pakken van de koffer doe ik morgenavond wel want zoveel is het niet. Toch gaat er meer mee dan anders want de meeste zomerkleren liggen nu hier en ik heb toch het een en ander nodig voor onze komende vakantie naar Curaçao en Bonaire.

Nog even een plaatje van de voorkant van het KAZ kamp, genomen op de weg terug van kantoor vanavond. Die twee grote tanks zijn van de watervoorziening van het kamp, rechts zie je de wachttoren die naast de ingang staat:

Tijdelijke weersverbetering?

Vanmorgen was het nog steeds zwaar bewolkt maar het was tenminste droog nadat er vannacht veel regen is gevallen. En mooi luchten leverde het ook wel op toen ik naar kantoor wandelde:

Het werd in de loop van de dag een stuk beter en rond het middaguur was het ondanks een stevige wind na best aangenaam. De vraag was of het zo zou blijven want het weerbericht gaf aan dat dit een tijdelijke opleving was.

De regen van gisteren was nauwkeurig voorspeld en ook de voorspelling voor vandaag leeg te kloppen, want aan het eind van de middag zagen we prachtig mooie wolkenluchten met in de verte een ware lichtshow van bliksemflitsen.

Het was ver weg, we hoorden geen enkele onweersklap, maar het vulde vrijwel de hele noordelijke hemel gedurende een groot deel van de avond.

De verspelde regen zal dus ook vanavond en vannacht wel komen en het wordt afwachten wat het morgen voor weer zal zijn want er is voor de hele dag regen voorspeld. We zullen het morgen wel zien…

Hollands weer!

Klaagde ik gisteren nog dat er geen water was, vandaag hebben we meer dan genoeg gehad want het heeft van de vroege middag tot laat in de avond gegoten van de regen. En er stond ook nog een stevige tamelijk koude wind, dus het leek wel alsof ik een voorproefje kreeg voor als ik weer thuis ben in Nederland.

En de dag begon nog wel zo mooi, met heerlijk zacht weer tijdens de ochtendwandeling waarbij ik me zelfs onderweg afvroeg waarom ik eigenlijk mijn vest had aangedaan. Ook tussen de middag leek er nog niks aan de hand al was het toen zonder vest toch wel wat aan de frisse kant, een teken dat het al koeler begon te worden en de lucht was ook al aan het betrekken. Terug wandelend naar kantoor na de lunch voelde ik al spetters onderweg, en ik zette zelfs nog een tandje bij om een eventuele bui voor te zijn. 

Dat lukte, maar om vier uur barstte het pas goed los. Het was toen al aardedonker buiten en de regen viel bij vlagen met bakken naar beneden. Ook toen het tijd was om terug te gaan naar het kamp goot het nog en de optie om zoals gewoonlijk terug te gaan lopen kwam niet eens meer ter sprake. Samen met een paar collega’s sprinten we tegen kwart voor zes naar het gebouw verderop vanwaar de bus altijd vertrekt, want hoewel er vlakbij ons gebouw ook wordt gestopt kun je daar nergens schuilen.

Zoals verwacht stond de bus bij het beginpunt al te wachten en we hadden nog net allemaal plaats, want uiteraard was de bus nu veel voller dan normaal. Zo vol zelfs dat er bij vertrek nog maar een enkele plaats onbezet was. Er waren onderweg nog drie haltes maar de vele mensen die allemaal vandaag de bus wilden nemen moesten dus al dan niet in de regen wachten op de volgende bus.

Heb je dan helemaal geen regenkleding meegenomen naar Irak, want je wist toch dat het er ook kon regenen? Jawel, ik heb voor noodgevallen en regen-poncho die makkelijk op te vouwen en mee te nemen is, maar ja, die lag dus in de kast in mijn kamer…

Geen water

Wat het probleem ook was wat de aanwezigheid van het huishoudelijk personeel verhinderde, het is blijkbaar gisteren opgelost want toen ik na het werk op mijn kamer kwam zag ik dat er was schoongemaakt.

Op kantoor hadden we gisteren een ander probleem, ons gebouw had geen water. Voor het drinkwater maakt dat niks uit want dat krijgen we aangeleverd in flesjes, maar het is toch wel lekker als je naar de wc kunt gaan en die vervolgens kunt doortrekken. We moesten ons dus gedurende de gehele dag behelpen, en vanmorgen was dat probleem nog niet opgelost. Gelukkig was de Irakese conciërge vandaag wel aanwezig, in tegenstelling tot gisteren, en die heeft waarschijnlijk actie ondernomen want in de loop van de ochtend was er opeens weer water.

