Terug naar Pernis

Voor de meeste trainingen die ik heb gegeven het afgelopen jaar moest ik op reis, en binnenkort ga ik weer een training geven waarvoor dat ook weer het geval is maar dit keer kan ik het met de auto af. De volgende training gaat namelijk plaatsvinden in het hoofdkantoor van het Shell-complex in Pernis. Voor mij een leuk weerzien want ik kom daar al regelmatig vanaf het moment dat ik voor Shell ging werken, maar ik ben er nu al minstens zeven jaar niet meer geweest.

Toen ik er in de jaren negentig regelmatig kwam was dat altijd omdat er in Pernis aan grote IT-projecten werd gewerkt. Dat was in de tijd dat er nog heel veel programmeurs rondliepen, al dan niet ingehuurd, die de benodigde software applicaties voor de fabrieken zelf schreven. Dat soort software was toen niet ergens te koop, en in dat opzicht is er dus heel veel veranderd. Die grote IT-groepen zijn dus helemaal verdwenen uit Pernis, maar dat is ook niet de doelgroep voor de training.

De training is bedoeld voor mensen die meer willen weten over mijn vakrichting, het beheer van de grote hoeveelheden technische informatie die gepaard gaat met grote projecten en bestaande installaties. En daarvan hebben ze er is Pernis nog genoeg, vandaar ook dat deze cursus is verplaatst van de oorspronkelijk geplande locatie in Den Haag naar Pernis zelf.

En eigenlijk had deze cursus al in april gegeven moeten worden maar moest toen worden afgelast vanwege de meest idiote reden die ik tot nu toe heb gehoord voor zo’n uitstel: er kon geen ruimte geregeld worden om deze cursus te geven in de geplande week. In Den Haag niet, in Pernis niet, en zelfs in omliggende hotels niet…

Weer naar Oman

De afgelopen maanden ben ik behoorlijk wat op pad geweest voor mijn werk, en daarbij heb ik een aantal plekken mogen bezoeken waar ik nog nooit van mijn leven was geweest. Nou zijn er natuurlijk wel heel veel van die plekken maar bijvoorbeeld Trinidad & Tobago is een land wat ik hoogstwaarschijnlijk anders nooit bezocht zou hebben. Calgary daarentegen stond al lang op mijn lijstje want daar woont mijn ouwe maat Stijn en dat bezoek was dus voor mij helemaal bijzonder.

De laatste weken heb ik me gedeisd gehouden voor wat betreft de zakenreizen, ondanks dat er bij thuiskomst uit Canada al meteen weer een verzoek lag voor een volgend bezoek aan Oman. Dat heb ik bewust een beetje afgehouden, maar na wat gesprekken met deze en gene de afgelopen week is er toch weer een volgend bezoek geregeld, mijn derde bezoek aan Oman dit jaar. Deze maand wordt het niks, dus het bezoek is gepland voor september, maar de voorbereidingen zijn inmiddels al begonnen.

Het is altijd een heel gedoe, die voorbereidingen voor een weekje Oman. Allereerst is er toestemming nodig van de grote baas in Oman, en daarna van mijn eigen grote baas hier in Den Haag. Die laatste moet vooraf al onze zakenreizen goedkeuren, maar meestal is dat een formaliteit als hij heeft gehoord dat het bedrijf wat je gaat bezoeken alle kosten op zich neemt. En voor ieder bezoek aan Oman moet er een visum worden geregeld.

De gang van zaken rond de visumaanvraag is anders dan voor de meeste andere visa, want normaal gesproken vragen we ieder visum aan bij een speciaal bureau wat voor ons dat soort dingen afhandelt. Voor Oman moet het visum geregeld worden door een afdeling van het bedrijf in Oman, en daarvoor hebben ze onder andere je reisgegevens nodig. Dat betekent weer dat je eerst je volledige reis moet boeken voordat je een visum aanvraagt en dat is een beetje de omgekeerde wereld, meestal ga je pas boeken als je een visum hebt want stel je voor dat je visum wordt geweigerd.

Gelukkig loopt het voor Oman nooit zo’n vaart, lastig is eerder dat je visum altijd eenmalig is en dat je daarom voor ieder bezoek een nieuw visum moet aanvragen. Ook dat is anders dan bij de meeste visa, want die zijn over het algemeen, zeker voor zakelijke reizigers, vaak zelfs een jaar geldig. Maar goed, alles is weer in gang gezet voor weer een bezoek aan Oman…

Corso en Whisky

We lopen niet ieder jaar meer warm voor het Rijnsburgse Bloemencorso, wat tegenwoordig overigens de naam “Flower Parade” heeft om het een meer internationale uitstraling te geven. Ondanks de naamsverandering is de opzet van het Corso niet of nauwelijks veranderd, en als je zoals wij al je hele leven ieder jaar het Corso heeft gezien dan is het eigenlijk alleen maar meer van hetzelfde en daarom slaan we de laatste jaren nog wel eens over.

Dit jaar hadden we andere plannen, en dat kwam niet zozeer door het Corso zelf als wel door het grote terras van het Grand Café Noordeinde, precies langs de route waar het Corso zou passeren. Riet en ik hadden met Robin en Astrid afgesproken om daar te gaan lunchen en met een consumptie naar het Corso te kijken. Dat plan leek bij aankomst bij het terras nog even mis te gaan want het zat (uiteraard) stampvol, maar we hadden de mazzel dat er net op dat moment een tafel voor vier personen vrij kwam. Riet en ik schoven snel aan en belden Robin en Astrid dat het eerste deel van de missie geslaagd was.

De lunch was prima. Het was behoorlijk warm op het terras in de volle zon, maar dat kon met de nodige verfrissende drankjes wel worden verholpen. Het was alleen uitkijken want we waren weer eens vergeten om ons in te smeren. Het Corso was prachtig, daar waren we het allemaal over eens, en het was dus een gezellige en welbestede middag op het terras bij neef Niels.

Toevallig had Robin voor vanavond ook weer eens een whisky-avond geregeld voor de familie, en omdat dat praktischer was in verband met het vuurwerk vanavond deden we dit bij ons in de serre. Astrid schoof ook aan, met voor de dames (schoonzus Marian was met Aad meegekomen) alles wat nodig was voor het maken van Aperol Spritzen. 

De proeverij was weer een succes, het vuurwerk viel vanwege de harde wind wat tegen, maar al met al een prima afsluiting van een hele gezellige dag!

Kermis en weer een reünie

Sinds de jonge jaren van Robin en Martin hebben we de kermis tijdens de feestweek niet meer bezocht (of het moest zijn om oliebollen te kopen), maar dat gaat met ingang van dit jaar weer veranderen. Onze kleinkinderen Gijsje en Maas zijn nu oud genoeg voor de kermispret en dus namen Oma en Opa ze vandaag mee.

Voordat we naar de kermis gingen keken we eerst even rond op de braderie, die overigens wat tegenviel: weinig kramen en niet echt een interessant aanbod. We zagen bij de Voorhof een leeg tafeltje op het terras en dat kwam best uit want we hadden trek in koffie (en limonade natuurlijk voor de kleintjes) met gebak.

De kermis was leuk, twee rondjes in de draaimolen voor allebei en een rondje in de zweefmolen (met olifanten) waarbij Riet ook meeging. Gijsje mocht ook nog eendjes vissen en mocht als prijs iets uitzoeken, en dat werd in plaats van een van al die leuke knuffelbeesten een set met plastic troep die een kappersetje moest voorstellen. Maar ja, het was wel roze…

Aan het eind van de middag ging ik op weg richting Krimpen aan de IJssel. Daar had ik afgesproken met mijn ouwe Shell-maten voor onze jaarlijkse reünie. Deze keer dus niet in Rotterdam zoals gewoonlijk de afgelopen jaren, maar op verzoek van Joop deze keer op een locatie bij hem in de buurt, wat niet alleen te maken heeft met zijn hoge leeftijd (hij is 89) waardoor hij niet meer zo mobiel is maar ook met het feit dat hij ernstig ziek is. Het was in eerste instantie nog maar de vraag of hij er überhaupt bij zou kunnen zijn maar gelukkig lukte dat.

Het restaurant Noosa Waterfront is prachtig gelegen aan een kleine plas, net buiten de bebouwde kom. Net op het moment dat ik na enig zoeken het parkeerterrein opreed zag ik Joop met zijn Margriet al richting het restaurant lopen. Op het moment dat ik achter ze aanliep hoorde ik achter me de bekende stem van Walter die blijkbaar vlak achter mij was gearriveerd. Bij het restaurant aangekomen bleek dat Karel er al was en daarmee was ons gezelschap al compleet want andere Willem moest op het laatste moment verstek laten gaan vanwege een onderzoek in het ziekenhuis.

Het was jammer genoeg te warm op de nog beschikbare plekken op het terras en daarom namen we plaats aan een tafel binnen. Bij de rondgang om te horen hoe het met iedereen was bleek er het afgelopen jaar het nodige gebeurd te zijn. Van Joop wisten we al dat er met zijn ziekte geen behandeling meer mogelijk is, al bleek daar vandaag niets van, hij was gewoon weer zijn oude gezellige, goedlachse Joop. Karel bleek een hartoperatie te hebben gehad en loopt nu rond met een nieuwe hartklep. Met Willem in het ziekenhuis bleken alleen Walter en ikzelf dus in redelijk goede gezondheid.