Verder was het een rustig laatste weekend van deze shift, op een kleine verkoudheid na waar ik al een paar dagen last van heb. De afgelopen twee dagen had ik ook nog keelpijn maar die was vanmorgen zo goed als verdwenen. Normaal gesproken volgt er dan bij mij altijd een fikse loopneus maar dat valt tot nu toe nog alles mee.

Het was vandaag een behoorlijk bewolkte dag, we hebben eigenlijk nauwelijks zon gezien al was de temperatuur heel aangenaam. Gisteren was het een wolkeloze dag met een mooie ochtend, en daar heb ik de onderstaande foto van gemaakt. De foto is genomen op de stoep van het restaurant, je ziet het centrale plein van het kamp met de wachtende bus van kwart voor zes bij de bushalte. Rechts zie je barakken met kamers (niet die waar mijn kamer is), en links zie je een paar containers waarvan de twee linkse gebruikt worden voor opslag en in de meest rechtse is het kampwinkeltje met achterin het hoekje voor de kapper.

Geen huishoudelijke diensten

Vorige week donderdag vonden we ’s avonds flyers op de tafels in het restaurant waarin stond vermeld dat er vrijdag en zaterdag geen huishoudelijke diensten zouden worden verricht. Dat houdt in dat onze kamers niet worden schoongemaakt, de bedden niet opgemaakt of verschoond en de prullenbakken niet geleegd.

Nou gebeurd dat wel vaker op feestdagen waarop iedereen een vrije dag heeft, dus op zich was het niet zo vreemd dat dit gebeurde. Wel vreemd was het moment waarop want de dichtstbijzijnde feestdag was Arba’een en dat was pas afgelopen dinsdag. Nog vreemder werd het toen we op vrijdag weer een flyer vonden met de mededeling dat er ook op zondag geen huishoudelijke diensten zouden zijn maar dat er nog steeds met geen woord over dinsdag (de nationale feestdag) werd gerept. 

Het betekende dat we iedere dag zelf ons bed moesten opmaken, maar het belangrijkste was dat de voedsel-voorziening gewoon doorging; met de rest kunnen we wel leven. Maar ook op maandag en dinsdag vonden we onze kamers ’s avonds precies zoals we ze ’s morgens hadden achtergelaten, dus nog steeds geen huishoudelijke diensten. En ook op woensdag gebeurde er niks, behalve dat we ’s avonds in het restaurant alweer een flyer vonden, deze keer met de mededeling dat er ook op donderdag en vrijdag (vandaag dus) geen huishoudelijk werk zou worden verricht.

Je eigen bed opmaken is niet echt een probleem maar schone lakens zouden zo langzamerhand wel eens fijn zijn, om nog maar te zwijgen van de overvolle prullenbakken. En we weten niet wat er nu precies aan de hand is, al hebben we wel een idee. Er is geen sprake van een staking of zo, we denken dat het iets te maken heeft met de Oil Field Passen van de huishoudelijke medewerkers.

Iedereen die werkzaam is op een van de olievelden, dat geldt ook lokale Irakezen, moet in het bezit zijn van een door het Ministerie van Energie uitgegeven Oil Field Pass (OFP), een document wat je toegang verleent tot die olievelden. Zonder dat document, wat om de paar maanden vernieuwd moet worden, heb je dus ook geen toegang tot het BGC fabrieksterrein en we vermoeden dat daar de kneep zit.

Het schijnt dat de uitgave van die OFP’s vertraging heeft opgelopen, want ook een paar van onze collega’s die hier al hadden moeten zijn zitten thuis te wachten tot ze bericht krijgen dat hun nieuwe OFP’s klaarliggen. Het is dus heel waarschijnlijk dat dat ook het geval is voor onze huishoudelijke medewerkers, en het zou verklaren waarom de hervatting van hun werk telkens een paar dagen opschuift zonder dat er daadwerkelijk aangegeven wordt wanneer het wordt hervat.

We moeten dus, zoals een voormalige Shell-collega dat zo mooi zei, onze ziel in lijdzaamheid bezitten…

Vest aan

De laatste week van deze shift is vandaag ingegaan, volgende week om deze tijd is mijn eerste vrije dag en ook mijn vertrekdag. De eerste drie weken zijn omgevlogen maar ik maak me nu op voor de laatste dagen die gevoelsmatig altijd veel langzamer gaan. Komt natuurlijk omdat de knop al een beetje om is nu de thuisreis steeds dichterbij komt.

Het begon vandaag overigens niet echt geweldig want ik heb volgens mij een fikse verkoudheid onder de leden. Of liever gezegd, ik denk dat die eraan zit te komen want ik werd vannacht wakker met een verstopte neus (gelukkig had ik neusspray meegenomen en wist ik ook nog waar ik het had gelaten) en vanmorgen had ik een stevige keelpijn. Heb ik in ieder geval die doos Trachitol ook niet voor niks meegenomen.

Misschien komt het wel door het veranderende weer want het is ’s morgens behoorlijk koud, het was maar veertien graden gistermorgen en vanmorgen. Eergisteren ben ik nog aan mijn overhemd naar kantoor gelopen maar het was eigenlijk al te koud daarvoor, en ik denk dat ik daaraan die verkoudheid heb te danken. Eigenwijs weer natuurlijk om zo te blijven lopen, maar sinds gisteren heb ik ’s morgens een vest aan tijdens de wandeling naar kantoor.

De weeromslag komt omdat het hier winter aan het worden is. Dat houdt in dat de temperatuur flink daalt als het zonnetje onder is en de komende weken zal de temperatuur ’s nachts dalen tot mogelijk zelfs maar net boven het vriespunt.

En ook ’s avonds als de zon onder is koelt het in rap tempo af, en dat merken we als we tegen zessen naar huis lopen want het is op dit moment om half zes al donker. Overdag is het nu bijzonder aangenaam want het is niet meer verzengend heet, de middagtemperatuur ligt comfortabel tussen de vijfentwintig en de dertig graden en dat voelt aan als hoogzomer in Nederland. Gewoon erg mooi weer dus en vandaar dat we nu ook tussen de middag wandelen naar het kamp voor de lunch en niet meer de bus nemen.

Oh ja, en het tweede deel van onze nieuwe sportzaal, het gedeelte met de cardio-apparaten, is gisteren officieel geopend. Ik heb voordat ik aan mijn kracht-training begon even naar binnen gekeken en zag tot mijn genoegen allemaal nieuwe apparaten. Toch was er nog wel wat op aan te merken ook want de loopbanden waren allemaal met de kop naar de muur geplaatst. Ik weet niet welke malloot dat heeft verzonnen maar het lijkt me nou niet echt gezellig om tijdens het hardlopen tegen een vlakke grijze muur aan te moeten kijken. Vanavond ga ik voor mijn hardloopsessie dus mooi even kijken of de oude cardio-zaal nog open is…

Snoepdag

Ik probeer hier zo gezond mogelijk te eten en dat is al een hele uitdaging als je bij iedere maaltijd het aanbod ziet in het restaurant. Toch lukt het me vrij aardig, rijst in plaats van aardappelen, veel groente en fruit en weinig vlees, en als ik vlees eet hoofdzakelijk kip en af en toe vis. En tussendoor wordt er absoluut niet gesnoept en gesnackt, simpelweg omdat er niks voorhanden is.

Vandaag ging dat toch helemaal mis, en het begon al vroeg in de ochtend op kantoor. Mijn Irakese baas Haider had het tijdens ons tripje naar Dubai voortdurend over het feit dat hij falafel miste want dat at hij iedere dag bij het ontbijt. En jawel, vanmorgen kwam hij binnen met een schaaltje falafel en uiteraard moest ik het proberen. Het zag er aan de buitenkant een beetje uit als een Hollands borrelhapje, maar de binnenkant was heel anders en ik moet toegeven dat het heerlijk smaakte. Wel een gefrituurd hapje, dus niet erg gezond.

Nog geen uur later kwam er een andere Irakese collega binnen met een schaal vol zoetigheid en uiteraard moest ik ook deze Irakese specialiteit (ik ben de naam alweer kwijt) proberen. Ik pakte het aan met de bedoeling het weg te moffelen zo gauw hij weg was maar ik kon het niet weerstaan om toch een klein hapje te proberen. Het was zoet, niet te geloven, maar echt ongelofelijk lekker. Zo lekker dat ik twee minuten later de pest in had dat het al op was.

s’ Middags ging het feest weer door, mijn collega Safaa deelde een soort frou-frou’tjes uit en ook daarvan moest ik er beslist twee nemen. De lunch was al weer een tijdje geleden (daarbij heb ik me wel weer ingehouden) dus vooruit maar. Het geheel werd vanavond in stijl besloten met een dikke hamburger met patat, want het is woensdag en dat is hier geen gehaktdag maar hamburger-dag.