Gelukkig werd het zoals altijd weer ouderwets gezellig, het enige minpuntje van de avond was dat niemand er aan heeft gedacht om een foto te maken van ons gezelschap…

 

Feestweek in Rijnsburg

De jaarlijkse feestweek is traditioneel een groot evenement in Rijnsburg, maar de afgelopen jaren hebben Riet en ik er niet echt veel aandacht aan geschonken. Dat was vroeger wel anders, maar er is in de loop der jaren ook wel behoorlijk wat veranderd, ook in Rijnsburg zelf.

Een van de grootste veranderingen die een grote invloed hebben gehad op het hele feestweek-gebeuren is het vrijwel verdwijnen van de buurtverenigingen. Vroeger had zo’n beetje iedere straat zijn eigen buurtvereniging, en tijdens de feestweek werd er flink uitgepakt met straatversieringen. Ook werden er allerlei evenementen georganiseerd, en die zijn er nog steeds maar het was allemaal veel leuker toen de buurtverenigingen daaraan deelnemen. 

In de loop van de jaren nam het aantal buurtverenigingen drastisch af, meestal vanwege het gebrek aan vrijwilligers maar ook vanwege gebrek aan enthousiasme bij de buurtbewoners. Onze eigen buurtvereniging van de Kamperfoelie werd om die redenen ook al na een paar jaar opgeheven, en in totaal zijn er in heel Rijnsburg iets van twee buurtverenigingen over. De afwezigheid van de buurtverenigingen heeft dus als direct gevolg dat er vrijwel geen straatversieringen meer zijn en de betrokkenheid van mensen lijkt ook wel minder, iets wat we ook bij onszelf merken. Ook het feit dat onze kinderen ouder werden maakte natuurlijk dat we ons minder met de festiviteiten bemoeiden. Geen kermisbezoek meer, en die spelletjes geloofden we op een gegeven moment ook wel. De avonden in de feesttenten hielden we ook op een gegeven moment voor gezien want we zagen er nauwelijks nog bekenden.

Nu met onze kleinkinderen is dat weer aan het veranderen, en vanavond bezochten we zelfs weer de Vlietloop, een hardloopwedstrijd langs de Vliet in het centrum van het dorp. Dat had overigens wel een speciale reden, want Martin liep vanavond mee. Wij volgden de wedstrijd voor de deur van het huis van Ans en Rico, en ook Robin en Astrid kwamen langs om mee te kijken. Martin was natuurlijk geen echte kanshebber voor de eindoverwinning maar hij liep de race wel uit in een behoorlijke tijd. Knappe prestatie! 

Jaarlijkse Bokkum reünie

Het is alweer jaren een vaste traditie om minstens één keer per jaar met mijn ouwe makkers van de Bokkumband ergens wat te gaan eten. Ik ben daar zelf altijd de aanstichter van, en dat doe ik al die jaren nog steeds met veel plezier want het is altijd leuk om bij te praten en ouwe koeien uit de sloot te halen.

We onderhandelen vooraf behalve over de datum altijd over de locatie, en deze keer kwam het voorstel voor het restaurant van mij. Neef Niels runt sinds een paar maanden het Grand Café Noordeinde in Rijnsburg en mijn voorstel was om daar eens een keer samen te komen. Op zich best een handige locatie want het ligt redelijk centraal waarbij ikzelf en Nico (als hij dat zou willen) het lopend af kunnen. Voor Gijs maakt het niet veel uit vanuit Kattek-Binnen, maar voor Wessel is het toch een stukkie minder fietsen want die woont in Zoeterwoude Rijndijk.

We spraken af om een uur of zes, ik was precies op tijd en terwijl ik aan kwam lopen kwam ook Wessel net aanfietsen. Gijs volgde even later en als laatste, net nadat we ons eerste drankje hadden besteld, arriveerde Nico. Na de biertjes, waarvan er genoeg variëteit verkrijgbaar was, konden we gaan bestellen. Het eten was zonder meer prima, alleen waren de porties voor mij te groot. Dat gebeurt me in Katwijk tegenwoordig bijna altijd, maar ja, als je als restaurant in Katwijk nu eenmaal succesvol wil zijn dan moet het eten goed zijn maar vooral ook “hoops”. Voor de niet-Kattekers, dat betekent veel.

Ook al weer traditiegetrouw gingen we na afloop nog even bij ons langs op de Bankijkerweg, wat deze keer dus maar een korte wandeling was. We namen nog een afzakkertje of twee, waarna het gezelschap weer op huis aan ging. Voor Niels hadden ze allemaal nog goed nieuws, want over het Grand Café waren ze het allemaal eens, “Die houden we erin”…