Ik ben nog wel naar de sportzaal geweest, maar of dat genoeg heeft gecompenseerd…

“Single Digits”

Vandaag is het de herdenking van Arba’een en dat wordt met name in de Sjiitische gemeenschap groots gevierd. Het is dan ook een nationale feestdag en heeft iedereen een vrije dag, behalve natuurlijk wij rotators want wij hebben geen vrije dagen. Het was op kantoor dan ook extreem rustig, want zelfs de huishoudelijke staf die er in de weekenden nog wel is was er vandaag niet. Op de foto zie je de uitgestorven hal van ons gebouw, ik zit in het kantoor achter de eerste deur links:

Verder is het voor mij een bijzondere dag want vanaf vandaag mag ik gaan aftellen tot mijn vertrekdag volgende week donderdag. Er is namelijk een onofficiële kampregel dat je pas mag gaan aftellen als je in de “single digits” (enkele cijfers) zit. Dat houdt dus in dat je pas mag gaan aftellen als je nog minder dan tien dagen te gaan hebt en omdat volgende week woensdag mijn laatste werkdag is van deze shift mag ik vanaf vandaag gaan aftellen.

Eigenlijk is dit de tweede mijlpaal want als je over de helft bent dan wordt je al van alle kanten gefeliciteerd want je bent “over the hill”. Vandaar af gaat het alleen nog maar bergafwaarts en dat is in dit verband positief. Niet dat iedereen er de hele dag mee bezig is, maar in vrijwel ieder gesprek komt wel ter sprake hoe lang je nog te gaan hebt en degenen die in “single digits” zitten laten nooit na dat iedereen luid en duidelijk in te wrijven…

Tenslotte was er aan het thuisfront ook nog een mijlpaal want onze jongste zoon is vandaag dertig jaar geworden. Riet en ik moeten er allebei toch wel even aan wennen dat onze jongste nu dus ook een dertiger is. In ieder geval vanuit Irak ook van harte gefeliciteerd, Martin!

Rustige kantoordag

Het was ondanks dat het een gewone werkdag was buitengewoon rustig op kantoor en dat heeft alles te maken met de heilige dag Arba’een die morgen wordt gevierd. Heel veel Iraakse collega’s hebben vandaag alvast een voorproefje genomen op de nationale feestdag van morgen, en sommige deden dat gisteren ook al hoewel dat er veel minder waren dan we hadden verwacht.

De verwachting was eigenlijk dat de Irakezen vrijwel de hele week niet op kantoor zouden verschijnen en eerlijk gezegd hadden we daar ook wel een beetje naar uitgekeken. Het is dan namelijk lekker rustig op kantoor en net als in het weekend kun je dan een heleboel werk wat doordeweeks om een of andere reden blijft liggen wat makkelijker wegwerken.

Het viel in dat opzicht een beetje tegen toen bleek dat de meerderheid van de Irakezen toch gewoon gisteren was op komen draven, maar goed, op zich is het wel weer gezelliger natuurlijk. En vandaag waren de meesten er dus zoals verwacht niet, mogelijk omdat ze ook naar de herdenkingsplechtigheid in Karbala gaan. Dat wordt dan wel een flinke rit want er is me verteld dat het ruim vijf uur rijden naar het noorden is. Ze hebben er in ieder geval mooi weer bij want het zonnetje is weer gewoon terug.

Mist…

En alweer een flinke hoeveelheid regen vannacht en alweer merkte ik dat vanmorgen pas toen ik naar het restaurant liep. De lucht was behoorlijk grijs en als ik in Nederland zo’n lucht zie neem ik regenkleding of een paraplu mee, maar omdat het op zich droog was dacht ik het kantoor wel te halen zonder een nat pak te krijgen. Dat lukte inderdaad, maar veel speling had ik niet want ik was pas een paar minuten binnen toen het begon te plenzen.

Lang duurde de bui niet maar de lucht bleef grijs, en toen we rond half twaalf op weg wilden gaan voor de lunch zagen we tot onze verbazing dat het mistig was. En dat niet alleen, er stond ook een straffe wind die er in combinatie met al dat vocht in de lucht voor zorgde dat het in een overhemd gewoon ronduit koud was.

Desondanks wandelden we naar het restaurant in het kamp en ook weer terug na de lunch. Weer kwam ik droog over maar mijn maat Ian, die wat later was gevolgd, regende zeiknat. Het klaarde de rest van de dag ook niet echt meer op en de koude wind in de avond deed me besloten om de voorgenomen baantjes in het zwembad maar voor gezien te houden.

Veel tijd om te zwemmen had ik waarschijnlijk toch niet gehad want ik had nog een akkefietje toen we van het kantoor vertrokken. Omdat ik ’s morgens altijd een van de eersten ben heb ik een sleutel van het gebouw en ik ben ook meestal degene die ’s avonds afsluit.  Vanavond lukte het afsluiten niet want de sleutel wilde niet in het slot.

Dat slot gaat al weken erg stroef en ik had al vaak opgemerkt dat een druppeltje olie geen kwaad zou kunnen, maar het was nu dus al te laat. Ik kon niet afsluiten en moest dat uiteraard melden, maar de vraag was bij wie. Na een paar keer te zijn doorverwezen en in het kamp van gebouw naar gebouw te zijn gestuurd vond ik uiteindelijk iemand die zo vriendelijk om de Beveiliging te bellen. Die beloofden extra te patrouilleren want aan dat slot kon vanavond niks meer worden gedaan.

Morgen moet ik dit dus nog even melden bij onze eigen Iraakse beheerder van het gebouw. Als die er is tenminste want vanwege de viering van Arba’een zou het wel eens erg rustig op kantoor kunnen worden de komende dagen…

Nog meer nattigheid

Het heeft vannacht alweer fiks geregend, en hoewel dat blijkbaar een behoorlijke herrie maakt op het dak ben ik overal weer gewoon doorheen geslapen. Ik merkte het dus vanochtend pas toen ik de natte paden en de grote plassen zag. Het was op dat moment ook nog bewolkt maar toen ik onderweg was naar het kantoor brak de lucht helemaal open en dat leverde deze plaatjes op:

Voor vanavond had ik weer een hardloopsessie gepland en daarvoor ging ik dus meteen na het werk naar de portocabin die nu nog dient als onze cardio-fitness. Er was helemaal niemand toen ik binnenkwam dus ik haalde een fles water en een handdoekje, koos een loopband en begon mijn run.

Na een minuut of acht begon het zweet al over mijn hoofd te lopen en toen pas realiseerde ik me dat alle airco’s uit stonden. Ik had voordat ik begon wel de tv aan de wand aangezet maar niet de airco’s, en de temperatuur in de cabin was dan ook aardig tropisch aan het worden. Nu had ik twee opties, ik kon even stoppen met hardlopen en zelf de airco’s aanzetten of wachten tot er nog iemand binnenkwam die het zou doen.

Ik koos voor de laatste optie want normaal gesproken komen er rond die tijd altijd wel een paar mensen voor hun work-out. Maar vanavond, wat denk je, de hele dertig minuten geen mens, dus hoewel het de hele dag niet heeft geregend was ik uiteindelijk toch nog zeiknat…

En het zijn al barre tijden hier de laatste dagen. Eergisteren deed de ijsmachine het niet in het restaurant, en toen ik in plaats daarvan een koekje wou nemen waren de koekjes op. En gisteravond waren de koekjes alweer op, het moet toch niet gekker worden…

Over de helft

Over de dag van gisteren valt niet zoveel te vertellen, behalve dat het de laatste werkdag was van mijn tweede week van deze shift. En dat betekent dat ik vandaag over de helft ben, het gaat nu weer “downhill” zoals we het hier in het kamp noemen, oftewel bergafwaarts. Ik zou de dagen al weer kunnen gaan aftellen dat is verboden: we hebben een kampregel die zegt dat je pas mag gaan aftellen als je in de “single digits” zit, dus minder dan tien dagen te gaan.

Onzin natuurlijk, want iedereen is altijd aan het aftellen. Nieuwkomers worden meewarig aangekeken want die hebben de lange weg nog helemaal voor zich, terwijl naar de vertrekkers afgunstig wordt gekeken. Die zijn trouwens altijd makkelijk te herkennen want als het resterende aantal dagen ter sprake komt (en het komt in vrijwel ieder gesprek wel een keer ter sprake) dan krijgen ze een vette grijns op hun gezicht.

Ach, iedereen gunt iedereen zijn welverdiende verlof want we komen toch allemaal weer aan de beurt. En vertrekkende collega’s vormen ook voor de achterblijvers een soort van mijlpaal want we meten eraan af hoe lang we zelf nog hebben te gaan. Zo weet ik dat als mijn collega’s Steve en Aziz vertrekken dat ik op de helft ben en daar wordt je vanzelf weer vrolijker van.

Niet dat het er sowieso sacherijnig aan toe gaat hier, we hebben lol zat onder het werk en onder het eten. Er worden bijvoorbeeld al weer grappen gemaakt over het volgende vertrek van mijn collega Ian en mijzelf, want de afgelopen twee keer dat wij hier vertrokken waren precies die periodes met hevige onlusten. En verder gaat de tijd toch al snel genoeg, met name de eerste drie weken vliegen iedere keer om. Het zijn de laatste paar dagen die niet op schijnen te schieten maar dat is logisch want dan ben je al bezig met naar huis gaan en dat kan na bijna vier weken in de woestijn dan toch niet snel genoeg gebeuren.

Maar goed, de laatste twee weken van mijn huidige shift zijn dus vandaag ingegaan…

Nieuwe fitnessruimte

Afgelopen zondag is onze nieuwe fitnessruimte geopend, en vanavond ben ik er voor het eerst geweest. Ik heb wel zondagavond even snel naar binnen gekeken maar omdat de loopbanden er nog niet stonden moest ik voor mijn hardloop-training nog even uitwijken naar een van de oude fitnessruimtes.

We hadden namelijk al twee fitnessruimtes. De eerste, met hoofdzakelijk apparatuur voor krachtsport, was in een klein zaaltje in hetzelfde gebouw als de recreatiezaal. Er komt een apart recreatiegebouw en de nieuwe fitnessruimte zit nu in de (omgebouwde) oude recreatiezaal. We hadden in het naast het KAZ-kamp gelegen ABB-kamp (een kamp wat bestaat uit wooncontainers) ook nog een fitnessruimte, met alleen cardio-apparatuur en daar moest ik dus naar toe als ik ging hardlopen. 

Het is de bedoeling dat de ouwe fitnessruimte wordt opgeknapt en dat daar dan alle cardio-apparatuur naartoe wordt verplaatst. Dat is natuurlijk een stuk makkelijker want dan zit alle fitness in één gebouw, en omdat het zwembad, de tennisbaan en het voetbalveldje daarachter liggen zitten alle sportfaciliteiten dan mooi bij elkaar. Het enige wat ik jammer vind is dat er in de nieuwe fitnessruimte weinig nieuwe apparaten zijn bijgekomen, maar goed, we hebben nu wel veel meer ruimte. We zijn er de laatste tijd dus flink op vooruitgegaan met al die nieuwe sportfaciliteiten.

Vanmorgen bleek ook nog eens dat de temperatuur weer een stuk aangenamer was in de ochtend dan gisteren. Het leverde dit plaatje op:

Fikse bui

Ergens vannacht werd ik half en half wakker toen ik geluiden hoorde alsof er een hevige regenbui viel, maar met het idee dat het de airco wel zou zijn die was aangeslagen viel ik meteen weer in slaap. Maar toen ik vanmorgen naar het restaurant liep voor het ontbijt zag ik meteen dat het wel degelijk een regenbui was geweest, en aan de omvang van de plassen te zien nog een flinke ook.

Het was de afgelopen dagen al erg vochtig want de wind zit weer in de zuid-hoek, en dat betekent dat vochtige lucht wordt aangevoerd van de Perzische Golf. Dat zorgt voor een klam gevoel overdag maar ook voor koelte in de ochtend en avond. Vanmorgen voelde het zelfs mede dankzij de stevige wind zelfs behoorlijk fris aan, het kon nog net met een overhemd met korte mouwen maar dan ook maar net.

Volgens onze Irakese collega’s houden we dit weer nog wel een weekje of wat, maar het levert wel aardige plaatsjes op. Op de eerste foto ben ik onderweg naar het restaurant als ik langs het fitness-gebouw kom (erachter zie je de “kooi” met ons splinternieuwe voetbalveldje) en de tweede is gemaakt bij aankomst vanmorgen bij het kantoorgebouw:

Veiligheidsvest

In de morgen als ik opsta om kwart over vijf dan komt net zo’n beetje de zon op dus ik wandel nog steeds met daglicht naar kantoor. Terug in de avond is een ander verhaal want op dit moment gaat de zon al om half zes onder en dat betekent dat als we ’s avonds terug wandelen naar het kamp dat we dat in het donker moeten doen.

Er staan weliswaar overal straatlantaarns maar de lange weg langs de fabriek is toch behoorlijk donker en dat kan voor wandelaars problemen opleveren met achteropkomend werkverkeer. Nu is de maximum snelheid maar 20 kilometer per uur (en daar houdt iedereen zich ook strikt aan) maar toch kan een ongeluk in een klein hoekje zitten en er is dan ook gevraagd om te proberen zo zichtbaar mogelijk te zijn.

Sommige doen dat met de verlichting van hun mobieltje, anderen hebben een fietslicht aan hun rugzak geklemd (wat geen gek idee is want daar hebben we er thuis nog een paar van liggen) maar iemand hier in het gebouw had een nog beter idee. Op de lijst van bedrijfskleding die we kunnen aanvragen staan van die geel/groene veiligheidsvesten met van die oplichtende strepen en hij heeft een exemplaar besteld voor iedereen die gewoonlijk vanuit ons gebouw ’s avonds naar het kamp wandelt .

Vandaag werden ze afgeleverd en we kunnen dus vanaf vanavond veilig op pad.

Arba’een

Ik zou even uitzoeken hoe het nou zit met al die Iraniërs in het vliegtuig gisteren en ik heb het gevonden. Ieder jaar wordt Arba’een gevierd, een Sjiitische gedenkdag. Deze dag, die dit jaar op 30 oktober valt, wordt gevierd veertig dagen na Asjoera wat de dag is dat het martelaarschap van Hussein wordt herdacht.

Arba’een is met name in Iran een belangrijke feestdag, maar de link met Irak is de stad Karbala. Daar werd in het jaar 680 Hussein, de kleinzoon van Mohammed, samen met zijn gezelschap wat hoofdzakelijk bestond uit vrouwen en kinderen en slechts een paar soldaten, vermoord door troepen van de heersende kalief die Hussein als een bedreiging voor zijn positie zag. Er is ieder jaar een pelgrimstocht naar Karbala die een belangrijk onderdeel uitmaakt van de Sjiitische geloofsbelijdenis. Op de vlakte bij de stad verzamelen zich ieder jaar tussen de tien en twintig miljoen mensen voor de herdenking, waarmee het een van de grootste bijeenkomsten ter wereld is. Veel pelgrims maken de tocht naar Karbala te voet.

Het grootste deel van de pelgrims uit het buitenland komt uit Iran. Dat verklaart dus de aanwezigheid van die groep in het vliegtuig gisteren. Een ander aspect van de periode tussen Asjoera en Arba’een is de aanwezigheid van zwarte vlaggen, al zie je ook wel groene en rode. De zwarte vlaggen hebben meestal een tekst, de rode en groene hebben vaak een afbeelding van (denk ik) Hussein. En je ziet die vlaggen letterlijk overal, zelfs bij ons in het kamp:

Merkwaardige terugvlucht

Het was uitslapen vanochtend want we zouden pas om een uur of elf per taxi richting de luchthaven vertrekken, onze vlucht zou om vijf voor twee vertrekken. We waren ruim op tijd op de luchthaven, er was nog ruim tijd voor wat shopping voordat we aan board gingen. Drie kwartier voor vertrek meldden we ons bij de gate waar we meteen konden doorlopen en zo zaten we meer dan een half uur voor vertrek al in het vliegtuig.

Wat meteen opviel was dat het vliegtuig veel voller zat dan anders, met een groot aantal vrouwen in chador (zwarte tenten die allen het gezicht vrijlaten) en traditioneel geklede mannen (waarvan de meeste met een behoorlijk overgewicht). Die groep passagiers was ook blijkbaar niet gewend aan vliegen want er werd flink van stoelen gewisseld en de stewardessen moesten voor de start veelvuldig manen de gordel om te doen en de rugleuning van de stoel rechtop te zetten. Achter me zaten trouwens twee van die traditionele heren die de gordel niet eens dicht konden maken, er moest een verlengstuk worden gehaald…

Tot zover nog niks aan de hand, maar toen het vliegtuig afgeduwd werd begon er een van die rare passagiers opeens luidkeels te roepen. Het werd overgenomen door een groot deel van die groep, en het was blijkbaar een soort van gebed want het eindigde met “Allah Akbar!”. Ik denk dat dit op veel westerse en zeker alle Amerikaanse luchthavens voldoende was geweest om het vliegtuig meteen terug te rijden naar de gate maar de bemanning had dit blijkbaar al meer meegemaakt en reageerde niet.

Het toestel taxiede naar de startbaan en op het moment van opstijgen begon dit ritueel opnieuw: een luide langgerekte kreet schalde door de cabine en weer antwoordde de groep met een paar luidkeels geroepen zinnen. Tijdens de vlucht was het verder rustig maar het toestel raakte nog niet de grond of daar begon het hele circus voor de derde keer. Nou ja, hier moet ik eigenlijk niks van zeggen want bij een Nederlandse vakantievlucht zou het gros na de landing gaan zitten applaudisseren en waarschijnlijk is dit hetzelfde…

Nog voordat het toestel helemaal stilstond was het dringen in het gangpad om eruit te komen. Gelukkig voor ons ging de groep niet met de rest door de paspoortcontrole, ze verdwenen allemaal in de naastgelegen ruimte voor het ophalen van een visum. Ik denk daarom dat het Iraanse bedevaartgangers zijn die op weg zijn naar de Iraakse stad Karbala. Daar is binnenkort iets groots aan de hand, ik ga dat eens uitzoeken en dan schrijf ik er wel wat meer over.

Uiteindelijk hadden we toch nog oponthoud door de groep want er waren twee collega’s die een nieuw visum moesten ophalen en die zaten dus in dezelfde ruimte als die groep. Ik was daarom vanmiddag net als vorige week pas even voor vijven weer terug in het KAZ-kamp na een rit van meer dan een uur door het troosteloze landschap…

Avondje stappen in Dubai

Vandaag hadden we een makkie, we hoefden pas om een uur of negen in het Arenco gebouw te zijn waar de firma Wood is gevestigd. Ik was vorige maand nog in dat gebouw en ik wist dus dat het maar een kwartiertje rijden met de taxi was vanaf ons hotel. De besprekingen die we hadden verliepen ook wat makkelijker dan die van gisteren en uiteindelijk waren we om vier uur al weer terug in het hotel. 

We hadden afgesproken dat onze collega Salim ons om half zes op zou halen om naar de Dubai Mall te gaan maar om mij niet helemaal duidelijke redenen (de discussie tussen mijn drie reisgenoten ging in het Arabisch) veranderde het eerste reisdoel in de Mercator Mall. Het bleek een klein maar erg gezellig winkelcentrum te zijn waar de mannen de meeste tijd doorbrachten met het doen van inkopen bij (je gelooft het niet) H&M, cadeautjes voor vrouwen en moeders…

De foto hiernaast is wel klein maar wordt groter weergegeven als erop klikt.

Daarna gingen we weer niet naar de Dubai Mall maar in plaats daarvan naar de Mall of the Emirates, veel groter dan de Mercator Mall maar wel kleiner dan de Dubai Mall die in vrijwel alles de overtreffende trap is. Na nog wat winkelen (overhemden, snoep voor het thuisfront) namen we in de Mall een kijkje bij de skipiste met echte sneeuw en ski-liften. Ongelofelijk, sneeuw en mensen met winterjassen, terwijl het buiten zesendertig graden is…

We besloten ook wat te eten in de Mall of the Emirates en dat werd deze keer Libanees, wat vast niks te maken heeft met het feit dat onze “gids” Saleem zelf Libanees is. Ik moet zeggen, de Shawarma-wrap (met rundvlees) die ik had was een van de lekkerste wraps die ik ooit heb gegeten. Onthouden dus als je in Dubai bent: “Zataar w Zeit”.

De bedoeling was volgens mij om daarna naar het hotel terug te rijden want het was ondertussen al over tienen, maar onderweg veranderde weer het reisdoel: we gingen alsnog naar de Dubai Mall. Daar kwamen we twintig minuten te laat aan omdat Saleem een verkeerde afslag nam en we op de snelweg de stad uit terecht kwamen, maar we waren nog net op tijd bij de beroemde fontein onderaan de Burj Khalifa voor de voorstelling van half elf.

Na wat te hebben rondgewandeld keken we ook nog naar de voorstelling van elf uur, maar toen had ik het wel zo’n beetje gehad. Mijn beide Irakese collega’s nog niet, die wilden nog verder, maar ik nam een taxi terug naar het hotel.

Wat je noemt een geslaagde avond!